Wraak in al zijn sluipgedaanten

Het was een ontroerend journaalbeeld vorig najaar: die oude, broze Vietnamese meneer die stralend verklaarde hoe blij de Noord-Vietnamese bevolking was met het bezoek van president Clinton. Maar behalve mooi was het ook intrigerend. Vergelijk deze hartelijke ontvangst met `onze' commotie rond de Drie van Breda, toen eveneens zo'n dertig jaar na het einde van de oorlog de vrijlating van bejaarde oorlogsmisdadigers werd beleefd als een klap in het gezicht van nog altijd getraumatiseerde overlevenden. Of met de recente perikelen rond het koninklijk Japanbezoek. Of met de pedokiller, de wrekende vader die een soort volksheld is geworden.

Verzoening, vergelding, vergeving, wraak – ze staan in het brandpunt van de belangstelling. Na het experiment van de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie, waarvan het uiteindelijke effect nog ongewis is, confronteert op dit moment de mogelijke berechting van Pinochet ons met afwisselend de hoop en de wanhoop van ex-gevangenen en nabestaanden. Hun emotionele lot lijkt in hoge mate af te hangen van zo'n vervolging.

Maar bréngt vergelding geluk? Is wraak psychologisch nuttig? Bevordert het de traumaverwerking als de dader wordt gestraft? Kan straffen het beste door het slachtoffer zelf gebeuren? Maakt het uit of daders spijt hebben? Zijn vergeving of zelfs verzoening nastrevenswaard?

Intiem geweld

In de bundel Vergeven of vergelden bediscussiëren vijf bekende psychotherapeuten/onderzoekers deze vragen, toegespitst op geweld in de intieme kring van familie- en liefdesverhoudingen. Dat de auteurs allen een feministische achtergrond hebben, maakt niet dat zij met eensluidende antwoorden of behandelstrategieën komen, al relativeren zij wel tamelijk eensgezind het vaste recept van een tiental jaren terug, dat strafvervolging altijd in het belang zou zijn van incestslachtoffers.

Slachtoffers van `intiem geweld' (om die problematische combinatie van termen toch maar over te nemen) overstromen de instellingen, daders melden zich eigenlijk alleen voor behandeling als dat als strafmaatregel is opgelegd. Toen een patiënte van therapeut Aleid Schilder de moed had gevat haar vader te schrijven hoe ze had geleden onder zijn vroegere gedrag, antwoordde hij dat zijn `zonden hem in Christus vergeven waren'. Als vaders of broers om vergeving vragen, is dat vaak niet omdat zij verantwoordelijkheid nemen voor hun misdaden, maar om een band te behouden of de eigen schuld te verzachten. Zij doen een beroep op de loyaliteit van hun slachtoffers, en veel vrouwen zijn, meer dan goed voor ze is, tot verzoening geneigd. In dergelijke gevallen, stelt psychiater Nelleke Nicolai, is vergeving als behandeldoel een `valkuil'. Vergeving kan pas na een losmakingsproces waarin woede en wraakgevoelens een plaats hebben gekregen. Hoewel de terminologie van `loslaten', bevrijding en hernemen van het eigen leven ook van toepassing is op maatschappelijk of oorlogsgeweld, maakt Vergeven of vergelden duidelijk dat `intiem geweld' juist op dat vlak de slachtoffers voor extra opgaven stelt, omdat ze met de daders verwikkeld zitten in liefdes- en afhankelijkheidsrelaties.

Is wraak `gezonder' dan vergeving? Wraak is erop gericht een ander te laten voelen wat jou is aangedaan; de wraaklustige wil de ander diep treffen; vergelding is genoegdoening. De psychologische functie daarvan kan herstel van zelfrespect en eigenwaarde zijn. Wraak heeft voor een gekrenkte persoon dus `overlevingswaarde'. Maar volgens psycholoog Nel Draijer (die de casus behandelt van een meisje dat samen met haar vriendje haar vader en stiefmoeder doodde) heeft wraak ook een afweerfunctie. Medea kent geen empathie meer – met anderen, noch zichzelf – en doodt wat haarzelf het dierbaarst is. Wraak pantsert, weert verdriet en onmachtsgevoelens af, en houdt de band tot het wraak-object in stand, soms via traumatic bonding. Wraak die wrok wordt, versteent de ziel en maakt het slachtoffer tot de rancuneuze gevangene van haar verleden. Loslaten biedt het beste levensperspectief. Maar om dat te kunnen moet zijn erkend wat hem of haar is aangedaan, in elk geval door het slachtoffer zelf. Al zal een behandelaar zijn cliënt pogen te beschermen tegen schadelijke acties als daadwerkelijke wraakneming, wraakfantasieën kunnen therapeutisch effect sorteren, omdat via die weg de agressieve gevoelens een plaats kunnen krijgen die (speciaal vrouwelijke) slachtoffers vaak ontkennen. Martine Groen laat zien dat in de behandeling van heteroparen met een geweldsgeschiedenis erkenning (en stoppen) van wat de gewelddadige partner (meestal de man) heeft misdaan niet altijd genoeg is. Maar als een vrouw daarna verhaal blíjft halen (`subtiel venijn' is een favoriet wapen), blijft ook de geweldsspiraal in stand. In zo'n geval kan een vorm van `geritualiseerde wraak' uitkomst bieden. Groen ontwerpt in samenspraak met haar cliënten bijvoorbeeld `taakstraffen'.

Wiegen

Vergeving mag, concludeer ik uit Vergeving en vergelding, niet moralistisch als einddoel worden opgelegd maar kan wel de relatief gunstige uitkomst zijn van een herstelproces. Die conclusie staat haaks op het betoog van de christelijk-geïnspireerde Schilder (wier methodieken, zoals het wiegen van patiënten, mij al even klef voorkomen als haar gedachtegoed); zij streeft in haar therapieën wel degelijk naar vergeving als `verlossing'. In Vergeven en vergelden, een klein boekje over een groot onderwerp, staat Nicolai het meest sceptisch tegenover vergeving. Draijer onderstreept overtuigend de mogelijk pathologische aspecten van de wraakzucht. Groen toont dat het nodig is de wraakbehoefte in al zijn (sluip-)gedaanten te onderkennen.

Dat juist het psychisch heil van de slachtoffers zo'n zwaar argument is geworden voor een stevige bestraffing van de daders, maakt wat psychotherapeuten over deze onderwerpen te melden hebben, belangwekkend. Vanuit dat oogpunt verhelderen de praktijkervaringen meer dan de vele citaten uit bijbel en filosofie.

Helmi Goudswaard (red.): Vergeven of vergelden. Over slachtoffers van intiem geweld.

Van Gennep, 134 blz. ƒ29,90