Vuile straten, schone handen

Er moet wat veranderen, roepen links en rechts in Frankrijk. Morgen is de eerste ronde van de gemeenteraads- verkiezingen. In Trappes zouden die wel eens een einde kunnen maken aan de heerschappij van de communisten, al 74 jaar aan de macht.

Dégage!'' Wegwezen! Onverhoeds is de man uit het café naast het station opgedoken. Noord-Afrikaan, sportschooltype, keurig in het pak gestoken. Binnen zitten tientallen Arabische mannen thee te drinken. Hij wijst naar de camera van de fotograaf. Weg! Weg! Met wuivende bewegingen verjaagt hij de ongewenste bezoeker.

,,Welkom in Trappes!'', zegt Marie-Noëlle Santschi even later stralend. Ze heeft net bij de préfecture alle formaliteiten afgehandeld, ze is nu officieel burgemeesterskandidate. Campagne voert ze al drie maanden. Il faut que ça bouge, er moet iets veranderen. Ze gaat proberen links van het pluche te verjagen. In de bijna 37.000 gemeenten die Frankrijk telt, wordt morgen de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen gehouden, volgende week zondag is de tweede en beslissende ronde. Er staat veel op het spel, want coalities van links en rechts kent Frankrijk niet. Dank zij een ingewikkeld meerderheidssysteem krijgt de winnende partij vrijwel alle macht. Op lokaal niveau balt die zich samen in de burgemeester. Deze kan, anders dan in Nederland, werkelijk heersen. En vrienden op sleutelposten plaatsen: bron van de vele politieke affaires in Frankrijk.

Volgens de peilingen gaan de gemeenteraadsverkiezingen een aardverschuiving teweegbrengen, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de presidentsverkiezingen, volgend jaar. Het einde van la chiraquie, het tijdperk van de rechtse president Jacques Chirac, wordt al voorspeld. Het faut que ça bouge weerklinkt niet alleen in Trappes. Het land heeft genoeg van de schandalen die de politiciens met zich meeslepen, genoeg van de lijken die dagelijks uit de kast vallen, genoeg van vriendjespolitiek en zelfverrijking. Ancien régime moet het veld ruimen.

Parijs, ongeveer Chiracs persoonlijke bezit, dat de hele vorige eeuw in rechtse handen is geweest, dreigt naar links te gaan, net als Lyon, Toulouse en Dijon, tot op heden onneembaar geachte bastions van rechts. Per saldo gaan mogelijk twintig steden met meer dan 20.000 inwoners naar links. Rechts wint ook her en der – bijvoorbeeld van het volledig verdeelde en verzwakte extreem-rechtse Front National dat na zes jaar wanbeheer zijn trofee Toulon kwijtraakt.

De voorspelde winst van links heeft niet alleen te maken met de bloeiende Franse economie, die een aanhoudende groei vertoont van ruim 3 procent. Schone politiek is een ideaal geworden sinds het aantreden als premier van de socialist Lionel Jospin, in 1997. Schuinsmarcheerders worden niet meer in bescherming genomen en de regering wijst bijna dagelijks op de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat, daarmee benadrukkend dat die nog niet zo lang geleden niet vanzelfsprekend was.

Gebroken wordt er ook met de traditie van dubbelfuncties. Het is niet langer doodnormaal dat landelijke politici er een burgemeesterschap bij doen, al dan niet met behulp van stroman. ,,Stapeling van functies'' is door toedoen van premier Jospin een taboe geworden. Zijn ministers die nu, desondanks, nog proberen ergens een burgemeesterschap te bemachtigen, zoals Elisabeth Guigou in Avignon, ondervinden daar gezien de peilingen last van. Ook banden tussen politiek en bedrijfsleven, die zeker op lokaal niveau eerder norm dan uitzondering waren, zijn niet meer vanzelfsprekend.

Niet alleen justitie en, zoals velen vaststellen, de pers zijn door Jospins ethisch réveil onafhankelijker geworden, maar van de weeromstuit ook de politiek zelf.

