`Het is voorbij, het is voorbij'

Volgens vertrekkend PvdA- penningmeester Jan van Ingen Schenau (53) moet de partij zich drastisch vernieuwen: minder vergaderen, en meer actievoeren. `Het zal moeilijk worden, het zal pijn doen, maar een andere weg is er niet.'

De penningmeester van de Partij van de Arbeid neemt afscheid. Wie niet, in die kring? Vrijwel het voltallige PvdA-bestuur wordt volgend weekeinde, op het partijcongres in Rotterdam, na bewezen diensten hartelijk bedankt, zo niet afgedankt. Diverse bestuursleden hadden gehoopt opnieuw te worden gevraagd door een partijcommissie die een kandidatenlijst heeft voorbereid. Maar de telefoon ging slechts bij de zittende `secretaris buitenland' – en verder bij niemand.

Penningmeesters van politieke partijen zijn betrekkelijk onzichtbare functionarissen. De PvdA-kassier heeft de afgelopen jaren evenmin in het brandpunt van de belangstelling gestaan. Of het moet zijn omdat zijn financiële strijd met de gevallen partijvoorzitter Marijke van Hees vorig najaar enkele malen lelijk heeft opgespeeld in de publiciteit.

Het is niet om zijn penningmeesterschap dat de PvdA volgende week een tamelijk onbekende maar zeer invloedrijke partijcoryfee uitzwaait. Zijn naam: Jan van Ingen Schenau, communicatiedeskundige, brein achter een lange reeks PvdA-verkiezingscampagnes sinds de jaren zeventig.

Eerst maar even een vuiltje weggepoetst. Over zijn botsingen met de gevallen voorzitter Marijke van Hees wil hij niet praten. Vrij Nederland berichtte in september vorig jaar dat Van Hees (`Marijke Peper') had gerommeld met declaraties en dat er onmin was geweest over een dure managementopleiding in werkgeverscentrum De Baak te Noordwijk. ,,Onjuiste berichtgeving'', zo heeft Van Ingen Schenau in die dagen met kracht herhaald. Twee maanden later bleek dat andere geldkwesties wél hadden gespeeld tussen de voorzitter en de penningmeester: over een dienstauto met chauffeur, over een pied à terre in Den Haag.

Twee zinnen, van tevoren in zijn hoofd geprent, wil Van Ingen Schenau slechts over Van Hees uitspreken. Ze luiden: ,,In de anderhalf jaar van haar voorzitterschap heb ik Marijke van Hees geen enkel interessant politiek initiatief zien nemen. Als manager was ze een paar maten te klein en in haar streven naar betere secundaire arbeidsvoorwaarden was ze een paar maten te gulzig.''

Daar moet de geschiedschrijving het mee doen? ,,Ja echt, ik heb het boek-Van Hees van a tot z gelezen, het is niet interessant, dus ik sla het niet meer open.''

Over zijn eigen rol in de bestuurscrisis, die de stemming in de hele PvdA het afgelopen half jaar zwaar heeft gedrukt, toont hij zich openhartiger. ,,Ik schaam me diep voor mijn eigen aandeel in de hele affaire die de partij in zo'n kwaad daglicht heeft gesteld.''

Twee fouten zegt hij, achteraf bezien, te hebben gemaakt. Eén: ,,Toen Vrij Nederland in september met dat verhaal kwam, had ik meteen de boel op tafel moeten gooien. Ik had moeten zeggen: het verhaal klopt niet, maar dit en dat heeft wel gespeeld. Dan was de kwestie niet maandenlang blijven doorzieken.'' En twee: ,,Ik had zelf ook moeten opstappen als lid van het partijbestuur. Half september kwam ik erachter wie van de bestuursleden naar Vrij Nederland had gelekt. Op dat moment had ik mijn jas moeten aantrekken en moeten zeggen: aju, zo gaan we niet met elkaar om, ik wil hier niks meer mee te maken hebben.''

