Familie van BSE-koe gespaard

Bij ontdekking van een BSE-koe worden niet langer ook de moeder en haar nakomelingen geruimd. Dat schrijft minister Brinkhorst (Landbouw) in een brief aan de Tweede Kamer. Uit onderzoek van Europese wetenschappers blijkt het ,,ontbreken van enige veterinaire noodzaak daartoe'', aldus Brinkhorst.

Brinkhorst houdt niettemin vast aan een strenger ruimingsbeleid dat de Europese Commissie voorschrijft. In Nederland worden de nakomelingen van het BSE-rund zelf en álle stalgenoten en voormalige stalgenoten uit de eerste levensperiode van het BSE-rund geruimd. Daaronder vallen behalve runderen ook schapen en geiten. De Europese Commissie schrijft alleen de ruiming van runderen voor. Volgens Brinkhorst bestaat echter onzekerheid over het risico van besmetting via andere herkauwers.

Tot nu toe zijn in Nederland veertien bedrijven geheel geruimd na ontdekking van een BSE-geval. Op andere bedrijven zijn familieleden van de BSE-runderen geruimd, en de runderen die tegelijk met de BSE-koe in de eerste twaalf maanden van hun leven op hetzelfde bedrijf stonden.

Voedsel met dierlijke eiwitten dat de koe op jonge leeftijd eet, wordt gezien als de belangrijkste besmettingsbron van BSE. De BSE-gevallen in Nederland zijn meerendeels ontdekt in Oost-Nederland. Het ministerie van Landbouw en landbouworganisatie LTO zoeken uit uit welke bronnen het diervoer van deze dieren kwam.