Het is niets met ons en het wordt niets

De geschiedenis van Europa, en die van Nederland in het bijzonder, als een onstuitbaar proces van afbrokkeling en verwording, daarover gaat het in Robert Lemm, De kruisgang van het christendom. Er deugt niets meer van wat eens zo hoopvol is begonnen. En dat ligt aan het christendom. Niet omdat het zich te breed maakt, maar juist omgekeerd, omdat het zich weg laat drukken door de geest van de tijd. Zelfs de rooms-katholieke kerk (christendom is voor Lemm hetzelfde als de kerk, en kerk is hetzelfde als de rooms-katholieke kerk), heeft haar positie ingeruild voor comfortabele aanpassing.

Dat is de kruisgang van het christendom, waarover de titel spreekt: de kerk houdt haar rug niet recht, ze verweert zich niet echt meer, maar laat zich, om populair te blijven, meezuigen naar beneden, de ondergang in. Het boek beschrijft (op pamfletachtige wijze, zoals de flap veiligheidshalve vermeldt) deze ondergang als een eenparig versnelde beweging van afbraak van juist de waarden waarvoor het christendom garant had moeten staan. Maar als zout zouteloos is geworden, waarmee zal men het dan nog zouten? Alles is mis of dreigt mis te lopen: Erasmus zat er naast, Hugo de Groot deed een verkeerde greep naar het natuurrecht, de Verlichting is al helemaal het einde, en van democratie en/of liberalisme hoeven we al helemaal niets meer te verwachten. Een soort Bezwaren tegen de geest der eeuw, zo laat het boek zich nog het beste lezen. Maar nu dan niet van de hand van Isaac da Costa, die de negentiende eeuw voor zijn rekening nam, maar van Robert Lemm, en geadresseerd aan de mensen van vandaag. Da Costa had geen succes, het leven ging gewoon door. Na Lemm zal dat ook wel het geval zijn.

Waarom is alles mis? Dat heeft inderdaad met het christendom te maken, maar dan juist het christendom in de versie van Lemm. De klad komt er volgens hem in zodra het utopisch denken een plaats krijgt. Wie utopisch denkt, miskent de basis van het christendom, te weten de erfzonde. Wordt die afgeschreven, dan is de menselijke natuur goed, komt het natuurrecht hoog in het vaandel, en het ergste van alles: begint het geloof in de vooruitgang. Beide zijn keerzijde van elkaar: wie erfzonde afschaft, gaat zich te buiten aan vooruitgangsgeloof en vice versa. Waarom dat zo erg is? Omdat mensen die de erfzonde niet meer aan den lijve voelen, aan de offerdood van Christus voor de zonden (waaraan alle christenen geloven, zegt Lemm) geen behoefte meer hebben. Dat betekent de opheffing van het christendom. Zelfs waar nog wel aan erfzonde wordt geloofd – de rooms-katholieke kerk – doet men nog aan utopisch denken. Dat is handjeklap spelen met de wereld, en dus hoef je het ook al niet meer van de kerk te verwachten, voorzover die liever meeloper dan martelaar is.

Getuigenis

Ik overdrijf niet, zo loopt het betoog. Wat een lezer ermee moet, zou ik zo gauw niet weten, behalve constateren dat zulke opvattingen bestaan. En waarschijnlijk niet alleen in het hoofd van Lemm, er zullen ook wel zware gereformeerden zijn die het – minus paus en Rome – net zo willen zeggen: het is niets met de wereld en het wordt niets, en daarbij op dezelfde manier hun uitgangspunt nemen in de dood van Christus voor de zonden. Neem je dat dogma serieus, dan kan het zonder Christus nu eenmaal niets worden met de wereld. Zoals het overigens volgens de islam niets met de wereld wordt als we niet Mohammed en zijn aanwijzingen volgen.

Daar raak ik een gevoelige snaar. Het is niet verboden om van je eigen gelijk uit te gaan, maar wel riskant. Je legt al gauw de ander uit in termen van je eigen theorie, en dan heb je altijd gelijk. Een gesprek is niet nodig, alleen een getuigenis. Zo ook bij Lemm. Of dat arrogant overkomt, daar heeft hij kennelijk niet wakker van gelegen, want hij roert andermans gedachtegang zelfs niet aan. Nergens verschijnt een vraagteken. `Alles is mis' is zo verstrekkend, dat je jezelf in gemoede zou kunnen afvragen of er niet iets mis is met je maatstaf.

De brede armzwaai die Lemm aan zijn opvatting meegeeft maakt duidelijk dat hij het christendom beschouwt als hoeder van het conservatisme, in de politieke betekenis van dat woord. De geest van Edmund Burke laat zich hier gemakkelijk herkennen: geen utopie, geen vooruitgangsgeloof, geen democratie, geen rechten van de mens, en indien al, dan hooguit afgedwongen en niet van harte, want in strijd met de erfzonde. Lemms gelijkstelling tussen rooms-katholiek en conservatief (in politieke zin), is jammer. Want om te beginnen hoef je niet rooms-katholiek te zijn om het conservatisme aan te hangen, en omgekeerd is christen zijn zeer wel mogelijk zonder tot de `conservatieven' te behoren. `Maar dat zijn niet de echte', roept Lemm bladzij na bladzij. Zoals je vroeger van DDR-vrienden hoorde dat het socialisme in Oost-Duitsland niet het echte was, als je er iets onwelvoegelijks in aanwees.

Eeuwige waarheid

Dubbel jammer: Lemm continueert het misverstand dat de kerk een boven-historische grootheid is, en haar dogma's en leerstellingen eeuwige waarheid behelzen. Zijn voorbeeld is kardinaal Ratzinger, die onlangs verklaarde dat je van de Kerk, te weten de rooms-katholieke, onmogelijk kon eisen dat ze toevallige historische verschijnselen zoals de reformatorische kerken, het predikaat `kerk' zou toekennen. Dat is helder. Er is maar één instantie die geen historisch verschijnsel is, en dat is de kerk van Rome. Voetstoots, zonder ergens ook maar met de ogen te knipperen of een nuance aan te brengen, gaat ook Lemm daarvan uit: die Kerk spreekt namens God.

Dat kun je aanmatigend noemen, maar dat gaat mij te ver. Ik houd het liever bij een vraag die W.F. Hermans eens stelde, toen iemand hem voorhield dat de islam Gods wil vertegenwoordigde. `Wie zegt dat?' Antwoord: dat zeggen ze zelf. Als je vindt dat zo'n simpele vraag minstens te denken geeft, zul je wel een rationalist zijn, in Lemms ogen. Dat ben ik niet, het bevreemdt mij slechts dat Lemm niets van Jorge Luis Borges, op wie hij promoveerde en wiens werk hij (prachtig) vertaalde, heeft meegenomen, zelfs geen minuscuul vraagtekentje. Dat is een verwijt, zeker. Maar Lemm zal het wel uitleggen als het lot dat een ware christen in deze wereld moet ondergaan, dat van onbegrepen martelaar.

Robert Lemm: De kruisgang van het christendom.

Aspekt, 158 blz. ƒ34,–