RBC'ers nemen psycholoog serieus

RBC heeft zich dit seizoen verrijkt met een stadion, zestien spelers en een psycholoog. De Roosendaalse club wil van de zeventiende plaats af.

In de krakkemikkige kantine van het Roosendaalse voetbalstadion De Luiten zit een buitenstaander uit Amsterdam. Jan Huijbers werkt als sportpsycholoog bij RBC. Op voorspraak van Robert Maaskant, de 32-jarige en jongste trainer in het betaalde voetbal. Volgens Huijbers is het logisch dat juist Maaskant bij hem aanklopte. ,,Voor trainers in een wankelende positie is een psycholoog een zwaktebod. Robert weet niet eens wat faalangst is.''

RBC is de enige profvoetbalclub met een sportpsycholoog in dienst. Vergeleken met andere bonden is de KNVB een conservatief bolwerk, beaamt Huijbers. ,,Ik ben in alle takken van sport werkzaam geweest, behalve in het voetbal'', verklaart hij. ,,Psychologen zijn taboe, net zoals er zogenaamd geen homo's in het voetbal rondlopen.''

Huijbers is enthousiast over de houding van de spelers, die normaal gesproken eerder warmlopen voor een potje dart dan voor een openhartige discussie. De routiniers met de grote mond nemen het voortouw tijdens de groepsgesprekken. ,,In het begin werd er lacherig om gedaan, maar dat ging snel over. De jongens zijn minder angstig dan vóór de winterstop. Ze coachen elkaar ook beter. Logisch, als ze veel verliezen, worden ze steeds stiller.''

De werkwijze van Huijbers berust op vier psychologische pijlers. Hij probeert de spelers `beginnersgeest' bij te brengen. Ze moeten frank en vrij voetballen, zoals ze het op straat hebben geleerd. Als ze dit onderdeel onder de knie hebben, moeten ze `taakacceptatie' bewerkstelligen. Ze moeten de spanning en de omgeving leren accepteren. Zijn ze daarin geslaagd, dan moeten ze een `helder soort waarneming' bereiken. Dit alles is een `voorbode van concentratie'.

Trainer Maaskant is ook een buitenbeentje onder de trainers omdat hij zijn spelers laat aquarelleren in de kleedkamer. Onder begeleiding van een lokale kunstenares maken ze schilderijen die vervolgens te koop worden aangeboden. Weer eens iets anders dan een poster met handtekening. Maaskant geeft zijn spelers ook een vrije dag als hun kinderen naar de dokter moeten. En hij gaat alle spelers thuis opzoeken, om hun privéleven te doorgronden. Maaskant gelooft heilig in het nut van een sportpsycholoog. Diens werkwijze is volgens de trainer een succes als drie van de elf spelers er beter door gaan voetballen. Verdediger Eric Hellemans heeft er weinig baat bij. ,,Voor mij is het logisch dat je met opgeheven hoofd en met de borst vooruit het veld moet oplopen. Je moet jezelf niet kleiner maken dan je bent.''

Volgens Maaskant kan ook een niet-wetenschapper psychologisch effect sorteren. ,,Een cynische opmerking van Willem van Hanegem heeft dezelfde werking.'' Maaskant verwacht dat de professionele sportpsycholoog binnen tien jaar ,,volledig geaccepteerd is'' in de voetbalwereld.

Volgens trainer Maaskant valt de invloed van de sportpsycholoog moeilijk in cijfers uit te drukken. ,,Als Vos en Blinker bij RBC de helft van de doelpunten maken, hebben zij hun nut bewezen.'' Hoewel de resultaten wisselvallig blijven, ziet Maaskant vooruitgang bij zijn spelers. ,,De jongens vertellen elkaar hoe ze de bal aangespeeld willen krijgen. Zonder psycholoog hielden ze hun kaken op elkaar.''

