Een kijkje in de octrooicouveuse

Hoe belangrijk is onderzoek en ontwikkeling voor Philips? Een kijkje in de keuken van het Natuurkundig Laboratorium (NatLab) in Eindhoven geeft een indruk. Een blik op het slagveld buiten de muren van het technologisch bolwerk zegt nog meer. Octrooien zijn alles: ,,Als je een positie hebt doe je mee.''

Bedrijven als Philips, Nokia en Motorola bezitten octrooien die onmisbaar zijn voor de productie van gsm-telefoons. Wie de mondiaal geaccepteerde standaard wil gebruiken kan niet om de gevestigde orde heen. ,,Ze vragen twintig procent van de verkoopprijs'', verzucht de directeur van een anonieme gsm-fabrikant die met de octrooihouders onderhandelt. ,,Pas als je met ze gaat praten, kom je er werkelijk achter welke positie een bedrijf heeft. De octrooihouders zijn verplicht licenties te verstrekken tegen eerlijke en eensluidende voorwaarden, maar daar is weinig van te merken.''

In het totale octrooipakket rond gsm heeft Philips een aandeel van tien procent. Gebaseerd op een uitvinding uit 1987 heeft het elektronicaconcern een patent op de manier waarop analoge signalen (gesproken woord) worden omgezet in de digitale wereld (enen en nullen) van de gsm. ,,Ook in de communicatie tussen basisstations (zend- en ontvangstmasten) en terminal (mobieltje) hebben we belangrijke patenten'', zegt Ruud Peters, algemeen directeur van Philips Corperate Intellectual Property. ,,We verwachten dat onze positie in de volgende generatie mobiele telefonie tenminste even sterk zal zijn.''

Philips' octrooipositie betekent niet dat het bedrijf direct twee procent incasseert van alle gsm-mobieltjes die jaarlijks worden verkocht. Het betekent wèl dat de onderneming als gelijkwaardige partner aan tafel zit met de sterkste bedrijven op dit gebied.

,,Als je een positie hebt doe je mee'', zegt Rick Harwig, directeur van het Natlab. ,,Dit is mijn stapeltje octrooien en dat is uw stapeltje. De waarde van beide pakketten wordt bepaald en voor het restant moet betaald worden.''

Philips heeft een portfolio van 65.000 patenten. In het afgelopen jaar werden er 2.100 nieuwe gedeponeerd, 35 procent meer dan in 1999. Elke miljoen euro die aan onderzoek en ontwikkeling wordt besteed, levert een patent op, zo meldt het jaarverslag trots.

Hoe je de productie van wetenschappers opvijzelt wordt duidelijk in de gangen van het Natuurkundig Laboratorium. Er hangen posters: medewerkers van Philips Research die een octrooi deponeren krijgen een persoonlijke vergoeding van 1500 dollar. De vergoeding mag niet te hoog zijn, legt Peters uit. Onderzoekers moeten hun expertise delen.

Er zijn vestigingen van Shanghai tot Sunnyvale, maar het hart van Philips Research ligt nog altijd ingesloten tussen het riviertje de Dommel en de A2, de snelweg die het bedrijf via een intensieve lobby hoopt te laten uitbreiden met een extra afrit voor het eigen complex. Bouwwerkzaamheden zijn in volle gang op een terrein van circa dertig voetbalvelden groot dat over vijf jaar plaats moet bieden aan achtduizend mensen. Nu zitten er circa drieduizend. Behalve aan werknemers van Philips Research moet het terrein onderdak gaan bieden aan (delen van) de productontwikkeling van divisies als Semiconductors en Consumentenelektronica.

Cor Boonstra greep kort na zijn aantreden stevig in op het NatLab. Maar volgens ingewijden heeft de president in de loop der jaren meer en meer ontzag gekregen voor de technologische basis van het bedrijf. Ter bevestiging van dat beeld trad de topman enkele maanden geleden naar buiten met de -misschien wat overbodige- vaststelling dat Philips een technology company is.

