`Sterren taboe in hoger onderwijs'

Het idee om in het hoger onderwijs te gaan werken met `sterren en strepen' om daarmee de kwaliteit van de instellingen aan te geven, stuit op verzet van de Vereniging van Universiteiten (VSNU). De voorzitter van de VSNU, E. d'Hondt, maakt zich ,,grote zorgen'' over de ,,ingezette koers'' van de door minister Hermans (Onderwijs) ingestelde commissie-Franssen. De gedachten van die commissie gaan ,,in de richting van sloop en nieuwbouw'' van het huidige hoger onderwijsstelsel, aldus de VSNU-voorzitter in een brief aan commissievoorzitter J. Franssen, tevens commissaris van de koningin in Zuid-Holland. Franssen pleitte vorige maand voor het geven van sterren aan topopleidingen. Een binnenkort op te richten accreditatieorgaan, dat moet bekijken of een opleiding wel aan de basisnormen voldoet, moet ook de criteria voor deze sterren opstellen.

Franssen pleit verder voor een internationale ranglijst van opleidingen om het Nederlandse hoger onderwijs doorzichtiger maken voor buitenlandse studenten. Nadat al eerder de HBO-raad en de collegevoorzitters van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) hiertegen bezwaar hadden gemaakt, spreekt nu ook de VSNU zich hier tegen uit.

VSNU-voorzitter d'Hondt denkt dat de hervorming zoals de commissie-Franssen die aanbeveelt, geen steun zal krijgen van studenten, docenten en het onderwijsmanagement, omdat de commissie ,,in geen enkel opzicht duidelijk maakt waarom dit [nieuwe stelsel, red.] noodzakelijk is.'' Een accreditatieorgaan moet geen criteria voor sterren en strepen uitdelen, aldus de VSNU.

Minister Hermans wil tegelijk met de invoering van de bachelor/masterstructuur een systeem van basiskeurmerken voor opleidingen op universiteiten en hogescholen invoeren. Alleen goedgekeurde opleidingen mogen in dat stelsel nog diploma's uitreiken. Hermans had de commissie-Franssen gevraagd te onderzoeken hoe zo'n stelsel het beste in Nederland ingevoerd kan worden.