Mary Gauthier

Artistieke optredens in cd-winkels zijn niet zonder risico. Ze zijn te vergelijken met signeersessies van auteurs in boekwinkels. Wie komt er op af? Een uitgever vertelde me laatst dat, vooral in het verwende Amsterdam, steeds meer voorzichtigheid is geboden. Auteurs zitten verloren aan een tafeltje te wachten en vertrekken na een uurtje met een geknakt ego.

Een jaar of tien geleden zag ik een optreden van de Amerikaanse singer/songwriter David Olney in een platenwinkeltje aan de Utrechtsestraat. Zwetend van plaatsvervangende schaamte stonden we met zeven, acht mensen naar zijn prachtige liedjes te luisteren. Hij deed erg zijn best, wat die schrale entourage des te schrijnender maakte. Hier stond een artiest zonder publiek, een vergeten handelsreiziger in liedjes.

Even was ik bang dat Mary Gauthier (spreek uit: go-sjee) gisteravond in de cd-winkel De Plaatboef aan de Rozengracht in Amsterdam hetzelfde zou overkomen. Maar gelukkig liep de winkel geleidelijk vol toen Gauthier tegen achten met haar gitaar het geïmproviseerde podium aan de achterkant van de winkel beklom. Ze bleek een glamourloze vrouw van bijna veertig te zijn, zonder make-up en sober gekleed in bruine en beige kleuren. Ze zette een grote fles Spa naast zich neer, heette ons kort, maar vriendelijk welkom en begon.

Het werd een onvergetelijk mini-optreden. Ze zong zes liedjes van haar tweede cd Drag queens in limousines. Autobiografische liedjes over een moeilijke jeugd, drankproblemen en (lesbische) liefde. Ze heeft een heldere, krachtige stem waarmee ze zowel bitter-rauw als teder-zacht kan klinken. Ze maakt melodieuze muziek die ergens tussen de folk en de country zweeft. Vergelijkingen zijn altijd gevaarlijk, maar het deed mij nog het meest denken aan het vroege werk van Bob Dylan.

Hart en ziel van Mary Gauthier namen bezit van die winkel aan de Rozengracht. Ze zong alsof haar carrière ervan afhing. We stonden met veertig, vijftig mensen ademloos te luisteren, een beetje verlegen en ontroerd, juist ook omdat de magie van dit optreden zich binnen handbereik voltrok. Het was alsof een goede vriendin in de deuropening van de huiskamer was verschenen en had gezegd: ik heb een paar gedichten geschreven, wil je even luisteren?

Na het tweede liedje kwam ze even uit haar trance en zei: ,,Mijn god, wat ben ik zenuwachtig, ik begrijp het niet, ik geloof dat ik nog nooit zo zenuwachtig ben geweest.''

Ze is een late roeping, vier jaar geleden was ze nog chef in een Cajun-restaurant. Ze geeft haar werk in Amerika in eigen beheer uit, huiverig als ze is voor de genadeloze houding van de grote platenmaatschappijen. Haar muziek werd in Nederland ontdekt door Sandra Zuidema, bedrijfsleider van De Plaatboef, en haar man Luciano Mulder. Morgenavond treedt ze op het Blue Highways-festival in het Utrechtse Vredenburg op. Dan zal ongetwijfeld weer dat navrante refrein uit I drink weerklinken: Fish swim, birds fly/ daddy's yell, mamas cry / old men sit and think/ I drink.