Wie de proef op de som neemt op het Natlab ziet tussen de halfopenstaande deuren fascinerende proefopstellingen. Onderzoeker Gerwin Gelinck heeft een chipfabriekje gebouwd. Plastic elektronica, legt hij uit, is in theorie eenvoudiger en goedkoper te realiseren dan schakelingen op silicium, het materiaal dat nu wordt toegepast. Daarom kan Gelinck met zijn bescheiden opstelling een productieproces nabootsen dat nu een enorme fabriek vergt en een investering van miljarden.

Gelinck buigt het ronde plastic schijfje in zijn handen dubbel, met plakken silicium zou dit onmogelijk zijn geweest. De plastic elektronica is te gebruiken voor flinterdunne stickers met productinformatie en -later- als beveiliging tegen autodiefstal. Wanneer het eerste product op de markt, komt houdt Philips nog geheim.

Een trap op, twee deuren door en de miniatuur chipfabriek is veranderd in een woonkamer. NatLabdirecteur Rick Harwig heeft het al aangekondigd: ,,Hier komt alles bij elkaar. We doen onderzoek naar de materialen, maar we bestuderen ook de menselijke emoties. Dat is onze kracht.''

In de woonkamer staat een forse breedbeeld-tv. In de benedenhoek kijkt een tekenfilmhondje verwachtingsvol de kamer in. ,,Bello'', zegt onderzoeker Evert van Loenen. Het hondje spitst de oren. ,,Zet CNN op!'' De opdracht wordt uitgevoerd.

Het praten tegen een stripfiguurtje als Bello bevalt mensen beter dan het praten tegen een televisie. Ook al is de technologie van de spraakherkenning die erachter schuil gaat dezelfde.

Philips observeert graag hoe consumenten reageren op producten. Op de camera kan worden vastgelegd hoe een consument zijn nieuwe videorecorderuitpakt en worstelt met de handleiding. De afdeling `Personal Care' bespiedt de gebruiker van elektrische tandenborstel en scheerapparaat door het glas van de spiegel.

,,Maar de huidige faciliteiten zijn te beperkt'', zegt Vic Teeven. Hij neemt de bezoeker mee naar het HomeLab, een huis-in-aanbouw van twee verdiepingen. Vanuit een onzichtbare observatieruimte middenin kunnen twintig onderzoekers een gezin straks urenlang bekijken. Met 35 camera's en spiegelend glas blijft geen hoekje onbespied.

Philips gelooft dat consumenten de apparatuur die zij in huis gebruiken niet willen zien. Onderzoeksleider Emile Aarts van het project Ambient Intelligence voorziet dat de elektronica zal verdwijnen in de verf op de muur. Hij toont een film waarin een vrouw een strand met wuivende palmen tovert op het venster van haar appartement.

Vanaf het moment dat de radiobuis zich tot beeldbuis ontpopte is het onderzoek naar beeldschermen voor Philips altijd belangrijk geweest. Dat zich aan het begin van de 21ste eeuw zo veel technologieën aandienen om het vaandel van de conventionele beeldbuis over te nemen maakt het er niet makkelijker op. Philips claimt dat het meedoet in meer dan de helft van de belangrijke beeldschermtechnologieën. Zo'n brede inzet levert mislukkingen op. De laatste jaren gokte Philips bijvoorbeeld mis met platte lcd-schermen op basis van de zogenoemde diodetechnologie (gestopt in 1997). En met een methode voor het transporteren van elektronen in platte beeldbuizen (Zeus, gestopt in 1996).

Wat je niet in huis hebt kun je kopen, maar dan moet je wel weten wat er te krijgen is. Hierbij speelt Philips Research een belangrijke rol. Zo was de organisatie was nauw betrokken bij de vorige maand aangekondigde overname van het Amerikaanse E-Ink, een bedrijfje dat inkt ontwikkelt die via een elektronische schakeling van kleur kan verwisselen.

Toon Holtslag steekt niet onder stoelen of banken dat het Japanse Fujitsu de de enorme plasmaschermen heeft vervaardigd die bij hem aan de muur hangen. De onderzoeker probeert het Japanse concept uit te bouwen door gebruik te maken van Philips' expertise op het gebied van bewegende beelden: hoe kunnen de kleine ontploffingen van gas in elke pixel van de nieuwe beeldbuis worden omgezet in een zo natuurlijk mogelijk beeld.

