Vragen over rechtshulp beursfraude

Opnieuw zijn er vragen gerezen over de rechtshulp die Nederland in 1997 tijdens het beursfraudeonderzoek (operatie Clickfonds) aan Zwitserland heeft gevraagd.

De Duitse vertaling van het belangrijkste rechtshulpverzoek blijkt niet identiek te zijn aan het Nederlandse origineel.In het exemplaar dat aan de Zwitserse autoriteiten is verzonden, staat een extra passage over drugshandelaar Johan V. ('De Hakkelaar'). Daarin staat letterlijk dat bepaalde gelden ,,vermoedelijk afkomstig zijn van de opbrengsten van verdovende middelenhandel van Johan V.'' In de Nederlandse versie staat deze passage niet.

Justitie beschikte in 1997 over een onbetrouwbare tip dat drugsgelden van V. zouden zijn witgewassen via bedrijven van een van de hoofdverdachten. Deze vage verdenking is inmiddels geschrapt. Advocaten vermoeden dat justitie `de Hakkelaar' alleen maar gebruikte om de strenge Zwitserse voorwaarden voor rechtshulpverlening te omzeilen. Zo geeft Bern geen medewerking aan fiscale delicten, maar wel voor bijvoorbeeld het witwassen van criminele gelden.

Een justitiewoordvoerder ontkent dat de passage met dit doel in de Duitse versie van het rechtshulpverzoek is ingebracht. Wel erkent zij ,,de tekstuele onzorgvuldigheid. Maar volgens ons tast het de inhoud van het rechtshulpverzoek niet aan.'' Het Amsterdamse parket van het openbaar ministerie is een onderzoek gestart en zal de Amsterdamse rechtbank zo snel mogelijk informeren. Die doet over twee weken uitspraak in twee Clickfondszaken waarin de Zwitserse rechtshulp aan de orde is geweest.

Een zegsman van de Zwitserse justitie wil niet inhoudelijk ingaan op het verschil. Wel wijst hij erop dat er meer redenen voor rechtshulpverlening waren dan alleen de drugsverdenking. Op de vraag of de medewerking anders was geweest als deze zaak minder hard was aangezet, wil hij niet ingaan.