BATTUS 4

Met veel plezier heb ik Battus' bijdrage over palindromen gelezen, een onderwerp dat mij ook al lang boeit. Waarschijnlijk een familietik, want mijn grootvader gaf ooit een lezing met de titel: 's levensnevels. Misschien heeft mijn eigen (roep)naam `Bob' ermee te maken. Gek genoeg stond mijn naam niet bij de zesentwintig symmetrische eigennamen, maar wel bij de zesentwintig onnozele O-woorden (wat is er onnozel aan mijn naam?) èn bij de zesentwintig Xenofiele woorden (hij was dus òf onbewust òf stiekem dubbel geteld).

Het leuke van veel palindromen is dat zij de fantasie op een geweldige manier prikkelen. Een woord kan een heel verhaal doen ontstaan. Denk maar eens aan morgegegrom, spurtrups of trekkebekkert. Ook is het erg leuk om palindromen te combineren tot zinnen waar nog enige logica in vervat zit. Enkele tussenwoordjes zijn nodig om het een beetje te laten lopen. Om een voorbeeldje te geven. `De rotstor en de spurtrups aten neteneten uit het kaviaargraaivak en de altaarraatla. Het bestond uit leemmeel, tijmmijt, libellebil en tarwewrat.' (Het lijkt wel het recept voor een toverdrank!). Dat het ook zonder tussenwoordjes kan laat uzelf zien met het voorbeeld: `Kok deed redder lepel pap nemen.'

Er staan enkele woorden in het overzicht, die geen palindroom zijn. Waarschijnlijk zijn het gewone typ-, druk- of zetfouten. Enkele voorbeelden: triflirt (moet dit trilflirt zijn?), nepmelkklompen en nepplutotulpen.

Ook bestaan er nog wel enkele palindromen, die nog niet in het overzicht staan. Toen ik namelijk als kind leerde boogschieten kreeg ik les met speciale lespijlen. Deze houten pijlen hadden stompe punten, die we eerst moesten slijpen, met een scherp mesje. Het slijpsel noemde ik toen al `lespijlslijpsel'. Ik weet dat nog zo goed omdat ik het lespijlslijpsel verzamelde en in het hok van mijn hamster deed. Ook was het het eerste palindroom wat ik zelf gevonden had en nog nergens ben tegengekomen. Zelfs niet in Battus' bijna volledige overzicht.