Een haar

Een schaal taartjes:

Het scheelde een haar of ik had er een van genomen

Een hoog balcon:

Het scheelde een haar of ik was naar beneden gesprongen

Een vervelend oor:

Het scheelde een haar of ik had er een draai om gegeven

Een nietsvermoedende jongen:

Het scheelde een haar of ik was hem geweest

Zwart haar:

Het scheelde een haar of ik had zwart haar gehad

Prachtige muziek:

Het scheelde een haar of ik had dat lelijk gevonden

Lelijke muziek:

Het scheelde een haar of ik had dat mooi gevonden

Een gewoon huis in een straat:

Het scheelde een haar of ik had daar

mijn hele leven gewoond

Een langsfietsend meisje:

Het scheelde een haar of ik had een heel leven lang

lief en leed met haar gedeeld.