Bijna was Van Ingen Schenau tussentijds vertrokken. Half november heeft hij een afscheidsbrief geschreven, op de ochtend na een partijavond in Utrecht waarop het gescheurde partijbestuur zich tegenover het afdelingskader had verantwoord. ,,Ik was totaal verpletterd. `Binnenkort rekenen we met jou af', was me vanuit de zaal toegesist. Ik heb Ad Melkert gebeld en gezegd: ik kap ermee, onmiddellijk. De PvdA is een hobby van me, maar dit is ab-so-luut niet leuk meer. Ik heb me toen toch weer laten ompraten. `Joh, blijf nou, nog een paar maanden, de rotzooi is zo al groot genoeg.' Achteraf zeg ik: stom! Maar ik ben gebleven.''

De dagen van reflexie zijn aangebroken. ,,Merkwaardig is dat hè'', zegt hij, in een Amsterdamse broodjeszaak met veel `koffie verkeerd'. ,,Heb je jarenlang als adviseur gewerkt, heb je vaak onder moeilijke omstandigheden steeds tegen mensen geroepen: dit moet je doen!, dat moet je laten! Maar als je dan zelf in zo'n bestuurscrisis zit, maak je de ene fout na de andere. Je zit op een glijbaan met pek: je komt er niet vanaf, je zakt langzaam de put in. Ik ben een heel slechte adviseur van mezelf geweest – dat heb ik ervan geleerd.''

Sahara

De 53-jarige is pas teruggekeerd van een twee maanden durende rondreis door de Sahara: gebruind en vol indrukken van diepe armoede. Komend najaar gaat hij opnieuw twee maanden op reis. En tussendoor: ,,Wandelen. Twee, drie uur per dag. Heerlijk. Ik heb een hond die bijna versleten is van het wandelen.'' Het is een belangrijke levensvervulling voor de financieel onafhankelijke ex-partner in het communicatiebureau BBK, die in 1991 zijn aandeel heeft verkocht, die van 1994 tot 1998 heeft gewerkt als hoofd communicatie van de NV Luchthaven Schiphol en intussen ook ,,heel veel andere leuke dingen'' heeft gedaan.

Hij praat afwisselend met bas- en tenorstem, in een flux de bouche waarin hij woorden herhaalt om ze nóg meer kracht bij te zetten. Hij zegt: ,,Je moet bouwen, bouwen, bouwen aan een verkiezingscampagne.'' En: ,,De PvdA moet afrekenen met die cultuur van beheersen, beheersen, beheersen.''

In 1972 `deed' hij zijn eerste campagne – ,,als jongmaatje, gewoon tekstjes schrijven, affiches maken''. Bij de verkiezingen van 1977, `Kies de minister-president', Den Uyl, was voor hem een rol in de campagneleiding weggelegd. ,,Dat ging toen nog tamelijk amateuristisch. Den Uyl begreep niets van campagne voeren. Die dacht: als ik 'ns een toespraak houd voor ondernemers, dan heb ik die ook weer mooi op hun plek gezet en klaar. Den Uyl stuurde altijd Liesbeth naar campagnebesprekingen; die had daar wel gevoel voor. Dan hesen we Joop in een nieuw pak, met nieuwe schoenen aan, en dan stuurden we hem naar Sonja Barend. Dat was toen nog met één telefoontje te regelen. Daarmee had je in één klap heel progressief Nederland bediend. Tegenwoordig moet je voor tien, vijftien media hetzelfde verhaal afdraaien om een zelfde bereik te krijgen.''

In de loop van de jaren tachtig hebben, mede door toedoen van Jan van Ingen Schenau, de `focusgroepen' hun intrede gedaan in de Nederlandse politieke campagnes. Het zijn groepen `gewone' burgers die diepgravend worden ondervraagd over politieke thema's en over het imago van leidende politici. Ook fungeren ze als `proefkonijnen' waarop het effect van verkiezingsleuzen, campagne-issues en wervend drukwerk wordt getest. Het is een marketingtechniek die in toenemende mate bepalend is voor de wijze waarop partijen zich profileren tegenover de kiesgerechtigde burgers.

