DUBBELPRION DRINGT BINNEN EN SABOTEERT BIJ MEERDERE SOORTEN

Amerikaanse onderzoekers hebben met behulp van een synthetisch `dubbelprion' ontdekt hoe een prionziekte tussen twee niet-verwante gistsoorten kan worden overgedragen. Mogelijk levert dit aanwijzingen op voor de manier waarop mensen de ziekte van Creutzfeldt-Jacob kunnen krijgen door het eten van vlees van runderen met BSE (Nature, 8 maart).

Prionen zijn eiwitten die ziekteverwekkend worden als ze van vorm veranderen. Als een ziekmakende vorm in contact komt met een normale vorm dringt het prioneiwit de ander zijn abnormale structuur op. De ziekmakende prionen zijn onoplosbaar en onsplitsbaar voor eiwitafbrekende enzymen, zodat in de getroffen cellen dodelijke eiwitneerslagen ontstaan.

Het prion dat BSE veroorzaakt heeft de markante eigenschap dat het ook andere soorten, bijvoorbeeld de mens, kan infecteren. Een tweede unieke eigenschap van prionen is dat ze, zelfs bij genetisch identieke dieren, verschillende ziektebeelden kunnen veroorzaken. Dit kan samenhangen met het bestaan van meerdere ruimtelijke varianten van de prionen. Dat is bij zoogdierprionen technisch lastig te onderzoeken, maar met het in gist voorkomende Sup35 kan dit wel. Sup35 is een prioneiwit dat in gistsoorten de eiwitsynthese in de war stuurt.Bovendien is bekend dat de Sup35-prionen van bakkersgist en Candida albicans elkaar over en weer niet van vorm kunnen veranderen, zodat ze bruikbaar zijn om te onderzoeken onder welke voorwaarden deze prionen wél cellen van een andere soort kunnen infecteren.

De onderzoekers maakten een dubbelprion van twee stukken Sup35-prion, één van bakkersgist en één van Candida. Deze hybride vorm bleek in beide soorten onoplosbare ketens van prioneiwitten op te wekken. Dat gebeurde ook als het dubbelprion in een reageerbuis werd gemengd met `losse' Sup35-prionen van één van beide soorten. Die reactie komt wel pas na een half uur op gang, behalve wanneer er een condensatiekern wordt toegevoegd in de vorm van een stukje van de onoplosbare keten. Bestond die condensatiekern uit een keten van Candida-prionen, dan kreeg het eiwitneerslag van de dubbelprionen de structuur die bij neerslagen van Candida-prionen hoort. Mutatis mutandis gold hetzelfde voor bakkersgist-prionen.

Het dubbelprion kan dus beide soorten infecteren, maar er ontstaat het neerslag dat bij de geïnfecteerde soort hoort. Hieruit volgt dat prionen infectieus kunnen zijn voor andere soorten als zij daarvoor een geschikte ruimtelijke configuratie hebben. Aangezien van de prionen van BSE-koeien meerdere configuraties bekend zijn, is het denkbaar dat minstens één daarvan de overgang van rund naar mens heeft kunnen maken. Doorspeculerend vragen de onderzoekers zich af of de bron van de BSE-epidemie, diermeel bereid uit verbrande kadavers, niet in de hand heeft gewerkt dat het betrokken prion zeer hittebestendig is en in die vorm toevallig ook nog virulent voor mensen.