`In Nederlandse atletiek is meer eenheid nodig'

Zeshonderd atleten zijn vandaag in Lissabon aan de WK indoor begonnen. Onder hen drie Nederlanders. ,,Als we de krachten bundelen moeten we in de toekomst meer kunnen'', zegt Henk Kort, technisch directeur van de atletiekunie.

Dat het niet goed gaat met de Nederlandse atletiek is inmiddels een understatement geworden. Het laatste echte wapenfeit dateert alweer uit 1992 toen Ellen van Langen een gouden olympische medaille op de 800 meter won in Barcelona. Daarvoor was er een hele tijd niets, maar daarna ook niet.

Maar sinds 1 januari 2001 is de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) voor de zoveelste keer vol goede hoop aan een nieuwe toekomst begonnen. De 45-jarige fysio-manueel therapeut Henk Kort werd als opvolger van Bert Paauw benoemd als technisch directeur. Hij is de komende jaren verantwoordelijk voor het beleid en dient een stevige organisatie neer te zetten. Kort moet ook zorgen dat de financiering van de ambitieuze plannen rond komt. Op de Olympische Spelen van 2008 en 2012 moet Nederland in de atletiek weer een beetje mee gaan tellen. ,,Natuurlijk kan dat'', zegt Kort. ,,We moeten af van de typisch Nederlandse gedachte dat anderen altijd beter zijn dan wij.''

Kort verblijft nu in Lissabon om daar de minidelegatie uit Nederland op de wereldkampioenschappen indoor aan het werk te zien. Bij de mannen komen Patrick van Balkom (200 meter), Bram Som (800 meter) en Marko Koers (1.500 meter) in actie. Het aantal Nederlandse vrouwen is nadat Ester Goossens moest afzeggen met een blessure, zelfs gereduceerd tot nul. Kort: ,,Het is nu eenmaal niet anders. Maar wat mij betreft is het wel de laatste keer dat we met een dergelijk aantal vertegenwoordigd zijn.''

Kort, die in de jaren zeventig tweemaal nationaal kampioen op de 50 meter en 60 meter horden werd, was de laatste vijftien jaar niet direct bij de atletiek betrokken. Nu, twee maanden na zijn aanstelling, constateert Kort dat binnen de Nederlands atletiek de afgelopen jaren veel te veel aan de factor toeval werd overgelaten. ,,Er was nauwelijks sprake van enige bundeling van krachten of van een intensieve samenwerking. Trainers gebruikten termen als `mijn atleet'. Dat is geen goede houding. Er zit zoveel kennis in Nederland. Het is mijn streven om eenheid aan te brengen in de Nederlandse atletiek.''

Twee weken geleden werd een belangrijke stap gezet naar een professionalisering van de technische staf. Naast Gerard Nijboer, die al verantwoordelijk was voor wegatletiek en cross, werden Peter Verlooy (100-400 meter en de technische nummers) en Honoré Hoedt (midden- en langeafstandsnummers) benoemd als bondscoaches voor de baanatletiek.

Om atleten optimaal te kunnen begeleiden denkt Kort aan het opzetten van nationale en regionale trainingscentra op verschillende plaatsen in het land. Zo zal bijvoorbeeld een olympisch talententeam met kandidaten in de leeftijd van 16 tot 23 jaar zich gaan richten op de komende Olympische Spelen. Daarnaast moeten volgens Kort andere groepen met veelbelovende talenten worden gevormd.

De Nederlandse atletiek moet volgens Kort af van de gedachte dat de atleet het meeste baat heeft bij individuele begeleiding door een coach. Kort: ,,We moeten een team à la het schaatsen rondom de talenten heen gaan bouwen. Daarin moet ook plaatsgemaakt worden voor specifieke begeleiding als krachttraining en fysiotherapie. Kennis die we zelf niet hebben moet in huis worden gehaald. Waarom dat de afgelopen jaren niet is gebeurd? Misschien omdat atletiekcoaches wat eigenzinniger zijn dan andere coaches.''

Volgens Kort is het van belang dat de atleet centraal komt te staan in het nieuw te voeren beleid. ,,We hebben in Nederland best wel talent, maar de doorstroming staat of valt uiteindelijk met een goede professionele begeleiding. Daar ontbrak het nog wel eens aan. Als we bijvoorbeeld de limieten gaan vaststellen die atleten moeten halen om zich voor wedstrijden te kwalificeren, dan beginnen we de discussie daarover eerst met de sporters zelf. Het draait namelijk om de atleet.''

De toekomstplannen kosten geld, maar de KNAU kan rekenen op de financiële steun van NOC*NSF. In totaal gaat het volgens Kort om enkele miljoenen guldens, waarvan de atletiekunie een belangrijk deel zelf op tafel moet leggen. Kort heeft nog niet concreet vastgelegd waartoe het beleid moet leiden. ,,Daar wil ik nu geen uitspraken over doen. De doelen moeten we nog bespreken. Maar het zou mooi zijn als er in de toekomst tijdens de Spelen weer Nederlanders in finales staan.''