Een Afrikaans staatshoofd laat zich niet beledigen

François-Xavier Verschave heeft een vuistdikke pil geschreven over de duistere neokoloniale banden tussen Afrika en Frankrijk. Drie Afrikaanse staatshoofden klaagden hem aan wegens belediging. Het werd een levendige rechtszaak.

Het proces tegen François-Xavier Verschave heeft z'n vrolijke momenten. Verschave heeft de president van de Afrikaanse oliestaat Gabon een corrupte, dictatoriale man genoemd. Kan hij die bewering staven? Jazeker, de auteur heeft nog wel een voorbeeld. ,,Wat is het voor regime waarin de president zijn maîtresse aanstelt als voorzitter van de verkiezingscommissie?''

Hier heeft ook de rechter, die toch scherp uit de hoek kon komen, geen antwoord op.

De zaal barst in lachen uit. Uit één hoek luid applaus. ,,Bravo!'' De zittingen deze week verlopen iets ordentelijker dan de eerste, op 28 februari, toen volgens een Nigeriaan ,,heel zwart Parijs'' was uitgelopen om te zien hoe Verschave voor de rechter stond. Onder de Congolezen liepen de gemoederen zo hoog op dat ze iedere beschuldiging aan het adres van hun president, Denis Sassou Nguesso, met gejoel kracht bijzetten. ,,Het maakt niet uit dat monsieur Verschave een Fransman is en geen Afrikaan. Het is de geestkracht die telt'', zegt Dobian Assingar uit Tsjaad na de zitting. ,,Iemand moest het taboe doorbreken.''

De 55-jarige François-Xavier Verschave staat terecht voor een overtreding die al bijna in de vergetelheid was geraakt en dertig jaar geleden op een haar na uit de constitutie was geschrapt: belediging van een buitenlands staatshoofd. Verschave heeft niet één, maar drie staatshoofden beledigd, alledrie Afrikaanse presidenten. In zijn boek Noir Silence, waarvan sinds mei vorig jaar overwegend door mond tot mond reclame 25.000 exemplaren zijn verkocht, noemt hij de president van Tsjaad, Idriss Déby, een `onverbeterlijke moordenaar'. Generaal Denis Sassou wordt verantwoordelijk gesteld voor de burgeroorlog in Congo-Brazzaville, en Jacques Chirac met hem. Omar Bongo van Gabon is een `maffiabaas' die al 35 jaar via corruptie en fraude in het zadel wordt gehouden door Frankrijk.

Verschave, econoom en activist, is het publieke gezicht van een stichting die begin jaren tachtig werd opgericht om het Franse neokolonialisme in Afrika aan de kaak te stellen. De officiële Franse inmenging in Afrika – oliegigant Elf, niet-aflatende militaire steun, waarnemers bij verkiezingen – is ,,nog maar het topje van de ijsberg, tien procent van wat er werkelijk gebeurt'', zegt Verschave na de zitting. De 40 miljard francs die Parijs jaarlijks als ontwikkelingshulp naar Afrika stuurt, dienen ter ondersteuning van corrupte regimes die het met de mensenrechten niet zo nauw nemen. Volgens stichting Survie oefent Frankrijk achter de schermen een enorme macht uit in Afrika om de eigen economische en politieke belangen veilig te stellen.

Daar moet nu maar eens een einde aan komen, zegt Verschave. Voor de ,,incestueuze'' relatie tussen Frankrijk en haar voormalige Afrikaanse kolonies heeft hij de term `Françafrique' bedacht. De ondertitel van Noir Silence is dan ook Qui arrêtera la Françafrique?

De wandaden waarvan Verschave Afrikaanse en Franse politici beschuldigt zijn niet mis. Hij schetst de kruisverbanden van een schemerdiplomatie waarin nepotisme, machtsspelletjes en hebzucht samenspannen om de status quo te handhaven. Zijn vuistdikke boek is nauwgezet gedocumenteerd en gebaseerd op zowel binnen- en buitenlands persmateriaal als bronnen ter plaatse. Elke pagina heeft minstens drie voetnoten. In de rechtszaal beroept hij zich op artikelen uit de Franse pers, gesticulerend met een stapeltje fotokopieën waarvan hij de inhoud uit het hoofd kent.

Opmerkelijk genoeg is Verschave niet aangeklaagd wegens smaad. De Afrikaanse presidenten maken hem niet voor leugenaar uit. Ze vinden wel dat hij hen beledigd heeft. Zodoende hebben Bongo, Déby en Sassou Nguesso een oud wetsartikel uit de kast laten halen dat de vrijheid van meningsuiting aan banden legt. Het is volgens deskundigen nagenoeg onmogelijk zich hiertegen te verdedigen. Naar verluidt had voormalig president Giscard d'Estaing het willen schrappen. En zo gebeurt het dat de verdediging een stoet getuigen laat komen die verklaren dat zij het eens zijn met de typering dat Omar Bongo trekjes van een maffioso vertoont.

De aanklacht is een vondst van advocaat Jacques Vergès, die de drie staatshoofden verdedigt. Vergès is niet alleen in de rechtszaal een intimiderende figuur. Hij verdedigde Klaus Barbie, liet zich voorstaan op zijn vriendschap met Pol Pot en is tegenwoordig goede maatjes met West-Afrikaanse presidenten. ,,Verschave wantrouwt mijn cliënten omdat ze veel geld hebben'', zegt Vergès. ,,Alle beschuldigingen zijn zwaar overdreven. Weet u hoe vaak hij zelf in Gabon is geweest? Eén keer!''

Het is duidelijk dat Verschave een onderwerp heeft aangeroerd dat zo gevoelig ligt dat men in Frankrijk niet goed weet wat men ermee aan moet. Maar nu zelfs de zoon van voormalige president Mitterrand voor de rechter komt wegens wapensmokkel in Afrika en gebleken is dat voormalig Elf-topman Alfred Sirven voor miljarden aan Afrikaanse oliedollars heeft verduisterd, kan Verschave's boek niet zomaar opzij geschoven worden. ,,Het is paradoxaal, maar dankzij de affaire-Mitterrand worden we eindelijk serieus genomen'', zegt een bestuurslid van stichting Survie, die zo'n 7.000 leden heeft.

's Middags staat er een rij voor de deur van de rechtszaal. Een oudere Afrikaan schudt geïrriteerd het hoofd, moe van het wachten. Ondanks de grote belangstelling voor de zittingen zegt Verschave teleurgesteld te zijn in de aandacht die de Franse media aan de kwestie besteden. ,,De Franse bevolking wil in de doofpot stoppen wat er allemaal in Afrika is gebeurd'', aldus Verschave, een spitse man met een ziekenhuisgroene das die door Afrikanen als een van hen wordt beschouwd.

,,Iedereen gaat tegen slecht nieuws in de verdediging. Ons koloniale verleden is niet zo glorieus als we willen denken. Het is slecht nieuws, maar iemand moet het brengen.''

Uitspraak 25 april