Olé!

Tot deze woensdagavond heb ik de Champions League altijd gezien als een monster met dollartekens in de ogen. Een spektakel voor bontjassen, niet voor liefhebbers. Een verzoening tussen Rotary en voetbal.

Ik heb me vergist.

De wedstrijd Deportivo La Coruña-Paris St.Germain zal ik nooit meer vergeten. PSG streed in de stromende regen voor de laatste kans. Tien minuten na rust was het 0-3: Deportivo leek volkomen kansloos. Toen brak de hel los. In nog geen half uur bogen de Spanjaarden de achterstand om in een 4-3 voorsprong. Vier kopbaldoelpunten, met spits Pandiani in een glansrol.

Deportivo-PSG was horror, opera, Fellini, rock en boerenkermis, en dat alles tegelijkertijd. Het stadion in Galicië zinderde van de spanning. De trainers Luis Fernandez en Javier Irureta gingen als exorcisten te keer langs de zijlijn. Bourvil en Louis de Funès werden weer tot leven gewekt in een eindeloze rozenkrans van grimassen, faux pas, gebral en geloei. Beide coaches dreigden te bezwijken aan hun cascades van zelfverminkingen. Niets aan de hand. De tribunes dansten en joelden mee.

Zo gek maken we het in Nederland al jaren niet meer mee. Ook de zogenaamde beladen duels als Ajax-Feyenoord of NEC-Vitesse worden in een darteltuin gespeeld. Gezapig amusement, af en toe een elleboogstootje, maar verder geen ambiance van leven of dood. De spelers doen het voor de winstpremie, niet voor de geschiedenis.

Ik moet het de Champions League nageven: deze competitie heeft de passie teruggebracht in het voetbal. De legende doet weer mee. Liever morsdood vallen dan verliezen. De Champions League is een bevlagde galg: beul of slachtoffer, that's the question. De oude Donato, Tristan, Pandiani, Fran en Victor, ze bleven die woensdag in La Coruña lopen, bikkelen, vechten en sleuren voor elke bal. Onder hen een Nederlander: Roy Makaay. Ook al woedender dan hij in Holland ooit is geweest.

Het was een genot om naar Makaay te kijken. Altijd aanspeelbaar, scherp in de duels, kaatsend als Van Basten in zijn beste dagen, geheel vrij van dribbelzucht. Makaay is in Spanje bijna een wereldvoetballer geworden. Dat hij nog steeds geen basisplaats heeft in het Nederlands elftal getuigt van een ridicule arrogantie van de Oranje-strategen. Of van incestueus getinte privileges: de onherroepelijke heiligverklaring van Kluivert cum suis. Wie de Spaanse pers een beetje volgt, weet nochtans dat Makaay het laatste jaar als `Divisionist' hoger wordt getaxeerd dan Kluivert. Om van de andere Nederlandse internationals in de Primera Division maar te zwijgen.

De hegemonie van het Spaanse clubvoetbal in zowel de Champions League als de UEFA Cup kan geen toeval zijn. En het geld verklaart niet alles. Jawel, Real, Barcelona en Valencia hebben zoveel geld dat ze zelfs de zegen van de Paus kunnen kopen. Maar clubs als Alavés, Rayo en Celta doen ook nog mee in Europa en hun budgetten liggen niet ver boven die van Ajax, Feyenoord en PSV. Inter en AC Milan, Lazio en Fiorentina kunnen qua budget in hun eentje de hele Primera Division voor hun rekening nemen. Vanwaar die Spaanse weelde?

Insiders beweren dat er in Spanje meer continuïteit in het clubbeleid zit. Bij Real en Barcelona wil de paniek nog wel eens toeslaan, maar over het algemeen krijgen trainers in Spanje meer krediet. Mané, de coach van Alavés, is bezig aan zijn achtste seizoen. De Spaanse clubs voeren een gerichte transferpolitiek. Ze kopen niet om te kopen, zoals in Italië. En ze hadden in Spanje Louis van Gaal of Co Adriaanse niet nodig om de jeugd te laten doorstromen. Niet onbelangrijk: het publiek is een betrouwbare factor. De stadions zitten vol, al dan niet met witte zakdoekjes. Na drie verloren wedstrijden op rij stroomt de Kuip in Rotterdam leeg.

Veel meer dan de Serie A spreekt vandaag de Spaanse competitie tot de verbeelding van neutrale televisiekijkers. De uitslag van Juventus-Brescia wil ik niet meer weten. Belangrijker is of Jordi Cruijff gescoord heeft en of La Coruña van Numancia heeft gewonnen. En natuurlijk wil ik voor de werkweek begint een glimp hebben opgevangen van Europa's beste voetballer, Lúis Figo. Nederland zal binnenkort als Oranje tegen Portugal aantreedt, weer kennismaken met de majestueuze klank van zijn castagnetten.