Alleen al daarom is de aan geen enkele bestaande politieke partij verbonden Marie-Noëlle Santschi (37) vol vertrouwen. Maar belangrijker is dat het faut que ça bouge in verhevigde mate geldt voor de voorsteden, de beruchte banlieue van de grote steden. De problemen van de moderne, multiculturele samenleving hopen zich er op en zorgen met grote regelmaat voor uitbarstingen. Bijna zestig procent van de ruim 28.000 inwoners van Trappes is van buitenlandse en vooral Noord-Afrikaanse herkomst. Het is dan ook niet toevallig dat juist hier het uitbreken van de nieuwe intifadah in Israël in oktober vorig jaar dramatische gevolgen had. De synagoge werd in de as gelegd. De eerste in het na-oorlogse Europa, zoals joodse organisaties bevreesd vaststelden, al was in dezelfde week ook een katholieke begraafplaats doelwit van vandalen.

Zoals veel voorsteden kent Trappes een levendige drugshandel. De werkloosheid van ruim zeventien procent is er bijna het dubbele van het landelijke gemiddelde. De jeugd in Trappes – meer dan een derde van de bevolking is jonger dan twintig jaar – leeft op voet van oorlog met de politie. De grote rotsblokken die het drassige grasveldje voor het politiebureau begrenzen, liggen er niet voor de sier. Ze zijn er neergelegd, nadat jongeren tot drie keer toe de ingang hadden geramd met een in brand gestoken auto. De gemeente had de euvele moed gehad het nieuwe kantoor precies in het centrum neer te zetten: hun terrein. Zo nu en dan is ook een winkelier vermetel en doet aangifte van afpersing.

Nog geen twintig kilometer van Parijs bepalen modderpoelen en kale grasveldjes het straatbeeld. Tot de Tweede Wereldoorlog was Trappes één van de belangrijkste spoorwegknooppunten van Frankrijk, met grote fabrieken die het materieel vervaardigden. Daarom werd het plaatsje doelwit van Duitse bombardementen en stond na de oorlog nog slechts een kwart van de bebouwing overeind. Route National 10 loopt dwars door de stad.

Hier wil Marie-Noëlle Santschi de volgende burgemeester worden. Voltijds, dus zonder bijbanen, benadrukt ze. Tegen een beloning van een kleine vijfduizend gulden netto per maand. Want ondanks alles is er hoop. De strijd is hard, dat wel. In de hele banlieue, wel de ,,rode ketting van Parijs'' genoemd, is links oppermachtig en zeker in Trappes. De spoorwegen trokken ooit grote aantallen arbeiders, die traditioneel op de communisten stemden. Die zijn dan ook, al dan niet in samenwerking met de socialisten, al 74 jaar onafgebroken aan de macht. En dat willen ze graag zo houden.

Oud-burgemeester Bernard Hugo, die op de lijst van de communisten staat, schrijft in een pamflet dat ook wat hem betreft de ,,ramen van de hoop'' opengezet moeten worden – maar uiteraard niet door Santschi. Een fluistercampagne heeft al enig succes gehad: het gerucht dat haar lijst ,,niet in orde'' zou zijn, doet de ronde. Hugo voegt er het zijne aan toe. Hij constateert dat er allerminst behoefte is aan ,,een kandidate van rechts uit Élancourt''.

Santschi haalt haar schouders erover op. ,,Het is het enige wapen dat ze in de strijd kunnen gooien, de oude garde.'' In het naburige, inderdaad door rechts bestuurde Élancourt, is zij sinds 1996 directeur van het kabinet van de burgemeester en als zodanig verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening. Maar sinds vorig jaar heeft ze een appartement in Trappes. ,,Het is dus gezeur.''

