KINDEREMOTIES ALS DRAMA

Mini-macho's die zeggen nooit bang te zijn en het woord `sorry' niet over hun lippen krijgen. Meisjes die altijd lief zijn en nooit boos worden.

Dit cliché van jongens- en meidengedrag is nog altijd realiteit op het schoolplein. ``Er zijn kinderen die bepaalde emoties niet kúnnen laten zien'', is de ervaring van dramadocent Joke de Heer. ``Het botst met hun imago, hun cultuur, vooroordelen, schaamte of verlegenheid.'' Om dat taboe te doorbreken ontwikkelde De Heer, samen met Maarten Vos van Kunstweb (`Amsterdamse steunfunctie voor kunstzinnige vorming'), dramalessen waarin kinderen oefenen hun gevoelens te uiten en er mee om te gaan.

Het dramalokaal van basisschool De Kraal in Amsterdam is een noodlokaal op een schoolplein dat ingeklemd ligt tussen flats. Met zwarte lappen voor de ramen, vochtplekken op het plafond en een kapotte verwarming is het niet de meest inspirerende omgeving voor een bruisende toneelochtend, maar dat kan de leerlingen niet deren. Vandaag is de afsluiting van het thema `verdriet'. Priscilla (10) vertelt dat zij verdrietig was toen zij op vakantie was in Suriname en afscheid moest nemen van haar zus die niet meeging naar Nederland. ``Kom, we spelen het even na'', zegt Joke de Heer, terwijl ze gaat staan. ``Nou dag zus, veel plezier in Nederland, daaag'', zegt ze en ze omhelst Priscilla. Die maakt zich los, draait zich om en loopt weg, met haar handen voor haar gezicht. ``Weet je dat ik er zelf een beetje verdrietig van word als we dit naspelen?'', zegt De Heer. ``Ging het zo in het echt?'' Priscilla knikt. ``Ja, maar ik schreeuwde er ook nog bij.'' ``Je schreeuwde dat je bij je zus wilde blijven?'' Priscilla knikt weer. ``Zou je dat hier ook durven spelen?'' Nu schudt Priscilla haar hoofd. ``Oké, geeft niks, ga maar weer zitten.''

De Heer en Vos ontwikkelden hun lesprogramma speciaal voor De Kraal, maar inmiddels hebben ook andere scholen belangstelling en zijn de auteurs op zoek naar een uitgever. De Kraal is een zogenaamde kunstmagneetschool, waar kunst in al haar facetten veel aandacht krijgt. Het is ook een zwarte school en drama werd dan ook oorspronkelijk ingezet om de taalachterstand van nieuwe leerlingen te verkleinen. In de middenbouw ligt het accent anders: daar moet drama een brug slaan tussen de diverse cultureel bepaalde normen, waarden en gevoeligheden. Jongens en meisjes leren bijvoorbeeld dat samenwerken heel gewoon is. Hierbij bleek dat een aantal kinderen moeite had met het omgaan met gevoelens, vertelt De Heer. ``Sommige `macho' jongens kunnen niet van de ene emotie naar de andere gaan. We spelen bijvoorbeeld dat iemand nieuwe kleren heeft en ondergespat wordt door een brommer. Als die jongen bij zijn vriendjes komt, lachen zij hem uit. De jongen wordt boos en blijft boos. Sommige kinderen blijven hem uitjouwen en krijgen het niet voor elkaar de situatie open te breken door de vraag te stellen `wat is er nu eigenlijk gebeurd?' Dat oefenen we nu.'' Vos vindt het juist voor jongens belangrijk: ``Zij groeien vaak op in een cultuur waarin voor bepaalde gevoelens geen ruimte is.''

