NAVO geeft `bad guys' van weleer een nieuwe rol

De NAVO besloot gisteren Joegoslavische troepen gefaseerd toe te laten langs de Macedonische en Kosovaarse grens. Zullen de Albanese rebellen dit slikken?

De stapsgewijze toelating door de NAVO van Joegoslavische grensbewakingstroepen tot een bufferzone langs de Macedonische grens en vervolgens de Kosovaarse grens is allesbehalve vrij van risico's, erkennen hoge NAVO-diplomaten. Voor de NAVO is het ,,bepaald niet ondenkbaar'' dat de etnisch-Albanese extremisten zich hevig zullen verzetten tegen het NAVO-besluit om de hulp van Belgrado in te roepen.

,,Er is een gevaar dat Albanese extremisten de Joegoslavische eenheden zullen aanvallen, waarna een escalatie ontstaat'', zegt een NAVO-diplomaat. ,,Ook kunnen ze rottigheid uithalen in Macedonië. En er is altijd nog het risico dat ze in Kosovo aanslagen plegen op de Servische gemeenschap of op de vredesmacht KFOR.''

De NAVO wil opheffing van de hele, 300 kilometer lange en vijf kilometer brede bufferzone langs de Kosovaars-Servische grens, die in het zuiden eindigt op een drielandenpunt. Daar raken Macedonië, Servië en Kosovo elkaar. De alliantie wil de zone helemaal teruggeven aan Joegoslavië. De bufferzone is ingesteld na de NAVO-luchtcampagne van 1999, met de bedoeling contact tussen KFOR-troepen en Servische eenheden te vermijden. Inmiddels dient de zone in de Presevo-vallei in Zuid-Servië als `veilige haven' voor naar schatting 800 Albanese guerrillastrijders.

Deze groep, die de lokale Albanese bevolking wil beschermen tegen Servische overheersing, voert vandaar aanvallen uit op Serviërs.

De Joegoslavische troepen gaan nu als eerste stap naar een smalle strook van ,,circa vijf kilometer breed en twee kilometer lang'' bij de Macedonische grens. In die omgeving zijn de afgelopen weken naar schatting 200 andere Albanese extremisten actief.

De NAVO probeert de verschillende groepen Albanese extremisten, wier omvang, achterban, organisatiegraad en onderling verband schimmig is, ,,in te sluiten'', zegt een NAVO-diplomaat. De rebellen kunnen straks `omsingeld' zijn door KFOR-eenheden in het westen, Joegoslavische troepen in het oosten en Macedonische troepen in het zuiden.

De Joegoslavische eenheden komen vanaf zondag eerst langs de Macedonische grens en later deze maand elders in de bufferzone. Het gevoeligste deel van de zone, rond de Presevo-vallei, mogen ze pas later in, als daar de situatie is gestabiliseerd. De Joegoslavische president Koštunica leek er gisteren niet gerust op: de NAVO houdt op met de grensbewaking van Macedonië en ,,plaatst onze troepen tussen twee vuren'', zei hij.

Zal de aanwezigheid van de Joegoslavische militairen op de Albanezen niet werken als een rode lap op een stier? ,,Misschien'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,Maar we kunnen niet anders. We kunnen dat Albanese zootje ongeregeld niet zijn gang laten gaan.'' De NAVO zelf heeft niet de bereidheid om meer troepen naar het gebied te sturen en bovendien is de zone zelf Joegoslavisch grondgebied.

De NAVO wil met Belgrado ,,precieze afspraken'' maken om escalatie zoveel mogelijk tegen te gaan. De Joegoslavische troepen die de zone in mogen, zijn volgens een diplomaat ,,niet de moordenaars van Kosovo'', oftewel militairen die in 1998 en 1999 betrokken waren bij etnische zuiveringen onder Albanezen. De militairen zijn lichtbewapend (met machinegeweren). KFOR houdt voorlopig de supervisie over de zone, en dus over de Joegoslavische troepen. Pas later komt de soevereiniteit over het gebied terug in Joegoslavische handen.

De gefaseerde en voorwaardelijke verkleining en uiteindelijk afschaffing van de zone is gebaseerd op een plan van de Servische vice-premier Covic ter vermindering van de spanningen in met name de Presevo-vallei, dat de NAVO heeft verfijnd. Als het werkt, is het voor de NAVO een dubbelslag: de NAVO toomt de Albanese rebellen in en toont vertrouwen in de nieuwe regering in Belgrado. Terwijl de buitenwereld nog moet wennen aan de ingrijpend veranderde rolbezetting sinds de NAVO-luchtcampagne van 1999, waarbij de Serviërs nu de good guys zijn en de Albanese rebellen de bad guys, denkt de NAVO alweer verder. ,,Het NAVO-besluit van gisteren is zo belangrijk omdat het de eerste samenwerking met de Joegoslavische regering is'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,We moeten een partnerschap aangaan met Joegoslavië.''

Het geweld van de Albanese rebellen in de Presevo-vallei in Zuid-Servië en in Noord-Macedonië vindt de NAVO ,,doodgriezelig''. ,,We zijn enorm bang voor het besmettingsgevaar, zeker met een derde minderheid aan Albanezen in Macedonië'', zegt een NAVO-diplomaat.

De NAVO gaat er voorlopig vanuit dat de rebellen niet veel steun hebben van hun bevolking, maar niemand kan precies het effect van de terugkeer van Servische troepen voorspellen. Na tien jaar lang de aspiraties van Belgrado voor een `Groot-Servië' te hebben bestreden, wil de NAVO nu iedere Albanese poging om een `Groot-Kosovo' te vormen zo vroegtijdig mogelijk torpederen. Anders dan in de afgelopen tien jaar werkt de internationale gemeenschap meer samen: de Verenigde Naties, de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE, de Europese Unie en NAVO houden al weken op het hoogste niveau contact. Een belangrijke eerste stap is een staakt-het-vuren voor de Presevo-vallei, dat de NAVO komend weekeinde tussen de Joegoslavische regering en de Albanese rebellen hoopt ondertekend te zien. Maar zoals vaker: garanties op succes heeft de NAVO niet.