,,Een kandidate van rechts'' noemt de ongebonden Santschi zich ook niet. Ze werkt weliswaar voor een rechts stadsbestuur, maar lokale politiek heeft volgens haar niets te maken met oude ideologieën: de stoepen moeten schoon zijn, de wegen gerepareerd, de veiligheid gewaarborgd en er moeten kinderspeelplaatsen, crèches en groenvoorzieningen komen. En straatverlichting. Ze trekt een eigen persoonlijke lijst, van vijfendertig personen, middenkader en zakenmensen, die er allemaal net zo over denken. Haar partij is ,,die van de inwoners van Trappes'', en zijzelf ,,een kandidate van het hart''. Maar ook om andere redenen dan die van het hart wil ze niet voor rechts doorgaan. ,,Les immigrés'', de meerderheid van de bevolking, associeren rechts met extreem-rechts, van Jean-Marie Le Pen, hun aartsvijand. Ook daarom is Santschi politiek kleurloos en prijken op haar lijst, net als op die van links, keurig zeker tien namen van vreemde herkomst. Als ze wint, wordt bij voorbeeld de in Frankrijk geboren Rachida El Harouat (33), tweede generatie, van Marokkaanse afkomst en vloeiend tweetalig, wethouder Onderwijs.

Frankrijk krijgt er dan ook een vrouwelijke burgemeester bij, geheel volgens de bedoeling van de nieuwe wet op de parité. Ook die zorgt voor verandering bij deze verkiezingen. Volgens de wet moet de helft van de kandidaten van een lijst vrouw zijn. Van de 36.778 burgemeesters in Frankrijk zijn er nu slechts 2.823 vrouw. Santschi juicht de draconische maatregel, van een linkse regering, toe. ,,Mannen gaan vaak in de politiek omdat ze in hun burgerlijke carrière mislukken. Vrouwen kennen die geldingsdrang niet of nauwelijks en hebben dus een betere motivatie.''

Vrouwen willen bijvoorbeeld niet, net als zittende communiste burgemeester Jacques Monquaut, ook nog vice-voorzitter van de plaatselijke woningbouwvereniging zijn. Daarvan klopt de begroting volgens Santschi al jaren niet. ,,Waar het geld ook aan besteed wordt, in elk geval niet aan renovatie. De prefect heeft het probleem al vaak aangekaart bij de regionale rekenkamer, maar die weigert Trappes onder toezicht te plaatsen, wat met andere steden wel is gebeurd.'' Santschi houdt het op ,,vriendschapsbanden'', een andere verklaring ziet ze niet.

Feit is dat midden in Trappes op een groot braakliggend terrein, Square de la Commune de Paris geheten, twee grotendeels dichtgetimmerde flatgebouwen staan. Per verdieping wonen er hooguit twee gezinnen, van buitenlandse herkomst. De overige appartementen zijn met roestig plaatstaal afgesloten. In de gangen stinkt het naar urine en zich ophopend afval. Naast de hoofdingang, waarvan alleen de sponningen nog zichtbaar zijn, hangt het devies van de woningbouwvereniging: comfort, logement, cadre de vie. Vrij vertaald: een prettige leefomgeving.

Gérard Fourgous, tweede op Santschi's lijst, wijst er smalend naar op een ,,van-deur-tot-deur''-tocht die hij op een ijskoude avond onderneemt, samen met Rachida El Harouat. Telkens als een kiezer van Noord-Afrikaanse afkomst in de deuropening verschijnt, schuift hij haar trots naar voren als de mogelijke nieuwe wethouder van Onderwijs. In de flatgebouwen zwaaien de deuren opmerkelijk gastvrij open, als ze al niet aanstaan vanwege in en uit lopende kinderen. De bewoners hebben een heel andere opvatting over veiligheid dan Fransen, is de ervaring van Fourgous. Bij Fransen klinkt eerst het geknars van drie, vier sloten, alvorens de deur op een kier gaat en één wantrouwig oog de bezoeker monstert.

