`Kwaliteitskaart voor basisschool'

De Onderwijsinspectie wil ouders bij de keuze van een basisschool voor hun kind gaan helpen met een zogenoemde `kwaliteitskaart'. Aan de hand daarvan kunnen scholen beter worden vergeleken. De kaart moet vanaf 2003 zijn ingevoerd.

Op de kaart staat onder meer het oordeel van de inspectie over de school en naar welke middelbare scholen de leerlingen worden doorverwezen.

Volgens een woordvoerder van de inspectie is het voor ouders moeilijk om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de school op basis van de inspectierapporten, omdat die voor scholen en besturen zijn geschreven. De kwaliteitskaart wordt een publieksvriendelijker versie.

Behalve de inspectieverslagen kunnen ouders schoolgidsen raadplegen, maar die worden door de scholen zelf geschreven waarbij iedere school andere normen hanteert. Het is daarom moeilijk om op basis daarvan scholen onderling te vergelijken.

Sinds het schooljaar 1998/99 bestaat er al een kwaliteitskaart voor het voortgezet onderwijs. Die is een groot succes: ouders kunnen zien hoeveel leerlingen blijven zitten en wat de gemiddelde eindexamencijfers zijn. In navolging daarvan vindt de onderwijsinspectie dat iedere basisschool binnen twee jaar over een eigen kwaliteitskaart moet beschikken. Het is de bedoeling dat de kaart elk jaar wordt geactualiseerd.

Als het aan de inspectie ligt, vermeldt de kwaliteitskaart ook de Cito-scores, de eindtoets in groep acht van de basisschool.

Die gegevens zijn echter niet openbaar. Bovendien neemt niet elke school de toets af. Ongeveer twintig procent van de scholen vindt de toets te rigide of hanteert een andere toets. Voor dergelijke informatie op de kaart zou de wet moeten worden gewijzigd.