Held van de Vooruitgang

Ger Thijs regisseert Brechts drama Het Leven van Galileï en speelt tegelijk de hoofdrol. ,,Brecht kan het grote gebaar aan.'' Zaterdag 10 maart gaat Galileï in première.

Wil Ger Thijs alleen zijn, dan verdwijnt hij achter een lessenaar in een uithoek van het toneel. Daar kan zijn personage studeren, terwijl de acteur de spotlights voor een moment ontloopt. Ger Thijs speelt Galileo Galileï (1564-1642), de Italiaanse sterrenkundige die in botsing kwam met de Kerk. Bertolt Brecht schreef met Leben des Galileï een drama waarin de titelfiguur bijna onafgebroken op de bühne staat. Een hele klus voor Ger Thijs, die het stuk voor het Nationale Toneel regisseert maar nu ook de hoofdrol vertolkt. Die was eerst voor Gees Linnebank bestemd, maar hij werd halverwege het repetitieproces ernstig ziek. ,,Linnebank was een warmbloedige Galileï'', zegt Chiara Tissen, in het stuk de dochter van de sterrenkundige. ,,Zijn aardsheid gaf een mooie tegenkleur aan het wetenschappelijke fanatisme van zijn personage.'' Ger Thijs is een intellectueler type dan Linnebank, vindt ook Henk van Ulsen, die paus Urbanus VIII speelt. Afstandelijker en behoedzamer in z'n gebaren. ,,Al komt hij uit een katholiek nest, toch heeft hij iets van een sobere calvinist.''

Twee weken voor de première repeteren Thijs en consorten in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Op het voortoneel glinstert Galileï's telescoop. Een magisch instrument, dat de ouderwetse kosmologie onttovert. Veel van Galileï's tijdgenoten weigeren er door te kijken. Van hen moet de hemel blijven wat hij is: een koepel, gevuld met God en met een aarde waaromheen de zon zijn rondjes draait. Ook de bezoeker die Galileï's huis betreedt ontwijkt de telescoop: de Kleine Monnik (Vincent Linthorst) neemt het op voor zijn arme ouders. Zij zwoegen de hele dag op het land en hun enige troost is de zekerheid dat God hen ziet en goedkeurt, op een Aarde die het middelpunt is van Zijn schepping. En die zekerheid wil Galileï de mensen ontnemen! Stop dat onderzoek, smeekt de Kleine Monnik. Ger Thijs hoort hem zwijgend aan en vraagt dan aardig: ,,Wil je kijken?'' Schoorvoetend komt de Kleine Monnik naderbij, en kijkt. Een glimlach trekt over Galileï's gezicht: er is een zieltje voor de wetenschap gewonnen.

Waarom Thijs Brecht waardeert? ,,Brecht kan het grote gebaar aan. Zijn blik is naar buiten gericht, hij heeft allure, hij vertelt zijn verhaal effectief en schaamt zich daar niet voor.'' Brecht schreef Leben des Galileï in 1938 in Denemarken, waarheen hij voor de nazi's was gevlucht. Hij plaatste Galileï in een dictatuur als die van Hitler, maar hield de historische feiten intact. En die vermelden dat Galileï in 1633 zijn leer afzwoor. Na een verhoor door de Heilige Inquisitie in Rome was het tonen van de martelwerktuigen voldoende om de held van de Vooruitgang te reduceren tot een angstig kind. Ook Brecht kreeg te maken met een Inquisitie die van de Amerikaanse staat. In 1947 wist hij het House Committee for Unamerican Activities ervan te overtuigen dat hij nooit communist was geweest.

Ger Thijs: ,,In de derde versie van de Galileï uit 1947 lees je tussen de regels over dat verhoor, waarin Brecht zichzelf op gruwelijke wijze tegenkwam. Hij was niet erg moedig, en later verdoezelde hij dat door zichzelf te stileren tot een naïeve, sluwe overlever.''

Die derde versie van het stuk is de populairste, waarschijnlijk omdat Brecht de hoofdpersoon van zijn bravigheid ontdeed en veel scènes inkortte. Ger Thijs ging nog verder: Brechts koor komt bij hem niet voor. ,,Dat houdt de boel maar op. Ik heb geprobeerd de scènes vloeiend in elkaar over te laten lopen, ik wilde een filmische montage.'' Sommige personages voegde Thijs samen. Paus Urbanus

VIII versmolt met andere figuren, waarmee de parallellen tussen hem en Galileï meer nadruk krijgen. Beiden zijn begeesterde wetenschappers, die de wetenschap verraden en zich voor hun zwakheid schamen.

Probeerde het Noord Nederlands Toneel met z'n recente Brecht-productie De Driestuivers-

opera nog tot een politieke analyse te komen, Het Nationale Toneelricht zich op algemenere kwesties. Zoals de vraag naar de grenzen van de wetenschap. ,,Enerzijds'', aarzelt Thijs, ,,ben ik geneigd de drang naar kennis te romantiseren, anderzijds moet je ruimte laten voor God of het lot. Maar het meest interesseert mij nog de gang van hoogste roem naar vernedering en van mateloze zelfoverschatting naar mateloze zelfverachting. Galileï's schrik over zijn zwakheid is zo groot dat hij ten slotte zegt: een man die gedaan heeft wat ik gedaan heb kan in de rijen van de wetenschap niet geduld worden. Pas dan is het duidelijk of iemand zwak is of moedig.''

`Het Leven van Galileï' van Het Nationale Toneel is tot en met 19 mei in het land te zien. Inl. (070) 3181482.