Met hart en ziel

Belangwekkend, wat prof. dr. Korthagen oppert over de leraar (W&O 3 maart, `Om het eigen ik van de leraar'). Kort door de bocht samengevat: het leraarschap is voor hem geen baan, maar een levensstijl. De docent moet zijn vak met hart en ziel uitoefenen en inspirerend zijn naar leerlingen toe. Dát is lang geleden dat ik zo'n elementaire waarheid hoorde uit de mond van iemand met een functie die ver van de dagelijkse onderwijspraktijk afstaat.

Het werk `in het veld' wordt in artikelen over het onderwijs maar al te vaak neergezet als een tranendal en een poel van ellende en stress: tot diep in de nacht buigt de leraar zich corrigerend over proefwerken en werkstukken, om vervolgens half uitgeslapen zich weer naar school te slepen waar lesuur na lesuur donderjagende en ongemotiveerde leerlingen hem het leven zuur maken.

Zou de praktijk werkelijk zo weerzinwekkend zijn, dan was het onderwijs allang ten onder gegaan. De meerderheid van mijn collega's echter, mijzelf incluis, vindt het nog altijd een leuke baan. Het probleem is dat we niet serieus genomen worden: qua beloning blijft het onderwijs achter bij andere sectoren in de maatschappij en iedereen zonder voeling met de lespraktijk meent beter te weten hoe je het onderwijs en het lesgeven moet organiseren. We worden geacht elke verandering die achter bureaus binnen ministeries is uitgedacht per omgaande te accepteren en uit te voeren als was het de ultieme vondst voor perfect onderwijs. Het vakmanschap van de persoon voor de klas wordt voortdurend in twijfel getrokken. Daar krijgen we wel eens een klein beetje genoeg van...

Korthagen hoopt dat leraren weer de smaak van het lesgeven ontdekken. Die concentratie op de kerntaak (het onderwijzend omgaan met puberende jeugd in klassenkaders) lijkt mij ook de enig juiste aanpak om het plezier te behouden. Docenten die nog altijd prima functioneren en fluitend van plezier naar hun werk gaan, blijven zo opgewekt omdat ze zich weinig tot niets aantrekken van al die `beter-weters' op afstand. Ze blijven zichzelf in de omgang met hun leerlingen: eigenwijs en vakbekwaam.