Het hart van De Loor ratelt niet meer

Bij de WK afstanden in Salt Lake City is Barbara de Loor vanaf morgen de enige schaatser uit de Nederlandse ploeg die op vier afstanden mag starten. Een herboren De Loor kan de wereld weer aan.

Barbara de Loor voelt zich herboren. Precies zoals de artsen haar in het vooruitzicht hadden gesteld voordat zij in april 1999 aan haar hart werd geopereerd. Met die operatie zette de schaatsster uit de gemengde kernploeg van Ingrid Paul haar carrière op het spel. Twee jaar later kijkt zij terug op haar beste en meest constante seizoen sinds zij in 1991 toetrad tot Jong Oranje. Met vier startbewijzen (1.000, 1.500, 3.000 en 5.000 meter) op zak voor de wereldkampioenschappen afstanden in Salt Lake City.

Tien jaar geleden begon in Jong Oranje het fysieke ongemak voor De Loor. Zij gold toen als een grote belofte. Niet zomaar zag coach Leen Pfrommer in haar een nieuwe Karin Kania. Voor het eerst kreeg zij last van hartkloppingen, één keer per week. Zestien was zij toen. Op het laatst had zij er dagelijks last van, soms wel zes keer per dag. Oorzaak: een klepje in één van haar aderen bleef soms te lang openstaan waardoor te veel bloed in haar hart terechtkwam. Het hart ging daardoor sneller kloppen. ,,Het was net een ratel.'' Vooral in het olympische seizoen werd zij er door geplaagd. Op de Winterspelen in Nagano werd De Loor toch nog verdienstelijk vierde op de vijf kilometer. Na Japan zou zij zich laten opereren. Maar zij ging op vakantie en stelde de operatie een jaar uit.

Als excuus voor haar slechte prestaties heeft zij haar hartkwaal nooit aangevoerd. Sterker nog, buiten het kringetje van coaches en artsen was niemand ervan op de hoogte. ,,Het was ook echt iets van mezelf. Bovendien zag je aan de buitenkant ook niks aan me. Daar komt bij dat ik niet snel de moed opgeef of loop te zeuren.''

De Loor had zichzelf al zodanig geconditioneerd dat zij voor de start van elke wedstrijd eerst even rondkeek waar de arts, de fysiotherapeut en de coach langs het ijs stonden, voor het geval er iets mis mocht gaan. En als zij last kreeg van hartkloppingen, kon zij dat `manipuleren' door met een vinger hard op de halsslagader te drukken. Resultaat: minder bloed in het hart, minder kloppingen.

De beloofde wederopstanding bleef in het schaatsseizoen na haar operatie uit. Mentaal was zij er in 1999-2000 nog niet klaar voor. ,,Na die operatie wilde ik er in juni weer vol tegenaan, maar dat viel zwaar tegen.'' Na het gedwongen vertrek van Sijtje van der Lende als bondscoach kreeg De Loor te maken met een nieuwe coach, Gerard Kemkers, en ook die verandering was niet meteen in haar voordeel. ,,Heel lang heb ik de schijn opgehouden dat het goed met me ging, dat ik het allemaal wel trok, maar in oktober 1999 brak het een beetje.''

Tegenvallend waren de eerste wereldbekerwedstrijden van het seizoen, in Inzell. Na afloop van de races vertelt zij daar tussen neus en lippen door dat zij een half jaar eerder aan haar hart was geopereerd. Dat zette haar prestaties in een heel ander daglicht. ,,Bij zo'n ingreep hoort ook een verwerking. Misschien heb ik me ook wel wat te stoer gehouden.'' Vorig seizoen was een editie om snel te vergeten. Geen EK, reserve bij de WK all round in Milwaukee en een bijrol op de WK afstanden in Nagano. ,,Ik heb dat jaar te veel alles alleen willen doen, heb niet aan de bel getrokken. De mensen die me konden helpen, zaten thuis.''

Weer kreeg De Loor een nieuwe coach: Ingrid Paul, vrouw en arts. ,,Ze vroeg me meteen wat ik nodig had om me beter te voelen en weer zelfvertrouwen te krijgen.''

Trainingen die grote gelijkenis vertonen met wedstrijden, dat bleek het juiste recept. De Loor beschouwt een dag in juni vorig jaar, met de ploeg op hoogtestage in Sankt Moritz, als hét moment van haar wedergeboorte. Zij fietste de Stelvio op, een reus in de Zwitserse Alpen. ,,Een prachtige dag. Tijdens die klim zei Ingrid een paar keer: `Bar, wat goed dat je dit kan, ga er voor'. Het was een klim van twee uur en dan komt het echt aan op je hart-longfunctie. Eenmaal boven voelde ik me zó opgelucht en zó sterk; dat had ik toch maar even gefikst.''

Het nieuwe seizoen begon veelbelovend, met het winnen van de IJsselcup. De Loor plaatste zich voor de Europese kampioenschappen in Baselga. ,,Toen viel er een onwijze last van me af.'' Bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen reed zij weer als vanzelfsprekend mee met de wereldtop. De Loor voelde zich in de vorm van haar leven. In Boedapest viel zij in voor de zieke Wieteke Cramer. In de Hongaarse hoofdstad eindigde zij als vijfde. Hoogtepunt in Hamar: zilver bij de wereldbekerwedstrijden op de 1.500 meter.

De Loor, van oorsprong stayer, kan nu ook goed mee op de korte afstanden. ,,Voor het allrounden is dat alleen maar een voordeel.'' Door haar hartproblemen kon zij nooit voluit gaan in sprinttrainingen. Van dat probleem is zij nu verlost. Tot veler verbazing plaatste zij zich ook voor de 1.000 meter van komend weekeinde in Salt Lake City, maar wegens haar zware programma laat zij die afstand mogelijk schieten. Toch speelt zij met de gedachte op de Winterspelen van 2002 in diezelfde stad van start te gaan op de 1.000. ,,Ik ben er sterk genoeg voor. Maar het liefst rijd ik daar de 1.500 en de 3.000 meter.''

Aanvankelijk wilde De Loor stoppen na de Winterspelen. ,,Dan ben ik 27 en is het wel mooi geweest, dacht ik eerst. Maar ik heb er nog zo veel plezier in en ik ben nieuwsgierig naar wat ik nog kan.'' Met het uitstippelen van de koers naar de Olympische Spelen begint zij in april, als zij met onder anderen Ingrid Paul voor een vakantie annex hoogtestage naar Nepal vertrekt. Die reis beschouwt zij ook als een beloning voor een mooi seizoen. Barbara de Loor komt straks op de plek waar zij zich al een tijdje waant: op het dak van de wereld.