Europa houdt de staldeuren zoveel mogelijk dicht

De evenhoevigen staan in de Europese verdomhoek. Is het niet BSE (gekkekoeienziekte) dan is het wel MKZ (mond- en klauwzeer) dat de destructie gaande houdt. Rokende brandstapels en grijpers met kadavers laten ethiek, economie en volksgezondheid op elkaar botsen. Dat gezond, maar verdacht vee met het oog op de afgrenzing van de besmettingshaard wordt geëlimineerd, is misschien nog tot daar aan toe, maar dat runderen worden vernietigd om de markt te stabiliseren stuit op ernstige bezwaren. Niet in de laatste plaats op die van de Duitse minister van Landbouw, Künast. Zij ziet in de voorgenomen massaslachting een obstakel voor haar voornemen eens en voor al een einde te maken aan het geldende, grootschaligheid stimulerende Europese landbouwbeleid.

Künast kwam vorige week maandag in conflict met commissaris Fischler (Landbouw) en met haar Franse ambtgenoot Glavany. Fischler noemt zich voorstander van hervormingen in de landbouw, maar pleit voor geleidelijkheid. Twee jaar geleden is in Berlijn afgesproken dat in 2002 het beleid opnieuw zou worden beoordeeld. Dat is niet toevallig na parlements- en presidentsverkiezingen in Frankrijk. Helaas verstoren BSE en MKZ de rust waarin nieuwe afwegingen zouden worden gemaakt. De dubbele crisis doorbreekt het scenario. De positie van de Commissie is in het geding. Dat inspireert Fischler tot minder haast maken dan Künast graag wil.

De Eurocommissaris staat tussen Duitsers en Fransen in. Frankrijk, nog altijd een landbouwnatie, profiteert van de geldstromen die met het Europese landbouwbeleid zijn gemoeid. Het komt van nature in verzet zodra iemand aan dat beleid wil tornen. Maar nu de Europese ministers van Landbouw niet van zins blijken extra fondsen ter beschikking te stellen voor de bestrijding van de crises, komt Glavany de Franse boeren tegemoet met nationale middelen. Fischler had het nodige overgehad voor een Europese aanpak, al was het maar om het initiatiefrecht van de Commissie veilig te stellen. Ongebreidelde renationalisering, waarvan de Franse maatregelen een voorbode kunnen zijn, verzwakt de Commissie.

Drie tegenstellingen compliceren het antwoord op de vraag: hoe nu verder? Grootschaligheid staat tegenover kleinschaligheid, landbouw als industrie tegenover het groene boeren, wereldwijde handel tegenover lokaal gehouden afzet. Agrarische miniatuurtjes in Beieren, Griekenland, Portugal en Zuid-Italië staan tegenover mammoets in het oosten van Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Als de groene landbouw het zou winnen, zou kandidaat Polen in één klap uit de achterhoede worden overgeplaatst naar de voorhoede. Zelfs onder het communisme is de Poolse landbouw kleinschalig en naar Europese maatstaven achterlijk gebleven. Maar in het denken van Künast moeten de Poolse boeren wellicht als pioniers worden beschouwd.

De gemêleerde werkelijkheid laat zien dat de Duitse bewindsvrouw nog wel het een en ander heeft uit te leggen, alvorens de Europese Unie een totale ommezwaai maakt. Het is dan ook van belang de oorzaken van beide crises uit elkaar te houden. De BSE-epidemie onder Britse runderen was niet een gevolg van het Europese landbouwbeleid. Wel van ongeremd marktdenken, van eng nationalisme en van bestuurlijke nonchalance, ook toen de risico's van het gekannibaliseerde veevoeder niet meer konden worden genegeerd. Grootschaligheid staat niet per definitie in de weg van afdoende bescherming van de volksgezondheid.

Grootschaligheid kan wel een negatieve factor zijn bij het voorkomen van MKZ, anders dan de nieuwkomer BSE voor iedere veeboer, waar ook ter wereld, een bekend en gevreesd verschijnsel. De in het Verenigd Koninkrijk de afgelopen jaren doorgevoerde centralisatie van veemarkten en slachterijen en de daaraan gepaarde gaande transporten van vee over grotere afstanden heeft mogelijk de verspreiding van MKZ bevorderd. Paradoxalerwijs was die centralisatie bedoeld om de controle op BSE te verbeteren. Maar ook het scharrelvee brengt zo zijn eigen risico's met zich mee. Permanente stalling beschermt tegen besmetting met MKZ.

De epidemieën dwingen tot herbezinning, maar leiden niet automatisch tot een eenduidige oplossing. Het kernprobleem van het Europese landbouwbeleid is de verregaande bescherming van producenten tegen de invloeden van de internationale markt. Ook nu nog houden woordvoerders van de sector luidruchtig vol dat opening van de Europese markt tot allerlei nare consequenties zal leiden – alsof de risico's voor de eigen gezondheid die consumenten van Europees vlees jarenlang onbewust hebben gelopen in het niet vallen bij de veronderstelde gevaren van de wereldmarkt. Enige terughoudendheid in het zelfbeklag zou de agrarische bedrijfstak onder de gegeven omstandigheden niet misstaan.

Ook kleinschalige landbouw zal het niet kunnen stellen zonder verregaande protectie. Het is juist met het oog op een geleidelijke en beheerste omschakeling van klein- naar grootschaligheid dat het Europese landbouwregime zo'n veertig jaar geleden is ontworpen. Dat regime heeft overigens niet zonder succes gefunctioneerd: het agrarische aandeel in de Europese beroepsbevolking is in die periode gedaald van 25 tot 6 procent. Maar achter de veilige buitengrenzen van protectionistisch Europa kon desondanks de productiviteit aanmerkelijk worden verhoogd, met boter- en vleesbergen als resultaat. Zwaar gesubsidieerde groene, slechts op de eigen omgeving georiënteerde kleinschaligheid zal intussen de kosten verder opjagen.

Is het klimaat dan nu gunstig voor het opengooien van de Europese staldeuren en het toelaten van een frisse internationale wind? Geenszins. Bepalend blijft het verzet van de oude landbouwnaties in de Unie, nog versterkt door de problemen die de aanstaande toetreding van Polen met zich meebrengt. Dat al over een herwaardering van het Europese landbouwbeleid werd en wordt nagedacht heeft vooral met de uitbreiding van de Unie te maken. Als de steun niet over de hele linie wordt verminderd, zal de financiering van agrarisch Europa straks niet meer zijn vol te houden. Afgezien van de actuele tegenstellingen houden Künast, Fischler en Glavany vast aan hetzelfde: een zoveel mogelijk afgesloten Europese landbouwmarkt.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.