Thomas Hampson zingt de Winterreise als operazanger

Wie is toch de man die in Schuberts Winterreise vierentwintig liederen lang door een winters landschap waart? We weten dat hij verlaten is door zijn geliefde (Gute Nacht), zwart haar heeft (Der greise Kopf), atheïstische ideeën bezigt (Mut!) en graag nostalgisch omziet. Maar een mens van vlees en bloed wordt de winterreiziger pas door toedoen van de zanger die hem gestalte geeft.

De Wanderer-figuur die de Amerikaanse bariton Thomas Hampson gisteravond in een authentieke, knielange Wanderer-wapperjas neerzette in het Amsterdamse Concertgebouw, bleek bovenal een man van het zeer grote gebaar – stampvoetend in Gute Nacht, woedend in Die Wetterfahne en brullend van verdriet in Gefrorne Tränen, waarmee nog slechts de eerste drie liederen van de cyclus zijn genoemd.

Hampson legde Schuberts Winterreise vast in 1997. Sindsdien zong hij de cyclus verscheidene malen en ontwikkelde en verdiepte zijn visie, waardoor deze nu onder meer tien minuten langer duurt dan vier jaar geleden. Belangwekkender is de verandering achter het klavier. Wolfgang Sawallisch maakte plaats voor Wolfram Rieger, in wie Hampson een liedpartner heeft gevonden die met een adembenemende muzikaliteit niet begeleidt maar stuurt, in de kleinste tussenspelen een verzwegen epos blootlegt en bovendien minstens zo flexibel is als de Wetterfahne die Hampson zo bruusk bezong.

De Winterreise-interpretatie die Hampson gisteravond met Rieger tot klinken bracht, bleek tot in de kleinste details de Winterreise van een operazanger. Zwart-witte contrasten in stemkleuring, dynamiek en tempo en zeer gewaagde cesuren braken liederen op in verschillende, losse theatrale scènes. Een klaagzang sloeg in één ademtocht om in extatische woede (Gefrorne Tränen), nostalgie in pijn (Erstarrung), licht in duister. Door zulke contrasten uit te vergroten en stille en uitbundige liederen zonder pauze in elkaar te laten overlopen, maakt Hampson duidelijk dat hij de bezongen zwerftocht duidt als een lijdensweg langs vierentwintig haltes, met complete schizofrenie als beklemmend eindpunt.

Sinds het Mahlerfeest in 1995 en zijn carte-blanche serie in 1997 kan Hampson bogen op een enthousiaste Amsterdamse achterban. De Grote Zaal bleek dus overvol, wat verklaart maar niet rechtvaardigt waarom een recital als dit niet wordt gehouden in de veel geschiktere Kleine Zaal. Hampsons gulle bariton is meer toereikend om ook de Grote Zaal volledig te vullen, maar wat is er met de intimiteit van Winterreise gebeurd, wat met de fijnzinnige opbouw van de cyclus als geheel? Winterreise gaat over teleurstelling, eenzaamheid, kilte, waan, en de sleutel tot die essentie ligt zeker niet in grootschaligheid extreme tempi, bonte woordschilderingen of een hyperexpressieve mimiek besloten, hoe overrompelend zulke uiterlijkheden ter plekke ook kunnen zijn.

Concert: Thomas Hampson (bariton) en Wolfram Rieger (piano). Schubert, Winterreise. Gehoord: 7/3 Concertgebouw, Amsterdam.