Greenspan aan de Río de la Plata

In Argentinië heerst anno 2001 een broze sociale vrede. Armoede en werkloosheid drijven veel mensen het land uit. De hyperinflatie is verdwenen, de economie gedollariseerd. Als zo vaak blijkt ook nu de economische crisis vooral een vertrouwenscrisis en een crisis in de politiek. ,,We kunnen niet doorgaan de wereld de schuld te geven van onze recessie.''

Voor het consulaat van Italië: een metertje of vijftig. Voor dat van Spanje: toch nog altijd zo'n twintig meter. Voor de lunchroom die een baantje als bordenwasser te vergeven heeft: tot zover het oog reikt.

Jonge, veelbelovende Argentijnen uit de middenklasse in de rij voor een visum naar het land waaruit hun grootouders destijds juist zijn gevlucht, hopend op een betere toekomst in de Nieuwe Wereld. Nu is het omgekeerde het geval. Ook jonge, hardwerkende Argentijnen uit een lagere sociale klasse, in de rij voor een schaarse horecabaan. In een land dat tot voor kort een traditie kende van lage werkloosheidscijfers zit nu gemiddeld een zesde van de beroepsbevolking zonder werk. En dan nog een rij: die van de door hongerige paupers opengesneden vuilniszakken, straat na straat in het centrum van Buenos Aires.

In de Argentijnse hoofdstad is de lengte van de rijen dezer dagen een soort alternatieve graadmeter voor de economie geworden. En iedereen, de belegerde president Fernando de la Rúa niet op de laatste plaats, maakt zich grote zorgen over de zeer nabije toekomst. Afgelopen weekeinde nog onthief De la Rúa minister Machinea (Economie) van zijn post en benoemde op zijn plaats minister van Defensie Ricardo López Murphy. Maar, zo zeggen analisten in Buenos Aires, niet zozeer de ministers zijn het probleem als wel de president zelf en zijn regerende, intern verdeelde Alliantie-coalitie. Als zo vaak blijkt ook in Argentinië anno 2001 de economische crisis vooral een vertrouwenscrisis en een crisis in de politiek van het land.

Eerst even tien jaar terug, naar 1991. Dat was een beslissend jaar voor de tot dan toe door hyperinflatie geteisterde economie van Argentinië. Met het besluit de Argentijnse munt via een currency board te koppelen aan de Amerikaanse dollar werd in één klap de inflatie tot aanvaardbare niveaus teruggebracht. Momenteel kent Argentinië zelfs deflatie. De Argentijnse centrale bank houdt sinds '91 voor elke peso die in roulatie wordt gebracht een Amerikaanse dollar in reserve. Maar de prijsstabiliteit heeft ook een prijskaartje: verlies van monetaire zelfstandigheid. Greenspans Fed regeert nu ook aan de Río de la Plata. En de Amerikaanse rente bepaalt dus de Argentijnse, die bovendien een soort risicobonus kent. De hoogte van deze zogenoemde spread drukt het vertrouwen uit van de financiële markten in de Argentijnse economie. ,,Het is een hoge prijs die we moeten betalen voor een veilig monetair systeem'', erkent macro-econoom Daniel Ortana van de Fundación Investigaciones Economicas Latinoamericanas (FIEL), een conservatieve denktank in Buenos Aires. Desondanks lijkt er consensus te bestaan in Argentinië over het handhaven van de currency board: het trauma van hyperinflatie is groot en de economie is intussen vrijwel geheel gedollariseerd.

Tegelijk met de prijsstabiliteit stelden de toenmalige, peronistische president Carlos Menem en vooral zijn minister van Economie Domingo Cavallo, in de jaren negentig een ambitieus programma in werking van privatiseringen en fiscale disciplinering. Argentinië gooide ook de grenzen verder open, onder andere in het kader van Mercosur, de vrijhandelsovereenkomst met Brazilië, Uruguay en Paraguay. Het resultaat was een decennium van hoge, zij het niet constante, groeicijfers. Zelfs de zogenoemde Tequila-crisis in 1995 kon Argentinië niet werkelijk deren. Maar de groei bleek eindig, er waren crises in Rusland en Brazilië en vorig jaar november ging het bijna mis in het land. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moest met een lening van bijna 40 miljard dollar komen om Argentinië overeind te houden. De buitenlandse schuld van het land steeg daardoor tot 150 miljard dollar. Aanvankelijk leek de bailout (in Argentinië Blindaje geheten) te werken. De overheid presenteerde de reddingsoperatie zelfs als een eigen wapenfeit. Op billboards langs de snelwegen die dwars door Buenos Aires lopen, pocht de regering: `Blindaje 2001: Werken en werk voor de mensen. Fernando De la Rúa'.

Toen echter vorige maand Turkije in de problemen kwam, leefde op de financiële markten de vrees dat de sterk van buitenlands kapitaal afhankelijke Argentijnse opkomende economie besmet zou worden met een `Turks virus'. ,,Er zijn maar weinig overeenkomsten met Turkije'', meent evenwel Federico Thomsen, senior econoom bij ING Barings in Buenos Aires. Hij wijst op andere factoren die de economische situatie in Argentinië beïnvloeden. ,,Na de bailout door het IMF was er te veel optimisme. Dat was ook wel begrijpelijk. De Amerikaanse rente daalde bovendien, de exportprijzen van commodities stegen en de dollar werd goedkoper ten opzichte van de euro. Sindsdien is de situatie een stuk grijzer geworden.''