Van Ingen Schenau hoort niet graag dat de focusgroep-methode heeft bijgedragen aan een verschraling van de politieke cultuur, waarin de kracht van idee en ideaal zou zijn ingeruild voor het cultiveren van impact en image. ,,Ho wacht!'', roept hij. ,,Ik ben een sociaal-democraat, ik heb verstand van communicatie, maar ik ben geen politicus. Ik ben niet verantwoordelijk voor het afschudden van ideologische veren. We moeten hier wel even een paar dingen goed uit elkaar houden.''

Politieke vergaderingen vindt Van Ingen Schenau ,,eigenlijk niet interessant''. Hij kijkt ,,met de ogen van gewone mensen'' naar de politiek. En aangezien de politiek nauwelijks nog via directe waarneming, maar vooral via een breed scala van media bij mensen terechtkomt, ,,moet je dus heel goed kijken hoe de politiek bij mensen overkomt en hoe je met communicatietechnieken kiezers kunt beïnvloeden''.

Begin jaren negentig heeft hij anderhalf jaar door de Verenigde Staten rondgetrokken, in de nadagen van George H.W. Bush, in de aanloop naar het Clinton-tijdperk. Primaries, conventies, campagnes – alles heeft hij van nabij meegemaakt. In 1993 keerde hij terug in Nederland met een geheel nieuwe kijk op campagne voeren. ,,Ik heb er geleerd dat je in verkiezingstijd zoveel mogelijk buiten de gevestigde parlementaire pers moet omgaan. Het format is simpel. Wim Kok bezoekt een bedrijf, hij praat niet alleen met de directie, hij praat ook met de leden van de ondernemingsraad want dat zijn onze mensen, hij praat met de lokale krant en hij gaat langs bij de lokale omroep. Zo heb je maximaal bereik onder gewone mensen zonder de vervorming van de Haagse media.''

Het heeft, daarvan is Van Ingen Schenau overtuigd, de PvdA in 1994 behoed voor een electorale ramp. Enkele maanden voor de verkiezingen stond de PvdA nog op 22 zetels in de peilingen: meer dan een halvering, als vierde partij van het land. Uiteindelijk bleef de schade beperkt. De PvdA haalde 37 zetels: nog altijd een enorm verlies (min 12), maar partijleider Wim Kok kon aantreden als de eerste sociaal-democratische premier sinds zeventien jaar.

,,Toen Kok in '86 als partijleider aantrad, zag ik onmiddellijk dat we met hem goud in handen hadden. Vanaf de eerste dag heb ik in de kwaliteiten van die man geloofd. Hij heeft een aantal communicatieve vaardigheden die echt maken dat hij van wereldklasse is.''

Het klinkt merkwaardig, uit de mond van een campagnestrateeg die heeft moeten aanzien hoe Kok tot 1998 stelselmatig verkiezing na verkiezing heeft verloren. En communicatief? In zijn directe omgeving is de premier berucht om zijn nukkige buien.

Ook hier verwijst Van Ingen Schenau naar de afspiegeling van de werkelijkheid. ,,De afgelopen twee maanden is de Wereldomroep mijn venster op Nederland geweest. Wat je daar allemaal over Kok hoort, klinkt bijna als een heiligverklaring. Die man kan zowat geen kwaad meer doen. De PvdA heeft nu bijna drie periodes achtereen zeer succesvol kunnen regeren. Daar gaat het om. Dit land had er nu niet zo stinkend rijk bijgelegen als Kok niet was begonnen met saneren en met hameren op werk, werk, werk.''

Een zelfde gouden toekomst voorspelt de communicatie-adviseur-in-bonus voor de zich nu warm lopende nieuwe PvdA-leider, Ad Melkert. Maar helemaal geknipt en geschoren voor het grote electorale werk is Melkert nog niet. ,,Zijn probleem is dat hij is verslingerd aan debatteren. Als een soort chirurg staat hij met een heel scherp mesje klaar om zijn opponenten uiterst vakkundig te fileren. Het is de vraag of hij daarmee ver komt bij de kiezers. Mijn antwoord is: nee. Melkert moet de omslag maken van Haags politicus naar politicus van de mensen. Hij moet z'n oriëntatie verleggen naar de samenleving. En dan niet even een paar weken stage lopen in een ziekenhuis en op een politiebureau, maar echt bouwen aan netwerken en allianties buiten het politieke circuit.''

