Krachtige bijzaken op een Caraïbisch eiland

Deze laatste roman van de op Trinidad geboren en in Canada woonachtige auteur Neil Bissoondath heeft alle typerende kenmerken van de Caraïbische roman zoals we die de laatste decennia hebben leren kennen. Zelfs in zo sterke mate dat het boek wat dat betreft als een archetype zou kunnen gelden. Een cyclische verhaalopbouw, een centrale plaats voor de wrijving tussen de generaties (en dan vooral langs de vrouwelijke lijn) en het in alle karakters doordringende besef op het breukvlak van verschillende culturen te leven.

In het geval van Yasmin, de vrouwelijke hoofdpersoon, zijn dat tenminste drie culturen: zij is de dochter van een Caraïbisch politicus van Indiase afkomst, en na diens gewelddadige dood is ze met haar moeder naar Canada verhuisd. Haar moeders licht aanstellerige anglofilie is haar tenminste nog bespaard gebleven. Ze is gehuwd met de blanke Canadees Jim en heeft een haar weinig bevredigende carrière als nieuwslezeres gemaakt. Na de dood van haar moeder vervult ze de wens van de oude vrouw en vliegt haar as van Canada terug naar het Caraïbische eiland van haar geboorte.

Het is daar dat het heden van de vertelling ligt, in Yasmins pogingen, vooral in gesprekken met haar oom en tante en andere bewoners van het familiehuis, meer contouren te geven aan de levens van haar ouders. Dat dat verleden zich niet gemakkelijk blootgeeft, komt deels door de weinig inschikkelijke houding van Penny, haar moeders zuster, die door Yasmin met evenredige stugheid wordt beantwoord. Meer komen we te weten via de optiek van Yasmins moeder die, hoewel overleden, door het hele boek aanwezig is. Bissoondath heeft daartoe gekozen voor een vorm die op de lange duur de zwakste delen van het boek oplevert: een lange, in flarden gedoseerde monoloog tegen een vriendin die de lezer onbekend blijft – en van wie het dan ook helemaal niet uitmaakt dat ze halverwege het boek in coma raakt.

Bijna alle relaties in dit boek zijn zo doortrokken van een tot bijna op het eind raadselachtige kilte en gevoelloosheid; ze tekenen de herinneringen van de oude vrouw aan haar huwelijk (dat `maar heel weinig met liefde te maken had') en de betrekkingen tussen haar en haar dochter. Yasmin kan zich niet herinneren `ooit geknuffeld of spontaan aangehaald te zijn' en op haar beurt bekent de oude vrouw dat ze al even weinig om haar kleindochter gaf. Onverschilligheid was wat ze voelde als het kind bij haar op schoot kroop. `Ik had daar geen hekel aan, maar vond het ook niet leuk.'

Bissoondath laat de lezer wat de oorzaken daarvan betreft lang in het ongewisse, te lang om nieuwsgierig en geboeid te blijven. De soms wel erg vakmatige manier van vertellen helpt wat dat betreft ook niet mee – er zijn gevallen van ouderwets `beeldrijm' tussen de scènes, die hoofdzakelijk een lichte irritatie opwekken.

Hoewel Bissoondath beeldend de dramatische hoogtepunten neerzet – de sterfgevallen van Yasmins moeder en dochter, en de sterke plot die de te lange aanloop in hoge mate wel weer rechtvaardigt – schuilt de kracht van deze roman toch grotendeels in de bijzaken. De treffende karakterisering van Cyril bijvoorbeeld, een oom van de hoofdpersoon en de vroegere politieke handlanger van zijn broer, die nog steeds onder de naam `Manager' door het leven gaat. Zoals aan de hand van zijn persoon wordt geïllustreerd wat familie en macht in de beknellende politiek van zo'n klein eiland betekenen, zo vertegenwoordigt de figuur van haar verre neef Ash de factoren ras, nationalisme maar ook magie. `India is niet gewoon een land,' zo voegt hij Yasmin provocerend toe, `het is een ziel. En ik heb die in me, in mijn vlees, in het bloed dat door mijn aderen stroomt.' Zijn gedrag, zijn woorden maken haar bang, want hoe pregnant haar afkomst zich ook opdringt tijdens haar bezoek, ze realiseert zich dat ze `niet een van hen is' – en het evenmin zal worden.

Neil Bissoondath: Yasmins werelden. Vertaald door Peter Abspoel en Anneke Nutbey. In de Knipscheer, 478 blz. ƒ49,50