IJZIG VULKANISME VERVORMDE JUPITER-MAAN GANYMEDES

Amerikaanse onderzoekers hebben met behulp van stereobeelden het ontstaan van de helderste gebieden op Ganymedes weten te verklaren (Nature, 1 maart). Ganymedes is met zijn diameter van 5260 kilometer de grootste maan van Jupiter en zelfs van het gehele zonnestelsel. Een deel van zijn oppervlak bestaat uit oude, donkere gebieden die bezaaid zijn met inslagkraters en uit een mengeling van gesteenten en ijs zijn opgebouwd. Deze gebieden worden afgewisseld door langgerekte, vlakke of met breuken doorsneden terreinen die veel helderder zijn en vrijwel geheel uit ijs (van water) bestaan.

Deze lichtere gebieden moeten zijn ontstaan toen het oppervlak van Ganymedes in een ver verleden ingrijpend werd veranderd. De manier waarop dat gebeurde was tot nu toe niet duidelijk omdat astronomen alleen over tweedimensionale beelden van het oppervlak van Ganymedes beschikten en daardoor geen inzicht in de werkelijke topografie hadden. Paul Schenk en zijn collega's hebben nu met behulp van opnamen van de Voyagers (1979) en Galileo (die al vijf jaar om Jupiter draait) van enkele gebieden stereobeelden samengesteld, waardoor ook informatie over het reliëf werd verkregen.

Uit deze stereobeelden hebben de onderzoekers onder meer afgeleid dat de heldere, vlakke terreinen op Ganymedes in het algemeen 100 tot 1000 meter onder het niveau van de omringende, ruwere en oudere terreinen liggen. Volgens de onderzoekers zijn deze vlakke terreinen het resultaat van cryovulkanisme, waarbij ijs met een viscositeit van die van magma langzaam uit het inwendige naar buiten werd geperst en de lagere delen van deze maan vulde. Deze lagere delen zouden tegelijkertijd zijn ontstaan door de vervorming en verplaatsing van stukken korst als gevolg van tektonische bewegingen.

Dit alles moet zich overigens niet lang na het ontstaan van Ganymedes hebben afgespeeld, omdat de nu waargenomen sporen de allerlaatste stuiptrekkingen van het cryovulkanisme zijn. Dit ijs-vulkanisme (dat niet moet worden verward met de werking van gletsjers op aarde) vond waarschijnlijk plaats in de tijd dat het inwendige van Ganymedes gedeeltelijk was gesmolten. En dit was waarschijnlijk weer een gevolg van het feit dat Ganymedes toen een periode doormaakte waarin hij door de getijdenwerking van zijn naburige manen (Europa en Io) en van Jupiter werd `gekneed' en verwarmd.