MELODIEHERKENNING IS VOOR DRIEKWART ERFELIJK BEPAALD

De variatie in het menselijk vermogen tot melodieherkenning is voor driekwart erfelijk bepaald. Dit blijkt uit onderzoek onder 284 Britse tweelingparen (Science, 9 maart).

De Britse en Amerikaanse onderzoekers lieten 136 eeneiige en 148 tweeeiige tweelingen (in een leeftijdsrange van 18 tot 74) in totaal 26 korte melodiefragmenten horen waarvan ze moesten aangeven of deze een fout bevatten of niet. Het ging om stukjes van overbekende melodieën (zoals kerstliedjes, het Franse volkslied, Für Elise, Amerikaanse volksliedjes) van het genre dat tegenwoordig vaak in deurbellen en kinderspeelgoed wordt aangetroffen (te beluisteren op www.sciencemag.org).

De tweeëiige tweelingen verschilden veel sterker in hun scores dan de eeneiige. Leeftijd en eventuele gehoorafwijkingen bleken geen verschil te maken. Via nogal complexe statistische berekeningen kan in dit soort gevallen de invloed van de omgeving en die van het erfelijk materiaal worden afgeleid. Uitgangspunt daarbij is dat beide type tweelingen (doorgaans) dezelfde omgevingsinvloeden hebben ondergaan maar niet dezelfde erfelijke overeenkomsten hebben (eeneiige hebben identieke genen, tweeëeiige hebben ca. 50 procent gemeenschappelijk).

De test vereist een bepaald minimum aan muzikale ervaring: bekendere melodieën worden vaker goed gescoord dan minder bekende. De onderzoekers vermoeden dat een minder cultureel bepaalde manier van testen waarschijnlijk een nog veel hogere mate van erfelijkheid zal opleveren.

In een eerder onderzoek, uit de jaren veertig, met hetzelfde systeem van melodieherkenning (onder niet-tweelingen) werd een scherpe scheiding gevonden tussen mensen die 23 of meer melodieën goed determineerden (met of zonder fout) en mensen die veel meer fouten vonden. Deze laatste groep, van circa 5 procent, werd als `toondoof' getypeerd. In het huidige onderzoek werd zo'n strenge scheiding niet gevonden: de overgang tussen meer dan 23 goed en de rest verliep heel geleidelijk. De meeste deelnemers scoorden meer dan 23 goed, maar volgens de oude criteria zou toch nog een derde als toondoof moeten worden getypeerd. De huidige onderzoekers zien daarom weinig in deze oude averdeling. Eén deelnemer had overigens slechts 9 melodieën correct gescoord.

In hoeverre dit onderzoek iets zegt over erfelijkheid van muzikaliteit in het algemeen is overigens onduidelijk. Herkenning van overbekende melodietjes is nog wel wat anders dan het zelf musiceren of, nog hoger op de schaal van muzikaliteit, het componeren van mooie complexe muziek.