De wederopbouw van de Duitse wetenschap

`In de nacht van 9 op 10 november 1989 kregen de onderzoekers van het DDR Georg-Forstner-station op de Zuidpool onverwacht bezoek van een Argentijnse collega met een fles zéér koele sekt om te klinken op de val van de Berlijnse Muur. ``Aber doch'': een telexbericht eerder die nacht was dus géén bewuste Falschmeldung van de Staatssicherheitsdienst geweest om te onderzoeken of men nog partijtrouw was; de Koude Oorlog was ècht voorbij.'

Aldus een fragment van de toelichting bij een model van een DDR-Zuidpoolbasis op de in 1995 geopende dependance van het Deutsche Museum in Bonn, die in 2000 reeds 100.000 bezoekers trok. Het museum in Bonn is een dochter van het rond 1900 gestichte en wereldberoemde Deutsche Museum in München. De tentoonstelling geeft een overzicht van de wetenschappelijke Duitse wederopbouw na 1945, het deel dat ontbreekt in München.

Aan de hand van honderd voorwerpen ziet men de hoogtepunten van onderzoek en techniek in de voormalige Bondsrepubliek en de DDR volgens een thematische opzet: `Grondslagenonderzoek', over de betekenis van natuurkunde, scheikunde, biologie en muziek; `IJsbreken' over de technologie in het gedeelde Duitsland; `Tussen hemel en aarde', over omstreden thema's en oplossingen in wetenschap en techniek; `Grensgangers', over interdisciplinaire wetenschapsbeoefening en internationale samenwerking en toegepast toekomstgericht onderzoek onder de titel `Traditie-Visie'.

Moderne techniek is vaak abstract en ingewikkeld: een clean room voor de vervaardiging van siliciumchips is moeilijker uit te leggen dan een stoommachine, want dat is een naakt ding. Daarom probeert men de objecten in Bonn via interactieve hulpmiddelen op het denkniveau van de bezoeker te brengen: van de eerste Duitse computer tot de airbag, van de kunststof plug tot de computerchip. Het museummotto `In Gespräch mit Wissenschaft und Technik' indachtig, kunnen bezoekers bij het maandelijkse evenement `Wissenschaft live' via een beeldtelefoon praten met belangrijke wetenschappers of virtueel bij hen aanschuiven en hen horen debatteren over bijvoorbeeld de risico's van gentechnologie. Ter verbreding van het draagvlak werkt het museum nauw samen met televisie, kranten en tijdschriften, zoals Bild der Wissenschaft.

Eén van de aantrekkelijkste en interessantste voorwerpen is het model van de ionenkooi uit 1953 van Wolfgang Paul (1913-1993). Paul was hoogleraar natuurkunde in Bonn, en ontving in 1989 samen met de Amerikanen Hans Demelt en Norman Ramsey de Nobelprijs voor natuurkunde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als kernfysicus betrokken bij massaspectroscopie, een techniek waarmee men atomen naar massa ordent.

De eerste jaren na de oorlog was dergelijk onderzoek door de Geallieerden verboden. Paul omzeilde deze hindernis door een ionenkooi te ontwikkelen, waarmee men elektrisch geladen atomen met behulp van zwakke wisselstromen kan opsluiten en hun massa kan bepalen. Dankzij dit fundamentele onderzoek werden in de jaren zestig instrumenten ontwikkeld voor onder andere snelle gasanalyses ten behoeve van het milieuonderzoek met een nauwkeurigheid van 10 gram.

Een van de grootste verrassingen in Bonn is de afdeling `Eisbrechen, waar men kan zien hoe in Oost-Duitsland wetenschap en techniek met bescheiden middelen soms een hoog peil bereikten. Het waren namelijk DDR-onderzoekers die vanaf 1985 met een zelf ontwikkelde ballonsonde als eersten het ozongehalte van de Antarctische dampkring maten en aantoonden op welke hoogte het ozongat optreedt.

Een hoofdrol in de wetenschap en technologie van de vroegere DDR speelt het Land Saksen, dat in de middeleeuwen al mijnbouw en industrie bezat en waar vele bekende uitvindingen vandaan komen: het damast in 1666, de vulpen in 1784 en de trommelwasmachine in 1907. In 1936 verscheen de Kine Exakta, de eerste kleinbeeldspiegelreflexcamera ter wereld, gebouwd door het in 1912 gestichte Nederlandse Ihagee Kamerawerk Steenbergen & Co in Dresden.

Na 1945 werd een deel van de industrie naar de Sovjet-Unie overgeheveld als schadeloosstelling; een ander deel werd omgezet in Volks Eigene Betriebe om voor deviezen te zorgen, zoals de camera- en de optische industrie. Dat lukte: de Exakta's- en Praktica's werden exportsuccessen, net als de Laser-Mikro-Analysator LMA 1 van Carl Zeiss Jena uit 1965, het eerste commerciële lasersysteem van de DDR dat slechts 24.000 Mark kostte en waarmee zestig chemische stoffen verdampt en geanalyseerd konden worden.

Dankzij dit kenniskapitaal werd Saksen na 1989 een `Wendesieger'. Exemplarisch is de loopbaan van de in 1907 geboren natuurkundige Manfred von Ardenne. In 1928 stichtte hij zijn instituut voor elektronenfysica in Berlijn, waar hij onderzoek deed op het gebied van radio- en televisietechniek en elektronenmicroscopen. In 1945 moest Von Ardenne zijn bedrijf overbrengen naar de Kaukasus, om mee te werken aan de Russische atoombom. Dat leverde hem de Stalinprijs op en in 1955 toestemming om terug te keren naar Dresden. Daar ontwikkelde hij in zijn naar DDR-maatstaven uitzonderlijk goed uitgeruste nieuwe privé-instituut een elektronenkanon om metaal op te dampen en legeringen en verbindingen te vervaardigen. Zo werden het westelijke handelsembargo ontkracht en de deviezenpot door export naar het Oostblok en vele westerse landen aangevuld. In 1991 zette Von Ardenne zijn instituut om in een GmbH. In 1997 overleed hij: opgegroeid in het Keizerrijk en de Weimarrepubliek, werkzaam geweest in Derde Rijk, Sovjet-Unie, DDR en de Berlijnse republiek. Een `Wendesieger' en waarschijnlijk ook een `Wendehals'.

Deutsches Museum Bonn, Ahrstraße 45, D 53175, Bonn, tel. 00 49 228 302 252, di-zo 10-18 uur. Entree: DM 7 volwassenen, DM 4 kinderen. Catalogus, 548 blz., paperback DM 48, linnen DM 98.