Olympisch schaatsen kost fan veel geld

Salt Lake City ligt goed op schema voor de Winterspelen van 2002. Als een van de laatste categorieën deelnemers beproeven de schaatsers dit weekeinde hun olympische strijdperk.

Vraag een bewoner van Salt Lake City naar de overdekte schaatsbaan aan de rand van de stad en de kans is groot dat hij z'n schouders ophaalt. De Utah Olympic Oval? Nooit van gehoord. In de 170.000 inwoners tellende stad die in 1847 door mormoonse pioniers werd gesticht, kennen de meeste mensen één ice rink; het openbare, circa 15 bij 30 meterbaantje in het centrum. Zeven dagen in de week geopend, van november tot en met maart.

Ook dit baantje heeft een ijsmeester, al is het toepasselijker om van een ijsmeesteres te spreken. Michelle Pidge, 25 jaar. Grappig gezicht om haar op de Zamboni te zien zitten waarmee ze in korte baantjes het ijs schaaft en dweilt. Boerenzakdoek over haar lange, roodblonde haren, piercings in de linkerwenkbrauw. Zo extreem zie je ze in Thialf niet.

Kunstrijden is wat mensen op dit kleine ijsbaantje doorgaans doen, maar door de hoge temperaturen – rond lunchtijd vijftien graden in de schaduw en meer dan twintig in de zon – zijn er dezer dagen weinig liefhebbers op het ijs te vinden. In de stad waar over elf maanden de Winterspelen worden gehouden (8-24 februari), lijkt de zomer al begonnen. De inwoners van Utah haasten zich te zeggen dat het weer van de ene op de andere dag kan omslaan en dat er na een warme, zonnige dag ook een pak sneeuw kan liggen. Geen gewone sneeuw, maar the greatest snow on earth, zoals ze het hier noemen.

Vreemd genoeg beschikt Salt Lake City, waar zoals op de meeste plaatsen in de Verenigde Staten kunstrijden populairder is dan langebaanschaatsen, wel over een overdekte 400-meter baan (capaciteit 6.113), maar niet over een permanente lokatie voor kunstrijden, na ijshockey de populairste ijssport in de VS. Toch kunnen de olympische deelnemers in deze discipline hun kunsten binnen de grenzen van de hoofdstad van Utah vertonen, in het Delta Center, de thuishaven van de basketballers van Utah Jazz.

In de arena speelt de ploeg op 2 februari volgend jaar zijn laatste thuiswedstrijd voor de Winterspelen, slechts zes dagen voordat het evenement begint. Zodra de basketballers en de toeschouwers de diagonaal geplaatste glazen schoenendoos hebben verlaten, begint een last minute-verbouwing met het karakter van een militaire operatie. De houten parketvloer maakt plaats voor een ijsvloer, het toneel van kunstrijden en shorttrack. De naam van het gebouw, Delta Center, genoemd naar de luchtvaartmaatschappij die Utah Jazz sponsort, wordt netjes afgedekt. Twee weken lang bezit de stad dan een Salt Lake City Ice Center. In oktober komt er al voor een kortere periode ijs in het Delta Center te liggen, tijdens de olympische kwalificatiewedstrijden shorttrack.

Het grootste gebouw in de stad dat tijdens de Winterspelen een olympische functie krijgt, is het imposante Salt Palace Convention Center. Deze week het toneel van de National Money Show, een bijeenkomst van muntenverzamelaars. Het slechts enkele jaren oude witte gebouw in het centrum van de stad dient volgend jaar als perscentrum. In totaal worden daar 9.000 gasten verwacht: journalisten van radio, tv en schrijvende pers, inclusief technici. Altijd nog zo'n 6.000 minder dan bij de Zomerspelen van vorig jaar in Sydney. Het `zoutpaleis' is een fraai vormgegeven gebouw. Een deel van het dak wordt gedragen door buizen in de vorm van een gespiegelde S, gebouwd door een fabrikant van achtbanen.

Vlakbij wordt Medals Plaza gebouwd, een plein waar de meeste medaillewinnaars zullen worden gehuldigd. Dagelijks kunnen 22.000 toeschouwers daar getuige van zijn. Tegen betaling uiteraard, want het budget van anderhalf miljard dollar (omgerekend circa 3,3 miljard gulden) waarover het Salt Lake Organizing Committee (SLOC) voor de Winterspelen en de aansluitende Paralympics beschikt, moet terugverdiend worden. Wie de Spelen wil bijwonen in en om de stad waar in 1918 het stoplicht werd uitgevonden, moet diep in de portemonnee tasten. Het goedkoopste kaartje bij het schaatsen kost 95 dollar, omgerekend circa 220 gulden. Fans die de wedstrijden met Nederlandse schaatsers willen volgen, zijn voor de entree al duizenden guldens kwijt.

De Olympic Oval waar de schaatsers nu de WK afstanden rijden, was het laatste permanente complex dat is voltooid. In bijna alle andere olympische disciplines, zoals skiën, ijshockey, bobsleeën en snowboarden, hebben de sporters al eerder kennisgemaakt met de arena's waar ze over elf maanden strijden om goud, zilver en brons. In totaal zijn er tien lokaties. Buiten Salt Lake City wordt er ijshockey gespeeld in Provo en bij Park City, een voormalig zilvermijnstadje in de bergen ten oosten van de stad, staan onder meer skiën, snowboarden, schansspringen en bobsleeën op het programma. In het historische spoorwegstadje Ogden, ten noorden van Salt Lake City, wordt curling gespeeld.

De sponsors zitten ook niet stil. Zo heeft Coca-Cola, een van de grootste sponsors, bij het ijsbaantje in het centrum van de stad drie bijzondere cola-automaten geplaatst. Op de voorkant van de machines een kaart van de VS met daarop de route die 11.000 etafettelopers met de olympische fakkel op het continent zullen afleggen. Het hoofdkantoor van de frisdrankenreus in Atlanta, de stad waar in '96 de Zomerspelen werden gehouden, vormt 4 december het vertrekpunt. Op 8 februari arriveert de toorts in Salt Lake City en wordt in het Rice-Eccles-stadion (capaciteit 56.000) het olympische vuur ontstoken. Let the Games begin, klinkt het daar op 8 februari.