`Aanpakken ontucht moet uit de taboesfeer'

Wat te doen bij ontucht in de kazerne? Je kan naar het strafrecht grijpen, maar er is wel `een ontzettend groot grijs gebied'.

,,Waar ik voor pleit, is om bij een klacht over misbruik eerst even de tijd te nemen.'' Majoor Christa Oppers leunt geconcentreerd over de tafel. ,,Even vertraging inbouwen. Even achterover leunen en bedenken, wat hebben we hier eigenlijk? Commandanten hebben het altijd druk met het runnen van hun eenheid. Ineens komt er dan iemand met de boodschap: `ik ben aangerand'. De neiging bestaat dan om zo snel mogelijk actie te ondernemen.''

Majoor Oppers is een van de twee centrale `vertrouwenspersonen' van de Koninklijke Luchtmacht. Commentaar op de ontuchtzaak bij het Schoolbataljon van de landmacht in Ermelo kan en wil ze niet geven, zo heeft de woordvoerder van het ministerie van tevoren duidelijk gemaakt. Maar Oppers wil wel vertellen hoe het Bureau Vertrouwenspersonen optreedt tegen wat Defensie `ongewenste omgangsvormen' noemt: van een insinuerende opmerking of een aai over een borst tot regelrechte aanranding en verkrachting. Oppers: ,,Het allerbelangrijkste is dat dit onderwerp uit de taboesfeer worden gehaald.''

Oppers' functie van vertrouwenspersoon is gekoppeld aan de invoering van de Klachtenprocedure `Seksuele Intimidatie' in 1997, als uitvloeisel van de ARBO-wet. Sinds de invoering van de procedure is er een middenweg tussen de tuchtrechtelijke afhandeling door de plaatselijke commandant en een strafrechtelijk onderzoek door het openbaar ministerie in Arnhem: behandeling van een klacht door een speciaal in het leven geroepen klachtencommissie. Als deze commissie een klacht gegrond heeft verklaard, kan zij een `advies' uitbrengen over de aan een militair op te leggen sanctie, van een berisping tot oneervol ontslag. Grote ontuchtzaken zoals in Ermelo, waar deze week de negende militaire instructeur door de marechaussee werd opgepakt, lijken uitzonderlijk. Oppers schat dat ze jaarlijks ongeveer 30 klachten binnenkrijgt over `ongewenst gedrag'. Daarvan monden er zo'n vijf uiteindelijk uit in een procedure voor de klachtencommissie. ,,Wij streven ernaar om problemen op een zo laag mogelijk niveau op te lossen. Het merendeel van de klachten bereikt nooit mijn bureau, maar wordt lokaal opgelost door de parttime vertrouwenspersonen.'' Laat er geen misverstand over bestaan, zegt Oppers. Beschuldigingen van misbruik ,,snijden erin'', zowel bij slachtoffer als bij de dader. ,,Er zijn hier altijd alleen maar verliezers.''

Voor mannelijke militairen betekent alleen al de verdenking van misbruik een gedeukte carrière, vooral omdat na een klacht meestal automatisch schorsing van de beschuldigde miltair volgt. Voor het slachtoffer geldt dat het volgen van een klachtenprocedure of het doen van aangifte ,,een zware gang is''. ,,Voor een klachtencommissie zitten en nóg een keer je verhaal moeten doen, is echt geen sinecure.''

In de jaren negentig waren er verhalen over drank- en drugsgebruik onder militairen. Vorig jaar was er de kwestie van discriminatie en rechts-extremisme bij de Luchtmobiele Brigade. De bevelhebber der landstrijdkrachten Maarten Schouten kondigde publiekelijk nog eens een zero tolerance-beleid af: `wangedrag' van militairen, in welke vorm dan ook, kon niet langer worden toegestaan. In het geval van seksuele intimidatie dienen commandanten echter terughoudend te zijn, vindt Oppers. Haar pleidooi: bezint eer gij begint. Schakel niet meteen de marechaussee in. ,,In het voortraject kun je altijd nog zo ontzettend veel doen. Natuurlijk moet een commandant zijn verantwoordelijkheid nemen als hij te maken krijgt met een klacht over misbruik. Maar het strafrechtelijke traject is niet altijd de beste weg. Daarmee bedoel ik niet dat er zaken in de doofpot kunnen. Van strafbare feiten, zoals een verkrachting, moet altijd aangifte worden gedaan. De vraag is wat je doet met het ontzettend grote grijze gebied dat daarbuiten valt.'' En ze weet ook dat klachten van vrouwen in alle gevallen serieus moeten worden genomen. ,,Valse aangiften uit wraak of uit rancune komen slechts heel zelden voor.''