Sabine Weiss

Sabine Weiss (1924) werd geboren in Zwitserland, vestigde zich in 1946 in Parijs en maakte sindsdien naam als Frans fotografe. Ze kan bogen op een indrukwekkend cv: ze werkte voor bladen als Life, Time, Newsweek en Esquire en vloog de hele wereld over om landen en mensen te fotograferen. Haar modellen waren anonieme passanten op straat, vaak kinderen, maar ook prominente persoonlijkheden als Churchill, Eisenhower en onze eigen `Reine Juliana', tot wie Weiss tijdens de sessie niet eens het woord mocht richten. ,,Wel tegen de prins'', schampert ze nu.

Nee, dan fotografeert ze liever beeldend kunstenaars. Sinds 1950 heeft Weiss een groot aantal schilders en beeldhouwers gefotografeerd. Een selectie van deze portretten hangt nu bij galerie Quintessens in Utrecht, in twee statige benedenvertrekken van een prachtig grachtenpand. Hoge ramen, blinkend parket, een leren canapé en aan de muren de foto's, in simpele zwarte en beige lijsten.

Aan de serie valt meteen een opmerkelijke eenheid van stijl op: de 32 mannen en één vrouw – schilderes Sonia Delaunay – zijn allemaal op hun werkplek gefotografeerd, in zwart-wit, waarbij Weiss vaak geestige verbanden legt tussen de kunstenaar en zijn werk. Henry Moore staat met een beate glimlach voor de ronde welving van een van zijn enorme beelden. Ossip Zadkine zit aan tafel, omringd door mini-versies van zijn bekende creaturen vol gaten en uitsteeksels, en zijn eigen kuif en pijp en ellebogen doen daar in hoekigheid niet voor onder. Soms is er alleen een groot hoofd: het vragende, open gezicht van Serge Poliakoff bijvoorbeeld, zo scherp en dichtbij gefotografeerd dat je de brillantine in zijn haar en de stukjes wild vlees rond zijn ogen kunt zien, of de arrogante, was-achtige kop van Francis Bacon. Bacon was `geen gemakkelijke man', aldus Weiss. ,,Dat moet een foto dan ook tonen, vind ik.'' Eén kunstenaar staat vrij in de open lucht: beeldhouwer Christo, die anno 1985 lachend zijn armen ten hemel heft. Op het moment van de foto was hij net klaar met het in canvas en touw verpakken van de Pont-Neuf in Parijs.

Ondanks de beroemde modellen oogt de reeks geenszins als een parade van sterren. Op een enkeling na zijn de kunstenaars juist zo naturel, zo echt. Dat is de verdienste van Weiss die, zegt ze zelf, nu eenmaal gemakkelijk met mensen omgaat. ,,Met kunstenaars heb ik altijd snel een vertrouwensband, ik begrijp ze wel. En in de jaren vijftig, waaruit de meeste portretten stammen, was het veel gemakkelijker dan nu om met wie dan ook contact te leggen. De mensen waren nog niet op hun hoede, zoals nu. Hoe ik kunstenaars ontmoette? Ach, dat ging vanzelf. Velen woonden in Montparnasse, je zag ze in cafés als de Dôme en La Coupole. Maar ik belde ook gewoon bij iemand thuis aan als ik zijn portret wilde schieten. Ik heb mijn adresboekjes uit die tijd nog, daar staat werkelijk iedereen in.''

,,Eigenlijk ging het altijd goed. Heel soms wilde er een niet op de foto, zoals André Breton. Ik was al in zijn atelier maar drong verder niet aan, we praatten over van alles en nog wat, en na een tijdje werd hij nieuwsgierig en wilde hij toch. Toen heb ik hem gefotografeerd tussen alle kunstobjecten in zijn atelier, waarvan nu een reconstructie gemaakt wordt in het Centre Pompidou. Maar aan zijn blik zie je nog hoe onwillig hij was.'' In 1957 zocht Weiss Kees van Dongen op in Nice om zijn schilderij van Brigitte Bardot te fotograferen, maar dat pakte anders uit. Weiss: ,,Het portret van BB was erg, erg slecht. Van Dongen was aan het eind van zijn leven, hij was het een beetje kwijt. Toen heb ik maar een foto van de man zelf genomen.'' Het resultaat is een van de mooiste werken uit de serie: uit een wazige achtergrond van zijn ronde hoed, de kraag van zijn jasje en een in brede banen geplooid doek aan de muur doemt Van Dongens fijne, stokoude gezichtje op, als een vriendelijk dodenmasker.

`Sabine Weiss, kunstenaarsportretten. Foto's uit de periode 1946-2001.' T/m 31 mei in: Galerie Quintessens, Nieuwegracht 53, Utrecht. Tel: 030-2322351. Open wo-za, 12-17 u.