Het is niet alleen een opdracht voor Melkert, maar even zo goed voor de hele PvdA. Van Ingen Schenau is ervan overtuigd dat de PvdA zich moet ontworstelen aan het vergrijsde ledenbestand dat via lokale afdelingen een rem zet op de noodzakelijke vernieuwing. ,,Het is voorbij, het is voorbij met de ledenorganisatie. De partij moet zich permanent richten op het informeren en mobiliseren van kiezers.''

Het klinkt als het Greenpeace-model, waarover in brede lagen van de partij met afgrijzen wordt gesproken. ,,Maar wat is daar eigenlijk mis mee? Feitelijk bestaat die situatie al. We hebben nu 58.000 leden, van wie er maar vier-, vijfduizend actief zijn. De rest is al donateur en doet verder helemaal niks voor de partij.''

Libelle

Ook deze kwestie heeft Van Ingen Schenau in focusgroepen laten onderzoeken. ,,De generatie boven de 60 staat met de rug naar de samenleving. Die is rijk, die wil genieten, die wil hooguit af en toe een zieke nicht naar het ziekenhuis rijden en verder niks. De generatie tot 35 jaar heeft helemaal niets met lidmaatschappen. Die beschouwt zichzelf als lid van de Libelle, echt, dat zeggen ze letterlijk. Dat je ook lid kunt zijn van een politieke partij, daar hebben ze nog nooit van gehoord, laat staan dat ze ooit lid zouden willen worden.''

Liever een groot netwerk van een paar honderdduizend donateurs die 25 gulden per jaar betalen, dan 60.000 leden die voor een veelvoud aan contributie evenmin bruisen van activisme. ,,Mensen vinden het hartstikke interessant om af en toe een debatje te leiden, of iets te organiseren, of iets te schrijven of zo. Maar dat hele circus van afdelingen en vergaderingen, daar krijg je echt geen nieuwe generaties meer warm voor. Als dat zo is, moet je niet in nostalgie blijven hangen. Dan moet je nieuwe manieren bedenken om de partij aantrekkelijk te maken voor nieuwe, jonge groepen burgers.''

De `kiezerspartij' is een partij ,,die permanent campagne voert'', die ,,zo min mogelijk vergadert en zo veel mogelijk activiteiten organiseert'', die ,,allianties sluit met vakbonden, met maatschappelijke organisaties, met vernieuwingsgezinde bedrijven''.

De PvdA heeft ,,nog maar een paar jaar'' om die omslag te maken. ,,Het zal moeilijk worden, het zal pijn doen, maar een andere weg is er niet. De vraag voor iedere organisatie is steeds: wil je beheersen, of wil je ideeën en creativiteit de ruimte geven? Als Ad Melkert de beheerscultuur weet te doorbreken en ruimte maakt voor gekte, dan wordt hij de nieuwe minister-president en zit de PvdA de komende tien jaar gebakken.''

En anders? ,,En anders wordt het wegkwijnen.''

Jan van Ingen Schenau, 35 jaar lid van de PvdA, bijna dertig jaar ervaring in campagne voeren, zijn frustratie verbijtend na de gekte in het bestuur van Marijke van Hees, ziet het scherp voor zich. Was het anders gelopen, dan zou hij graag aan een tweede termijn als penningmeester zijn begonnen, dan zou hij bij de verkiezingen van 2002 weer als campagnestrateeg aan de slag zijn gegaan. ,,Maar ach, de dingen gebeuren zoals ze gebeuren – om eens een diepe wijsheid van onze Grote Roerganger aan te halen.''

Jammer, maar vooral niet getreurd. Wat zou je klagen als je elke dag kunt gaan wandelen, met je bijna versleten hond in de Noord-Hollandse duinen.