Kamer tegen sluiten lerarenopleidingen

Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat bedreigde lerarenopleidingen open moeten blijven.

Geschrokken zijn de onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer van de aankondiging van hogeschoolbesturen dat ze de minst rendabele tweedegraads lerarenopleidingen willen gaan sluiten. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat, gezien het tekort aan leraren, onverantwoord. De SP gaat Kamervragen stellen.

Alle zeven hogescholen die tweedegraads lerarenopleidingen aanbieden waar studenten opleid worden tot leraar in het voortgezet onderwijs willen komend studiejaar beginnen met het sluiten van opleidingen. Het gaat daarbij juist om de vakken waar het lerarentekort het grootst is, zoals bèta-vakken, aardrijkskunde, geschiedenis en moderne vreemde talen met uitzondering van Nederlands en Engels. De hogeschoolbesturen vinden het niet langer verantwoord om de sterk verlieslijdende opleidingen, die weinig studenten trekken, ten koste van andere opleidingen binnen de hogescholen in de lucht te houden. Bovendien zeggen zij niet langer te kunnen instaan voor de kwaliteit.

Eén van de grootste problemen voor de lerarenopleidingen is het gebrek aan studenten en daarmee het gebrek aan inkomsten. Ondanks inspanningen van het ministerie van Onderwijs, met onder meer een promotiecampagne, lukt het niet om de instroom in de tweedegraads lerarenopleidingen op te voeren. De afgelopen jaren nam het aantal studenten gestaag af tot 16.000 in 1999 aan zeven hogescholen. De opleidingen verwachten dat die daling doorzet, gezien het onaantrekkelijke imago dat het lerarenberoep nog steeds heeft en het aantrekkelijke arbeidsperspectief van veel andere studies.

De cijfers schetsen een somber toekomstperspectief. Het ministerie verwacht op grond van gegevens van het reasearchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt (ROA) dat het lerarentekort de komende jaren alleen maar zal toenemen. Voor het voortgezet onderwijs wordt de piek pas verwacht in 2004. Jaarlijks zijn gemiddeld 5.500 nieuwe leraren nodig. In het middelbaar beroepsonderwijs gaat het jaarlijks om 2.500 tot 3.500 nieuwe leraren, die voor een deel ook uit de lerarenopleidingen moeten komen.

Volgens PvdA en D66 moet de minister financieel bijspringen om de lerarenopleidingen te behouden. Leraren zijn broodnodig, stelt Kamerlid U. Lambrechts (D66). ,,Onderwijs zonder leraren is een duivels perspectief. Je hoort wel beweren dat computers leraren kunnen vervangen, maar dat is in het basis- en voortgezet onderwijs geen alternatief. Daar is iemand nodig die de stof uitlegt en verbanden aangeeft.''

Dus moet in de leraren geïnvesteerd worden, vindt ze. In de salarissen, de secundaire arbeidsvoorwaarden en, indien nodig, zeker ook in de opleidingen. Ook Kamerlid M. Hamer (PvdA) vind dat de minister geld moet bijpassen als de opleidingen het niet kunnen bolwerken. ,,Ik denk aan een bodembedrag waarbij de maatschappelijk zeer belangrijke opleidingen ondanks het tekort aan studenten toch in stand kunnen worden gehouden.''

VVD en CDA vinden dat de hogescholen zich verantwoordelijk moeten blijven voelen voor de lerarenopleidingen. Het gevolg van sluiting zou zijn, zegt Kamerlid C. Cornielje (VVD), dat commerciële opleidingen in dat gat springen. Op zichzelf heb ik daar geen bezwaar tegen. Alleen verwacht ik dat de hogescholen dan opeens moord en brand schreeuwen.''

Zowel VVD als CDA denkt dat de opleidingen efficiënter georganiseerd kunnen worden. Zij zouden gezamenlijk kunnen komen tot een taakverdeling waarbij de ene hogeschool zich bijvoorbeeld concentreert op de talenopleidingen, een ander op de bètavakken en weer een ander de gamma-lerarenopleidingen aanbiedt, zegt Cornielje. ,,De huidige versnippering is duur, dat kan veel doelmatiger.''

Hogeschoolbestuurders brengen hier tegenin dat hbo-studenten traditioneel de voorkeur geven aan een hogeschool dicht bij huis. Zij geloven niet dat studenten zo gemotiveerd zijn dat ze voor hun opleiding willen verhuizen. Volgens hen zullen studenten dan voor een andere opleiding kiezen en zou hun aantal nog verder afnemen.

Kamerlid C. Ross (CDA) suggereert een clustering binnen hogescholen. Doordat studenten sinds 1990 nog maar voor één vak worden opgeleid, moeten hogescholen vele aparte opleidingen in stand houden met de volledige infrastructuur die daarbij hoort van personeel tot studiegids. Ross: ,,Je zou kunnen overwegen aanverwante opleidingen samen te voegen, waarbinnen studenten in twee vakken een lesbevoegdheid kunnen halen. Zo ging dat tot tien jaar geleden. En eigenlijk was dat zo gek nog niet.''