HET PUBLIEK

Bij de start schoon en fris, bij de finish vies en gebroken. Modder, regen, wind en bladeren vormen de obstakels op weg naar de eindstreep. Bij het veldlopen wint niet altijd de beste atleet, maar de sterkste loper met de slimste adjudanten. Langs de kant leeft het handjevol toeschouwers intensief mee. De adjudanten – ze komen niet voor de sport, maar voor de atleet. Vaak hun zoon, vriend, broer of pupil. Ze komen niet om te kijken, maar om te helpen. Een trouwer publiek dan het veldlooppubliek is bijna niet mogelijk.

Ze moedigen aan, sjouwen met sportdrankjes, lopen met dekens, wachten met bloemen, leggen een arm over de vermoeide schouders en delen er bemoedigende klopjes op uit. Ze zijn geen supporters, maar begeleiders. Ze spelden het rugnummer op, pakken een jasje aan, nemen de looproute door en plaatsen vlak voor de start de chip op de schoenen voor de tijdregistratie. Maar voor de zekerheid drukken de begeleiders bij het vertrek ook nog de stopwatch in. Want wie over veldlopen praat, praat over tijden. Dertien kilometer en driehonderd meter in 44 minuten en 59 seconden; de tijd van nationaal kampioen veldlopen Kamiel Maase vorige week in Kerkrade. Zonder zijn begeleiders was hij niet in zijn missie geslaagd. De kampioen was zijn clubtenue vergeten. Gelukkig werd een clubgenoot gevonden die bereid was een schoon kloffie te lenen. Deze kreeg een vuil shirt terug, maar het was wel het kampioensshirt.

Dit is de 21ste aflevering van een serie over publiek.