DNA-voedsel schiet tekort in kwaliteit

Voedsel van het land of uit het lab? Kunnen genetisch gemodificeerde gewassen een bijdrage leveren aan de oplossing van de milieuproblemen en de voedselschaarste op de wereld? Over deze vraag houdt De Rode Hoed in Amsterdam maandagavond in samenwerking met NRC Handelblad een discussie. Als voorproefje twee tegenover elkaar staande standpunten. Rob T.A. Janssen onderstreept de grote kansen die toepassing van biotechnologie in de landbouw heeft. Lucas Reijnders wijst op de gevaren en de niet-waargemaakte verwachtingen.

1. Patentering is nadelig voor kleine boeren

De wereldvoedselproductie staat voor grote uitdagingen. Daartoe behoren: een behoorlijk bestaan voor kleine boeren, betaalbaar voedsel voor de stedelijke armoedzaaiers en een meer regionale voedselvoorziening, met name in industrielanden.

Andere grote uitdagingen zijn: het tegengaan van het verlies aan vruchtbare grond, een verbeterde efficiency bij het gebruik van water en het vergaand terugdringen van ziekten en plagen. In technische zin moet het antwoord op deze uitdagingen vooral komen van aangepaste teeltsystemen en klassieke veredeling.

Het grote belang van klassieke veredeling hangt er vooral mee samen dat de benodigde aanpassingen meestal vele genen vergen. Klassieke veredeling is voor dat laatste veel beter geschikt dan genetische modificatie.

En patentering, die thans onlosmakelijk verbonden is met voedsel uit het lab, is in het nadeel van kleine boeren.

2. Onbedoelde kwaliteitsverminde-

ring van voedsel

Met gentechnologie worden wezenlijk nieuwe wegen ingeslagen. Net als bij het gebruik van synthetische chemicaliën dient men in zo'n geval bedacht te zijn op onbedoelde neveneffecten Beperken we ons daarbij tot gentech-gewassen, dan behoort daartoe de onbedoelde kwaliteitsvermindering van voedsel.

In dit verband gaat het om vragen als: leidt de genetische modificatie tot allergene (= allergie verwekkende) eigenschappen dan wel tot de vorming van toxische eiwitten? Of wellicht tot veranderingen in relevante nutriënten (voedingsstoffen)?

Daarnaast zijn er kwesties die samenhangen met ziekten en plagen. Is er bijvoorbeeld een verhoogde gevoeligheid voor schimmelinfecties of werkt het gewas resistente plaagorganismen in de hand? Vervolgens is er de kwestie: zijn er effecten betreffende de verscheidenheid van onschadelijke en nuttige, soorten op de akker?

En dan is er nog het risico van ongewenste `uitkruisingen'. In dit geval belandt de veranderde eigenschap onbedoeld en ongewenst in verwante soorten buiten het veld. Daartoe behoren de uitkruising naar gewassen die gentech-vrij moeten blijven (bijvoorbeeld in de EKO-landbouw) en uitkruisingen naar wilde verwanten die de overlevingskansen van de desbetreffende planten aanzienlijk beïnvloeden.

Om vragen over dit soort onbedoelde effecten te kunnen beantwoorden is een set empirische testen vereist met een goed voorspellend vermogen. Deze is er niet. Voor chemicaliën is zo'n set er wel.

3. Empirische testen schieten tekort

Veiligheidstoetsen van voedsel uit het laboratorium gebeuren in de praktijk vaak door vergelijking van het nieuwe eiwit dat planten geacht worden te produceren met bekende allergene en giftige eiwitten. In geval van chemicaliën zou een vergelijkbare toets (lijkt een nieuwe stof op bestaande vergiften?) worden weggehoond.

Empirische testen van gentech-gewassen worden op beperkte schaal gedaan. Als ze over giftigheid gaan dan betreffen ze veelal alleen de acute giftigheid. Dit is niet passend voor gewassen als maïs die in een veelheid van producten worden verwerkt.

Empirische testen op allergene eigenschappen kunnen alleen eiwitten ontdekken die zeer veelvuldig allergie veroorzaken.

Dit laatste is niet adequaat als het om gewassen gaat waarvan de producten door tallozen worden gegeten, zoals soja, rijst en maïs.

4. Onbedoelde stukken soortvreemd

DNA

Gentech-gewassen worden gemaakt met het oog op bepaalde beoogde nieuwe eigenschappen. Voorstanders van gentechnologie hebben er steeds op gewezen dat men bij genetische modificatie precies weet wat men doet, en dat zulks een groot voordeel is vergeleken met klassieke veredeling.

Op dit punt valt de praktijk evenwel tegen.

Het eerste gentech-gewas dat in Nederland op ruime schaal is gekweekt betrof een amylopectine-rijke aardappel. Bij nadere analyse bleek deze aardappel evenwel veel meer soort vreemd DNA te bevatten dan beoogd.

Op het onbedoelde DNA lag onder meer de ongewenste resistentie tegen het antibioticum amikacine. Ook in de glyfosaat-resistente soja van Monsanto bleken bij nader inzien onbedoeld stukken soortvreemd DNA te zitten. Monsanto praatte dit goed met de bewering dat de nieuwe eiwitten die daardoor kunnen ontstaan niet lijken op bekende allergene of giftige eiwitten.

Deze bewering biedt de zekerheid van gatenkaas.

5. Nieuwe eigenschappen lijken in

niets op de beloofde gouden ber-

gen

De nieuwe eigenschappen van gewassen die thans uit het lab komen betreffen vrijwel steeds één of meer van de volgende vier eigenschappen: antibioticum-resistentie, resistentie tegen breed-werkende onkruidbestrijdingsmiddelen (herbiciden), productie van een gif tegen insecten en steriliteit.

Antibioticum-resistentie dient in het veld geen nuttig doel en kan, gezien de bestaande problematiek rondom antibiotica-resistentie, worden gemist als kiespijn. De toepassing van steriliteit is een geëigende manier om boeren aan een leverancier te binden.

Met name de kleine boeren van deze wereld worden daar slechter van. En waarschijnlijk alleen de zaadleverancier beter. De resistentie tegen herbiciden bevordert in de praktijk de toepassing van zeer bezwaarlijke onkruidbestrijdingsmiddelen.

De bewering dat daardoor het totale gebruik van herbiciden daalt, wordt niet bevestigd door de beschikbare cijfers. En de productie van gif tegen insecten is steeds weer zo stom ingebouwd, dat deze welhaast een snelle resistentie ontwikkeling bij plaaginsecten moet uitlokken, waarna het gif waardeloos is.

Kortom de vier meest gebruikte nieuwe eigenschappen lijken in niets op de gouden bergen die vrienden van de gentechnologie plegen te beloven.

Gemodificeerde gewassen

Lezers kunnen via internet deelnemen aan deze discussie over de voor- en nadelen van genetisch gemodificeerde gewassen. Ze kunnen argumenten toevoegen en met elkaar in debat gaan. Ook kunnen zijn `stemmen' door aan te geven met welk betoog ze het eens zijn. Deze discussie is opgezet in samenwerking met de onafhankelijke politieke debatsite Referendum.NU.

DEBAT: www.nrc.referendum.nu

Lucas Reijnders is hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Open Universiteit.