Boeren lijden onder dreigende rampspoed

Nederland blijft tot nu toe verschoond van een epidemie van mond- en klauwzeer. Agrariërs wachten angstig af.

Stress. De gemoedstoestand van boerin Jannie Lamberts uit Bathmen laat zich met één woord typeren. De knagende onzekerheid dat ook het bedrijf van haar en echtgenoot Herman geruimd kan worden, mist haar uitwerking niet. ,,We zijn mopperiger, maken sneller ruzie'', zegt de boerin. ,,En dat komt vooral omdat je er geen grip op hebt. Morgen kan onze veestapel weg zijn''. Om de onmacht te illustreren gooit ze haar armen in de lucht.

De melkveehouderij van Lamberts (zeventig melkkoeien) staat middenin het epicentrum van de BSE-gevallen. Negen van de veertien tot dusver aangetroffen BSE-koeien stonden in Oost-Nederland; vier daarvan in een straal van tien kilometer rond het bedrijf van Lamberts. En alsof BSE nog niet genoeg zorgen veroorzaakt, komt daar nu de angst voor mond- en klauwzeer over heen. In Overijssel zijn al drie schapenbedrijven preventief geruimd.

In heel het land zijn voorzorgsmaatregelen genomen. Boerenorganisaties hebben alle vergaderingen en bijeenkomsten tot 27 maart afgelast, uit angst voor het virus. Veemarkten zijn gesloten, paardensportevenementen afgelast, schapen mogen niet vervoerd worden. De angst is groot. Mond- en klauwzeer is een moeilijk te beheersen, zeer besmettelijke dierenziekte die zelfs door de mens kan worden overgebracht. Daarom blijven boeren thuis. Ze hopen en bidden dat de dreiging voorbijgaat. Bezoek is niet echt welkom. Naburige varkenshouders van de melkveehouderij van Lamberts hebben hun erf met kettingen afgesloten.

,,De dreiging van mond- en klauwzeer zorgt voor een sociaal isolement van boeren'', zegt Hans Janssen, sociaal-pastoraal werker van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) in Brabant en Zeeland. ,,Mensen zoeken elkaar niet meer op.'' Boerin Lamberts ondersteunt de maatregel om zo min mogelijk bij elkaar te komen, maar signaleert een negatief neveneffect. ,,Wij boeren hebben nu geen uitlaatklep meer. Kunnen elkaar geen moed meer inspreken.'' Als agrariërs elkaar nu treffen op verjaardagen of in een winkel in het dorp gaat het gesprek maar over één onderwerp: de dreiging van mond- en klauwzeer.

Het uitbreken van de epidemie in Nederland zou rampzalig zijn voor de agrarische sector. De rijksoverheid heeft het scenario al klaarliggen. Besmette gebieden worden geïsoleerd, bedrijven geruimd en grote aantallen beesten vernietigd. Dieren worden verbrand op de bedrijven, zeugen geaborteerd en biggen doodgespoten. Een nachtmerrie van veel boeren. ,,Je kunt je bijna niet voorstellen hoe vreselijk dat voor een boer is'', zegt Jannie Lamberts. Zelf was ze twee weken geleden een uur van slag toen ze hoorde dat in Geesteren een eerste boerderij wegens de dreiging van mond- en klauwzeer preventief geruimd werd. Nu volgen zij en haar echtgenoot het nieuws op de voet. ,,De geiten mogen los'', was het eerste wat Herman tegen Jannie zei toen zij gistermiddag terugkeerde op de boerderij. Minister Brinkhorst (Landbouw) heeft het verbod opgeheven om geiten te vervoeren, maar de overige voorzorgsmaatregelen zijn met twee weken verlengd.

Al zo veel plagen troffen de agrarische sector. BSE, dioxine, varkenspest en de maatregelen uit Den Haag om de mestproductie te verkleinen. De boeren staan continu onder druk. Lamberts signaleert lichtpuntjes. ,,Veel mensen leven met je mee, geven schouderklopjes. En boeren hebben vertrouwen dat ze ook dit overwinnen. Het is nu een kwestie van diep ademhalen.''

Met varkenshouder Hans Verhoeven uit het Brabantse Valkenswaard (170 zeugen, 1000 vleesvarkens) gaat het momenteel niet slecht. De varkensprijs zit, door de BSE-crisis, op recordhoogte en hij is zopas genomineerd voor de uitverkiezing tot `agrarisch ondernemer van 2001'. Of de prijs over twee weken wordt uitgereikt is hoogst onzeker, nu boeren niet meer bij elkaar komen. Verhoeven luisterde de afgelopen twee weken elk moment van de dag naar het nieuws, op zoek naar informatie over de dreigende epidemie. Verhoeven: ,,En 's avonds voor het slapen gaan nog even teletekst op, iets wat ik normaal nooit doe. Dat is de spanning, hè.'' Mond- en klauwzeer kan snel een einde maken aan de voorspoed van Verhoeven. Maar hij ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. ,,Er zijn maatregelen getroffen, het vasteland blijkt nog niet besmet en aan de grens wordt gecontroleerd. Ik heb goede hoop dat we het redden.''

,,Het platteland is niet in paniek'', bevestigt sociaal-pastoraal werker Janssen van de ZLTO. ,,Boeren zijn weerbaar. Ze kunnen deze tegenslagen meestal wel opvangen, al houden wij er rekening mee dat de effecten van een ramp of de dreiging daarvan pas later merkbaar zijn.'' Ook de Telefonische Hulpdienst voor Agrariërs heeft door de dreiging van mond- en klauwzeer nog geen extra telefoontjes gekregen; de ervaring leert dat dit later komt. De recente rampspoed zet wel veel boeren aan het denken over de toekomst: doorgaan of stoppen. Ook Jannie Lamberts denkt na. ,,Alles komt nu gruwelijk in een stroomversnelling. Onze jongste zoon wil het bedrijf overnemen, maar of dit nog kan? Als je vijf jaar geleden die vraag met ja hebt beantwoord, word je nu weer met die vraag geconfronteerd.''