Oorlogsgruwel

Ik was diep geschokt toen ik de frontale aanval van Arnold Karskens op journaliste Els De Temmerman las (Z 3 maart). De bewering dat haar reportages over de oorlogsgruwel in Rwanda in 1994 niet op eigen waarnemingen waren gebaseerd, en dat zij toen slechts enkele dagen op het vliegveld ter plaatse was, zijn voor mij echt onbegrijpelijk. Ik ben sinds eind jaren tachtig dikwijls samen met Els op reis geweest, onder meer naar Soedan, Ethiopië en Somalië. We reisden vaak met vrachtvliegtuigen en sliepen meestal bij mensen thuis. Nooit heb ik mijzelf `oorlogsverslaggever' genoemd. We waren op de eerste plaats geïnteresseerd in wat er met gewone mensen in buitengewone omstandigheden gebeurde. Els was toen zeker geen oorlogsreporter voor de kick, zoals Karkens beweert, maar eerder een soort `blotevoetenjournaliste'.

In 1994, op het hoogtepunt van de oorlog, ontmoette ik Els toevallig in Tanzania. We zijn de volgende dagen samen dwars door Rwanda naar Kigali getrokken, toen de strijd om de hoofdstad op z'n hevigst woedde. Nog later kwamen we elkaar weer tegen in het Zaïrese Goma, toen de Rwandese vluchtelingen massaal van cholera stierven. De dingen die ik op die reizen gezien en meegemaakt heb, kan ik nooit vergeten. Dat iemand jaren later beweert dat we die dingen niet gezien en meegemaakt hebben, is gewoonweg hallucinant.