,,Wij zijn experts in het aansturen van deze schermen'', zegt Holtslag. ,,We verkrijgen mooiere beelden met de beeldbuizen van Fujitsu dan de Japanners zelf.''

De aanpak, waarin Philips voortbouwt op vondsten van de concurrent, is zo oud als het bedrijf zelf. De onderneming is begonnen met het kopiëren van gloeilampen. Op het gebruik van de technologie was alleen in de Verenigde Staten octrooi aangevraagd. Philips kon de productie in Europa ongehinderd op zich nemen en stapje voor stapje verbeteringen aanbrengen in de technologie.

,,Er is niemand meer die het vakgebied van de displays helemaal afdekt'', zegt Natlabdirecteur Rick Harwig. ,,Maar wij hebben wel kennis in huis op het gebied van fosforen, kleurenfilters, kanonnen, glastechniek en maskerplaten. Dat overzicht heb je nodig om mee te kunnen doen in de productie van massa-elelektronica. Je moet consequent investeren en leren van wat er gebeurt. Als je producten massaal in de markt wil brengen heb je tijd nodig.''

Eliav Haskal werkt met beeldschermpjes die een factor honderd kleiner zijn dan de plasmaschermen van Toon Holtslag. PolyLEDs heten ze, en anders dan de lcd-schermen in de mobieltjes van vandaag blijft het beeld duidelijk zichtbaar als je er van opzij tegenaan kijkt. Evenals Gerwin Gelinck in zijn miniatuur chipfabriek gebruikt Haskal de nieuwe mogelijkheden van plastic.

De PolyLEDs zullen binnenkort worden toegepast in de displays die Philips Components verkoopt aan fabrikanten van mobieltjes. Een proeffabriek in Heerlen schakelt dit jaar over op de commerciële productie ervan. Het vinden van een markt voor hun vindingen is cruciaal voor de medewerkers op het NatLab. ,,Als je niet onder woorden kunt brengen hoe met je vinding op termijn geld kan worden verdiend, dan zul je het hier knap moelijk hebben'', zegt Harwig.

Onderzoekers wordt geleerd hoe zij de commerciële waarde van hun vinding over het voetlicht kunnen brengen. Die vaardigheid is bijvoorbeeld nodig in presentaties voor productdivisies, de financiers achter tweederde van het budget van ruim 250 miljoen euro dat Philips Research jaarlijks te besteden heeft voor zuiver onderzoekswerk.

In het bedrijfsblad Mondial sprak directeur Ad Huijser van Philips Research onlangs zijn frustratie uit over een gevoel van déjà vu. In de jaren dat hij werkte in Silicon Valley kwam hij beginnende bedrijfjes tegen die werkten met ,,technologie die Philips twee of drie jaar eerder op de plank had gelegd''.

Het bedrijfje Tivo uit Californië is in dit kader een mooi voorbeeld. Philips investeerde twee jaar geleden in dit bedrijf en maakt nu in opdracht van de Amerikanen digitale videorecorders, handiger en veel sneller dan de conventionele apparaten. Een team op het Natlab had de technologie voor het digitaal manipuleren van tv-beelden al jaren onder de knie, zo vertelde onlangs een Philipsonderzoeker tijdens een demonstratie. Maar Philips zag weinig in de marktintroductie van het concept. Het vermoedde, niet ten onrechte blijkt nu, dat bij reclamemakers en mediabedrijven weerstand zou ontstaan tegen een apparaat dat het wegsnijden van reclameboodschappen kinderlijk eenvoudig maakt.

Maar Philips is niet van plan zich door een Californische start-up te laten wegdrukken uit de markt voor televisie op maat. Het concern heeft onder de naam Storit een eigen product in de maak. Natlabdirecteur Harwig: ,,Het product zoals Tivo dat nu naar de markt brengt, is niet meer dan een vroeg en eerste experiment. In de wereld van de consumentenelektronica gaat niks snel. Internet is ook al meer dan 25 jaar oud. Als je wilt meedoen in deze industrie, dan moet je een lange adem hebben.''