Zoniet bij mevrouw Ben Chaouch. In een reusachtige maar toch nog te krappe kaftan staat ze op blote voeten te swingen op de drempel. Gierend van de lach, want binnen is het feest. Tien kinderen om haar heen, die ze beurtelings wegjaagt en weer bij zich roept: een foto, bij de meesten van haar buren een taboe, mag natúúrlijk gemaakt worden. De bezweringen van Fourgous, betreffende bloemen in de plantsoenen, veiligheid op straat, renovatie van het gebouw en de belangeloosheid van hem en zijn lijstgenoten, onthaalt ze op een bulderend salvo. Belangeloos? Bizar, dat hoor je niet vaak! Meestal is de strijkstok toch belangrijker dan plantsoenen! Haha. Maar Rachida wethouder? Hmm, ze zal erover denken.

,,Kent u Élancourt?'' Het is een vraag die Fourgous veelvuldig stelt op zijn tocht. Élancourt, ville fleurie, in alles tegenhanger van Trappes, met een bloeiende commerciële sector, veilig en schoon. Ja, iedereen kent het, iedereen vindt het er mooi. Buschauffeur Brahim Mouch beaamt het ook wat gunstig is, want hij is volgens Rachida een echte radio-arabe: die praat het wel door. ,,Wilt u geen bloemen in de perken en goede straatverlichting?'' vraagt Fourgous. Net als in Élancourt? Waarvan de burgemeester keer op keer verklapt hij het met nauwelijks verholen triomf in de stem - zijn broer is! De aangesprokenen knikken beschroomd.

Op de markt, de volgende ochtend, staan de communisten en de socialisten overal folders uit te delen, net als Santschi en haar ploeg. ,,Pour que ça bouge'', zeggen ook de communisten tegen het doorlopende publiek. In de cafés rond het marktplein en bij de afgetrapte supermarkt die eenzaam midden in een modderpoel staat, zitten mannen thee te drinken. Jongeren haasten zich door de menigte, elkaar toeroepend, of ze geven elkaar in het voorbijgaan iets dat zij uit de zak van hun sportbroek opdiepen. Santschi durft ze soms – ,,als ze me aankijken'' – een folder in de handen te drukken. De nieuwe moskee moet wél een minaret krijgen, zegt ze dan snel. Een enkeling reageert: ,,Jaja, een minaret!''

,,Jarenlang heeft de gemeente de bouw van een islamitisch gebedshuis tegengehouden'', legt de lijsttrekster uit ,,en nu, vlak voor de verkiezingen, hebben ze gauw een moskee beloofd. Maar zonder minaret. Die willen wij wél, uit respect.'' Het zijn gewoon racisten, stelt Fourgous ferm. Vijf meter van hem vandaan maken twee van de ,,racisten'', Michel Ben Youssef en Claudine Leroy, van de communistische lijst, ruzie met een jonge man die naar de flats op Square de la Commune de Paris wijst. Kom naar ons kantoor, zegt Ben Youssef, dan leggen we uit hoe het komt. Leroy volstaat met ter plekke de woningbouwvereniging de schuld te geven en te verzwijgen dat haar eigen lijsttrekker, burgemeester Monquaut, er vice-voorzitter is. ,,Jullie zijn te lang aan de macht, dát is het probleem'', stelt de man. ,,Meer dan zeventig jaar...''

Leroy draait zich bruusk om. Dat ,,argument'' kent ze. Valt niet mee te praten, schokschoudert ze. Die hoort gewoon bij ,,die daar'' en ze knikt in de richting van Santschi. Die geeft net een folder aan meneer Parnot, een oude baas met een alpinopet die alle tijd van de wereld heeft. Of hij Élancourt kent? Ja, het is mooi daar, vindt ook Parnot. En Trappes heeft grote problemen, dat vindt hij ook. Maar ja. Ze hebben het misschien laten afweten, tot nu toe, de communisten, maar de volgende keer doen ze het vast beter. Moeilijk hoor, zegt hij. Altijd links geweest, hè, sinds het verzet. Nog in Indochina gevochten hij vraagt zich maar niet meer af waarom. Altijd bij het spoor gewerkt, een zwaar leven gehad. Dan verander je niet zomaar even van richting.

Santschi knikt begrijpend. ,,Denkt u er nog eens over na'', zegt ze. ,,U hebt tot 18 maart de tijd.''