Goed/fout

De correspondent van de Volkskrant in Zuid-Amerika, Ineke Holtwijk, nam donderdag in haar krant stelling tegen de Nederlandse behoefte tot be- en veroordelen. Naar aanleiding van de commotie over kroonprins Willem-Alexanders onbeholpen poging zijn eventuele toekomstige schoonvader te verdedigen tegen de beschuldiging van betrokkenheid bij het misdadige bewind van generaal Videla, merkte zij op dat de jongste geschiedenis van Argentinië te gecompliceerd is voor een waardeoordeel. Zij noemde de rol van Zorreguieta in 1976 `irrelevant' omdat (1) de meeste Argentijnen de coup wensten, (2) het buitenland het militaire ingrijpen verwelkomde en (3) de hoogste kerkelijke leiders de staatsgreep steunden.

Best mogelijk dat de rol dan wel bijrol van Zorreguieta gerelativeerd moet worden of in historisch perspectief zelfs kan worden verontschuldigd. Maar dan toch niet op grond van deze drie argumenten. Die gelden namelijk ook voor Videla zelf of voor een Pinochet. Schending van de mensenrechten kan onmogelijk worden goedgepraat met een beroep op de meerderheid, het Vaticaan of het State Department. Dat bedoelt Holtwijk natuurlijk ook niet. Zij geeft het Nederlandse publiek slechts in overweging niet te snel of lichtvaardig te oordelen en af te zien van wat zij beschouwt als typisch Hollandse staaltjes van moreel superioriteitsgevoel.

`Voor Nederland is goed en slecht een kwestie van een streep', schrijft Holtwijk. Alles wordt hier zwart-wit gezien, iedereen moet passen in een goed-foutschema, grijstinten lijken te ontbreken. Daarmee sluit de discussie over Zorreguieta naadloos aan bij het in Nederland telkens weer oplaaiende debat over goed en fout in de Tweede Wereldoorlog. De klacht dat goed of fout in Nederland te gemakkelijk worden verabsoluteerd (een kwestie van een streep), is ook de strekking van het onlangs verschenen boek Grijs verleden. Daarmee wil de historicus Chris van der Heijden, zoals hij in deze krant toelichtte, `afrekenen met het goed/fout-denken' over de oorlog.

Dat streven op zichzelf, voorzover het een streven is naar nuancering, historische precisering en begrip, is even nobel als het zoeken naar waarheid, maar Van der Heijden begint zijn boek met een poging af te dingen op de feiten. `Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte de oorlog nog erger.' Daarop volgt de mededeling dat tientallen miljoenen mensen het leven lieten. Was voor hen, de slachtoffers, de gesneuvelden, de vervolgden het verhaal erger dan de oorlog zelf? Als Van der Heijden zegt dat `in Nederland de feiten relatief klein, maar de aandacht voor de oorlog groot' is, dan sluit hij de slachtoffers buiten het verhaal: voor de slachtoffers kunnen de feiten onmogelijk `relatief klein' zijn. Voor hen maken we een buiging, maar tellen ze verder niet meer mee?

Hier heb je, of het nu over Zorreguieta of over de Tweede Wereldoorlog gaat, de moeilijkheid van het relativeren van de schuldvraag. Polemiserend tegen het verabsoluteren van goed/fout-denken, wat vroegere geschiedschrijving wordt aangewreven, dreigen in de `grijze' geschiedschrijving de slachtoffers uit het zicht te verdwijnen, tegelijk met de schuldigen. Want waar goed en fout zijn opgeheven, heeft niemand meer iets goeds en niemand ooit iets fouts gedaan. Dan maakt niets meer wat uit.

Een klein, maar veelbetekenend voorbeeld is het op één lijn stellen door Van der Heijden van twee als Vijftigers beroemd geworden dichters, Hans Andreus en Lucebert, die in 1943 samen naar het aanmeldingskantoor voor de Waffen SS zijn geweest. Van der Zant (Andreus) meldde zich aan en ging naar het Oostfront, Swaanswijk (Lucebert) tekende niet. Een belangrijk verschil, maar niet volgens Van der Heijden. Ook al wordt in zijn bron, de Andreus-biografie van Jan van der Vegt, duidelijk dat Andreus' pogingen om Lucebert `over te halen' mislukten, toch toont Van der Heijden zich verbaasd dat Lucebert niet het etiket `fout' opgeplakt kreeg. `Andreus wel. Toch was er tussen de mentaliteit van de twee vrienden nauwelijks of geen verschil.'

Dus Lucebert was ook `fout'? Dan is het verschil tussen toetreden tot de Waffen SS of dat nalaten niet van betekenis. Nuancering van het historische beeld mag je, zoals nu dreigt te gebeuren, niet verwarren met het tot irrelevant bestempelen van vragen over goed en kwaad.

In 1983 publiceerden de historici Bank (Oorlogsverleden in Nederland) en Blom (In de ban van goed en fout) pleidooien voor een nieuwe benadering van de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, minder doortrokken van moralisme dan het werk van De Jong en Presser, meer nuchter analyserend, minder een verhaal van louter helden en schurken.

Van der Heijden sluit daarbij aan, maar schiet naar mijn gevoel door. Noch Bank, noch Blom heeft, voorzover ik het indertijd heb begrepen, gepleit voor verwerping van de morele implicaties van de Tweede Wereldoorlog. Van der Heijden doet dat wel en zegt dat hij af wil van de oorlog als `moreel ijkpunt'. Maar het betreft hier normen die na 1945 zijn verankerd in het internationale recht, normen die universele gelding hebben en dus niet als tijd- en plaatsgebonden kunnen worden afgedaan.

Ik begrijp heus wel dat gelijkhebberig moralisme met een obligaat beroep op Auschwitz irritaties oproept, taboes in stand houdt en discussie kan blokkeren. Om met de bijbel te spreken: `Met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden' (Mattheus 7:2). Mede om die reden mag men nooit de kinderen beoordelen naar de daden van hun ouders. Dit Maxima-argument gaat ook op voor Chris van der Heijden. Hij hoopt terecht dat zijn boek niet zal worden gediskwalificeerd als het werk van een zoon van een lid van de Waffen SS. Omgekeerd is een foute vader ook geen argument voor relativisme.

Kunnen wij oordelen? Laten we het houden op de norm van Amnesty International die zegt dat tegenover het relativisme in kwesties van goed en fout de slachtoffertoets staat: verplaats je, alvorens te oordelen, in de slachtoffers van oorlogsmisdaden of politieke vervolging.