In de les van vandaag dienen de ervaringen van de leerlingen als uitgangspunt. Toch laat niet iedereen het achterste van zijn tong zien, zo blijkt. Als alle leerlingen naar hun klas terug zijn en de docenten even koffie halen, vertellen Priscilla en Hasna (10) dat ze niet zonder meer op hun werkblad opschrijven wat hun hart hun ingeeft. ``Ik schrijf niet op waar ik écht verdrietig over was, anders zou ik hier weer moeten huilen en dat wil ik niet'', zegt Priscilla. Hasna knikt. ``En toen we het over `boos zijn' hadden heb ik niet opgeschreven waar ik écht boos over was, want dat mocht niet van mijn moeder.'' De Heer geeft later toe dat ze soms twijfelt aan de echtheid van de verhalen. ``Bij het thema `bang zijn' hebben we een toneelstukje gespeeld rondom een achtervolging. Toen ik later de ervaringen van de kinderen las, kwam ik maar al te vaak een achtervolging tegen. Daar zette ik toen grote vraagtekens bij.'' Het kan natuurlijk zijn dat kinderen gewoon niks weten te verzinnen, maar volgens Vos en De Heer duidt het fantaseren op een gebrek aan veiligheid, thuis of in de klas. ``Hoe veiliger kinderen zich voeler, hoe echter hun verhalen zijn'', aldus Vos.

Soms komen onbedoeld de échte gevoelens naar boven waar het in het leven buiten het dramalokaal om draait. Vandaag gaat een jongen écht huilen als drie klasgenoten tijdens zijn optreden zitten te smoezen. In plaats van de donderpreek die hij als boze vader moet afsteken rollen er grote tranen over zijn wangen. De Heer legt het spel meteen stil. ``Ze zeiden dat ik niet goed kan spelen'', snikt de jongen. ``Vinden jullie dat hij niet goed speelt?'' vraagt De Heer aan het drietal, dat ongemakkelijk op hun stoelen heen en weer schuift. Eén van hen is niet van plan zich zonder slag of stoot over te geven. ``Eerlijk gezegd niet. Hij accepteert niet dat hij niet goed kan spelen.'' ``Nou, ik ben het niet met je eens'', antwoordt De Heer. ``Ik vind dat hij het hartstikke goed doet. Hoe kunnen jullie het weer goed maken?'' ``Sorry zeggen'', antwoordt een van de jongens schoorvoetend. Dan pakt De Heer het spel weer op. Later zegt ze: ``Hier is veel meer aan de hand. Groepsconflicten komen hier altijd op tafel, maar het is niet mogelijk dat hier allemaal op te lossen. Ik probeer het te sturen, laat iemand `sorry' zeggen en al voelt hij het niet echt zo, hij heeft het in ieder geval een keer gezegd.''

Je eigen gevoelens leren (h)erkennen en andermans gevoelens leren respecteren vormt de kern van de lessen emotionele vorming. Maar gaat de school daarmee niet te veel op de stoel van de ouders zitten? ``De ouders van deze kinderen zijn sociaal niet zelfredzaam'', reageert De Heer, die een vergelijking trekt met witte scholen waar zij les geeft. ``Daar hoef ik niet apart te oefenen met emoties. Ik neem ze direct op in het spel.''

Vos is het niet eens met De Heers culturele inperking van het probleem. ``Taboes komen in alle lagen van de bevolking voor.'' Ter illustratie vertelt hij over zijn eigen jeugd waarin het overlijden van zijn moeder toen hij acht jaar was een onbespreekbaar onderwerp was. ``Het creëren van openheid is voor iedereen belangrijk. Daar helpen deze lessen aan mee.''

Of de dramalessen ook daadwerkelijk gedragsverandering bewerkstelligen, is niet onderzocht. Vos denkt dat daarvoor de twaalf dramalessen onvoldoende zijn. ``Daarvoor moeten de lessen worden ingebed in de pedagogische aanpak van de school waarin aandacht is voor sociale vaardigheden. De groepsleerkracht vervult hierin een centrale rol.'' Groepsleerkracht Magda Tilanus vindt dat haar leerlingen zich dankzij de dramalessen meer durven uiten. ``Ze zijn opener. Maar op sommige leerlingen hebben de dramalessen geen effect. Het ligt aan het soort kind en aan zijn achtergrond. Als daar weinig aandacht is voor emotionele ontwikkeling en sociale vaardigheden hebben de lessen minder effect.''

Meer informatie: Kunstweb tel. 020 520.5380.