`IMF maakt dienst uit in Oeganda'

Oeganda gaat maandag naar de stembus. Voor het IMF is Oeganda een voorbeeld voor de rest van Afrika. Maar de economie is kwestbaar door de hoge olieprijs en de lage opbrengst van koffie.

Oeganda's hoofdstad dijt razendsnel uit. Het aantal gebouwen in Kampala is de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. Vele nieuwe huizen blijken van ambtenaren en aanhangers van president Museveni, die dikwijls op corrupte wijze aan hun fondsen kwamen. De Oegandese economie groeit al jaren met een indrukwekkende 5 procent maar het aantal werklozen in de steden neemt toe en de armoede op het platteland is groot. Het economische succes is omstreden en inzet geworden bij de presidentsverkiezingen maandag.

Premier Apolo Nsibambi gebruikt cijfers om zijn gelijk aan te tonen. ,,De armoede is van 56 procent tot 35 procent afgenomen onder Museveni, daarom moet iedereen op hem stemmen.'' Oppositiekandidaat Kizza Besigye hamert er juist op dat de armoede steeds dieper bijt en belooft verbeteringen. Zijn boodschap slaat aan bij de hordes werklozen in de steden en op het platteland, waar 87 procent van de Oegandezen leeft.

Een belangrijk vangnet voor de arme boeren waren de coöperaties, die de gewassen collectief opkochten voor een goede prijs. Die schafte Museveni begin jaren negentig af. ,,Toegegeven'', zegt een adviseur van Besigye, ,,het management van de coöperaties was corrupt. Dan moet je het management versterken, niet de coöperaties afschaffen. Museveni's broer Salim Saleh kocht de coöperaties op en beroofde daarmee de boeren van hun verkoopkracht. De economie van Oeganda draait om een maffia rond Museveni. En de president noemt dat het opbouwen van een middenklasse?''

Toen Museveni in 1986 na vijf jaar guerrilla aan de macht kwam, lag Oeganda in puin. Museveni legde nadruk op het herstel van de orde en de infrastructuur en op economische stabiliteit. De sociale sector had voor hem geen prioriteit, eerst moest er een middenklasse komen die de economie kon trekken. Het Internationale Monetaire Fonds omarmde Museveni's regime en ook Westerse donorlanden sprongen ruimschoots bij.

Op macro-economisch niveau werd Oeganda een succesverhaal. Het IMF noemt het een van de beste voorbeelden voor Afrika. In 1996 was het bruto nationaal product weer hetzelfde als in 1970, vlak vóór de machtsovername door Idi Amin. De inflatie was teruggebracht van ruim 300 tot onder de 10 procent. En de donoren zijn nog steeds dol op Museveni: de helft van de overheidsuitgaven komt van donorgeld. Het land kreeg als eerste in Afrika verlichting van de schuldenlast.

,,Het IMF maakt hier de dienst uit, daar kunnen we weinig aan veranderen'', stelt William Kalema, voorzitter van de Kamer van Koophandel. Een hoge functionaris van het IMF drukt het subtieler uit: ,,Inderdaad, de regering is afhankelijk van het geld dat wij haar geven, maar ze mag zelf uitmaken waar ze het aan besteedt. Geen enkel ander Afrikaans land geniet zo'n vrijheid.''

John Nagenda, adviseur van president Museveni, reageert geïrriteerd. ,,O zeker, wij mogen de plannen maken hoe het geld te besteden. Maar vervolgens gaan de donoren zich er toch mee bemoeien. Het is een belediging.''

De economische heropbouw blijkt nog uiterst fragiel, daar is iedereen het over eens. Toen vorig jaar de internationale koffieprijs met 50 procent daalde en de importrekening van benzine bijna verdubbelde, viel de ondergrond van de economie weg. In vergelijking met andere Afrikaanse staten slaagde in het autoritair geregeerde Oeganda de regering erin de klappen zonder al te veel kleerscheuren op te vangen. Ze ging lenen op de plaatselijke geldmarkt. De interest rates schoten omhoog, maar de inflatie bleef beperkt. Het overgrote deel van de bevolking beschikt immers toch over onvoldoende koopkracht voor consumptiegoederen.

Wanneer Oeganda tien tot vijftien jaar 7 procent groeit, zal het in twintig jaar op eigen benen kunnen staan, voorspelt het IMF. Volgens Museveni moet de economie worden gebouwd op landbouw en industrie. De industrialisering komt echter nauwelijks van de grond, de route voor in- en export van grondstoffen en goederen naar de havensteden in Kenia en Tanzania is lang en duur.

Tumusiine Mutebili, directeur generaal van het ministerie van Financiën, durft Museveni tegen te spreken. ,,Het is niet mogelijk tegelijkertijd de industrie en de landbouw te ontwikkelen. De industrie blijkt hier te duur. De nadruk moet primair op de landbouw liggen, dat is onze toekomst.''

De ontwikkeling van de landbouw is het zwakke punt van Oeganda's economische beleid. De kloof tussen stad en platteland groeit, want de regering besteedt slechts enkele procenten van de nationale begroting aan de landbouwsector. Museveni's adviseur Nagenda geeft het IMF de schuld. ,,Wij willen goedkope leningen verstrekken aan de boeren'', zegt hij, ,,maar het IMF staat ons dat niet toe. Het IMF en de Wereldbank zijn niet goed voor ons. Vertellen ze je stront te eten dan moet je stront eten.''