Ook Ortana van FIEL haalt de schouders op over het vermeende `Turkse effect' op Argentinië. ,,Natuurlijk, beide landen hebben een hulppakket van het IMF gekregen en beide landen hebben een regeringscoalitie die in moeilijkheden verkeert. Maar in tegenstelling tot Turkije heeft Argentinië geen financieringsprobleem, dankzij het zeer behoudende beleid van de centrale bank. Argentinië heeft vooral een concurrentieprobleem met het veel goedkopere Brazilië. `Turkije' hielp natuurlijk niet, maar is van ondergeschikt belang.''

De langdurige recessie in Argentinië zorgt voor veel spanningen, vooral in de politiek. President De la Rúa, die in 1999 op overtuigende wijze zijn peronistische tegenkandidaat versloeg, krijgt van vele kanten het verwijt dat zijn beleid weinig consistent is. Ferme beslissingen – zoals hervorming van de pensioenen en een cruciaal bezuinigingsakkoord met de provincies, twee voorwaarden voor de recente IMF-lening – worden afgewisseld met wankelmoedigheid, stelt Thomsen van ING Barings.

Recent is binnen de regeringscoalitie van de conservatieve UCR van oud-president Raúl Alfonsín en de linksige Frepaso-partij van de vorig jaar ineens afgetreden vice-president Chacho Álvarez een nieuw conflict ontstaan. Uit een rapport van de Amerikaanse Senaat is gebleken dat een paar Argentijnse banken betrokken zouden zijn bij het witwassen van drugsgelden. Vanuit de coalitie werd de beschuldigende vinger uitgestoken naar president Pedro Pou van de centrale bank die te weinig toezicht zou hebben gehouden. Een diplomaat in Buenos Aires wijst er op dat het internationale imago van Argentinië al te lijden heeft onder de voortdurende corruptie. ,,Een groot probleem'', aldus de diplomaat.

Tot overmaat van ramp brak drie weken geleden ook in Argentinië mond- en klauwzeer (MKZ) uit, waardoor het land zijn voor de export felbegeerde status van `MKZ-vrij land, zonder vaccinaties' kwijtraakte. Maar van de export, slechts 9 procent van het bruto binnenlands product, moet Argentinië het niet hebben om de gestagneerde economie weer op gang te krijgen. De vraag is vooral hoe de binnenlandse consumptie kan worden gestimuleerd en nieuwe investeringen kunnen worden aangemoedigd, meent ook de in economische onderwerpen gespecialiseerde journalist-schrijver Daniel Muchnik van Argentinië's grootste krant, Clarín. ,,De werkelijke oorzaken van de recessie zijn binnenlands'', schreef Muchnik onlangs in zijn krant, waarbij hij wees op een ,,vicieuze cirkel'' die is ontstaan tussen consumptie en productie. ,,Men kan niet doorgaan met de rest van de wereld de schuld te geven van onze recessie.''

Intussen zijn de sociaal-economische indicatoren uiterst verontrustend. In de jaren dertig stond Argentinië nog in de toptien van wereldeconomieën. Nu leeft 29 procent van de bevolking, zo'n twaalf miljoen mensen, onder de armoedegrens, zo blijkt uit een recent rapport van het consultancybureau Equis, op basis van officiële cijfers. Inkomens beneden de 500 pesos (1.200 gulden) per maand worden daartoe gerekend. Meer dan de helft van de Argentijnse onderwijzers blijkt die 500 pesos nog niet eens te verdienen. Vooral gepensioneerden hebben het uiterst moeilijk. In een vorige maand door hetzelfde bureau gehouden enquête zegt 73 procent van de ondervraagden dat de situatie van hun gezin er sinds 1995 op achteruit is gegaan. Een diplomaat spreekt van ,,proletarisering van de middenklasse''.

,,De Argentijnen houden zich staande door hun spaartegoeden aan te spreken voor de dagelijkse consumptie'', zegt macro-econoom Ortana van FIEL. De supermarkten melden dat hun klanten merkartikelen links laten liggen en zijn overgestapt op de goedkopere merken. De slechte sociaal-economische omstandigheden leidden vorig jaar tot drie algemene stakingen tegen het beleid van De la Rúa. Ook voor begin deze maand was een grote staking aangekondigd, maar de vakbonden besloten die na onderhandelingen met minister Bullrich (Arbeid) op het laatste moment af te gelasten. Voor het moment heerst er een broze sociale vrede.

Met de benoeming van de als orthodox econoom bekendstaande López Murphy heeft president De la Rúa volgens analisten een signaal aan de markten willen geven dat het de Argentijnse regering ernst is met verdere bezuinigingen op de overheidsuitgaven om de economie te reactiveren. Intussen wordt ook de naam genoemd van oud-minister van Economie Domingo Cavallo. Hij zou de plaats moeten innemen van centrale-bankpresident Pou, die naar verwachting binnenkort door het Congres wordt weggestuurd. Het zou in elk geval in psychologisch opzicht een goede zet zijn. Voor veel Argentijnen is Cavallo een soort financiële Deus ex Machina; iets wat Argentinië hard nodig heeft.