Maaskant werkt met ,,een vergaarbak van spelers die bij een andere club een smetje hebben opgelopen. `Laat de lastpakken maar naar Maaskant gaan', roepen mijn collega's. De meeste jongens hebben geen realistisch zelfbeeld. Ze zijn minder goed dan ze denken.''

Aanvaller Blinker heeft door het lezen van het boek De Celestijnse Belofte een levensles geleerd. ,,Er is een pad voor mij uitgestippeld. Feyenoord, Sheffield Wednesday, Celtic; voor een jongetje uit Delft heb ik het niet slecht gedaan. Ik voel mij niet te groot voor RBC. We gaan nog mooie tijden beleven. Als we niet degraderen, zien ze mij hier volgend seizoen terug.''

De voetbaltrots uit Roosendaal ruikt aan het grote geld, maar ademt nog steeds de sfeer van ouwe jongens krentenbrood. Stadion De Luiten is sinds de opening van stadion Vast & Goed omgetoverd in een trainingscomplex. Het nieuwe onderkomen, gelegen in een industriegebied, is een ontmoetingsplaats van sponsors. RBC is populair bij lokale en regionale geldschieters. De begroting is sinds de promotie naar de eredivisie bijna verdubbeld.

Het oude stadion ligt in een arbeiderswijk. In De Luiten is het gras nog groen, zijn de tribunes al verroest en wordt de middagmaaltijd nog genuttigd met boterham, hagelslag en karnemelk. Over drie maanden gaat het complex tegen de vlakte. Samen met het aangrenzende café De Luiten, dat een halve eeuw dienst deed als supportershome. ,,Woningnood gaat voor'', doceert de uitbater.

De Poolse huurling Tomek Iwan neemt op deze miezerige donderdagmorgen een voorschot op de sloop van stadion De Luiten. Tot groot genoegen van de supporters trapt hij de bal door een ruit van het commentaarhokje. Tot verbijstering van spelersmakelaar Appolonius Konijnenburg die zich de rol van vlag op een modderschuit heeft aangemeten. Staande tussen het betonrot toont hij zijn walrussnor en zegelring. Hij belt onophoudelijk met zijn blinkende mobieltje. Hij beoordeelt de oefeningen van de Italiaanse aanwinst Stefano Rizzi. ,,Goeie verdediger, kan RBC nog een hoop plezier aan beleven.''

Een paar meter verderop draait een bejaarde Roosendaler een sjaggie. Hij wil niet met zijn naam in de krant, maar heeft wel een mening over de metamorfose van RBC. De selectie is een duiventil, zestien spelers werden tussentijds aangetrokken, zeven spelers zijn verdwenen. ,,Het draait allemaal om de punten'', weet hij. ,,Alles wat erbij komt, is automatisch beter. Als we het nu redden, blijven we vijf jaar in de eredivisie. Het interesseert me niks dat Iwan een half miljoen beurt, als ie maar goed voetbalt.''

Even verderop wordt local hero Hellemons naar de kant geroepen door supporter Kees Heeren, die voor de geblesseerde verdediger een wondermiddel heeft meegenomen. Chinese tijgerbalsem, gekregen van een collega in de Rotterdamse haven. Heeren is een bewonderaar van Hellemons, die uit het nabijgelegen Kruisland afkomstig is. ,,Al speelt ie nog zo slecht, dat is voor mij goed genoeg'', zegt de supporter die op weg gaat naar een andere hobby. ,,Nou, de mazzel, ik ga weer naar m'n duifkes.''

Hellemons is een van de weinige oudgedienden die de grote schoonmaak bij RBC hebben overleefd. ,,Toen ik hier op mijn veertiende kwam voetballen, werden de Bredanaars nog als buitenlanders afgeschilderd. Nu lopen hier meer Amsterdammers dan bij Ajax. Ik zit ook niet meer voor een dubbeltje op de eerste rij. Ik verdien tien keer zoveel als tien jaar geleden. Mij hoor je niet klagen.''