`De retoriek van de koran is te gek'

Hafid Bouazza haalde bij het schrijven van het Boekenweekessay `Een beer in bontjas', inspiratie uit de muzikaliteit en de woordkeuze van de koran.

Hij heeft een toneelstuk op de planken van de Amsterdamse Stadsschouwburg, The Massacre at Paris (naar Christopher Marlowe), een boekenweekessay in alle Nederlandse boekhandels, een flinke kater en een voortdurend rinkelende mobiele telefoon – schrijver Hafid Bouazza (1970) heeft het druk, en niet alleen in de boekenweek. Vier jaar geleden debuteerde hij met de veelgeprezen verhalenbundel De voeten van Abdullah, twee jaar later volgde Momo, een novelle over een dromerig jongetje dat over een levendige verbeelding beschikt.

In zijn boekenweekessay Een beer in bontjas verklaart de auteur bij monde van zijn alter ego Haaris Boelfachr dat hij `openlijk zal spreken, zoals ik nog nooit gesproken heb. Ik zal roepen en luisteren of mijn roep in dit land van de egelantier een echo uit het land van de cactus opwekt. Ik zal zoeken naar mijn wortels.' Dat is beslist een gebaar van goede wil voor iemand die een paar jaar geleden in een interview met deze krant verklaarde `schoon genoeg te hebben van al dat gezever en geschmier over identiteit' en die zich als auteur altijd rigoureus in een Nederlandse traditie heeft geplaatst. Bouazza: ,,Dat gezoek naar invloeden – is het nu Arabisch of Nederlands? – is niet belangrijk. Natuurlijk, het zal allemaal wel meespelen, maar je verlegt te veel het zwaartepunt. Het gaat er niet om waar het vandaan komt, het gaat erom of het goed is of slecht! Als het uit het Arabisch komt, is het meteen veel verrukkelijker, krijgt iedereen van die exotische associaties. Wat een onzin! Dat soort dingen vind je ook in de Nederlandse literatuur. De verteltrant is te vergelijken met de oude ballades van Heer Halewijn: `Heer Halewijn zong een liedekijn, al die dat hoorde wou bij hem zijn'. Dat heb ik uit mijn hoofd geleerd op de middelbare school.''

Toch begon Bouazza de allereerste zin uit het titelverhaal van zijn debuut niet met de ballades van Halewijn, maar met het `met een vriendelijke klap' dichtslaan van de koran die `het licht deed stuivelen'. Van zijn vijfde tot zijn twaalfde jaar besteedde Bouazza zo'n twee uur per dag aan de koran, ook na zijn verhuizing van Marokko naar Nederland, in 1977. Bouazza: ,,Op de koranschool begonnen we met het uit ons hoofd leren van de openingssoera's, het openingsgebed: in naam van God, de barmhartige, de genadevolle, de koning van de dag en het hiernamaals etcetera. De imams zeiden een regel voor en die moest je dan nazeggen. Nee, je begrijpt natuurlijk niet wat je zegt, het is allemaal heel fonetisch. Pas later, toen ik ging lezen begreep ik dat sommige woorden niet bij elkaar hoorden. Aan de hand van de openingssoera's leerde je ook het alfabet schrijven. De koran is hét Arabische boek, de hele grammatica is daarop gebaseerd. Van die koranschool herinner ik me alleen dat we veel geslagen werden. Als je niet oplette, kreeg je met een olijventwijg.''

In zijn boekenweekessay vertelt Bouazza dat `de leien die trotse Hafid gebruikt uit Nederland komen'; `hij breekt ze keer op keer en verbergt ze onder zijn trui'. ,,Het was een moderne lei van plastic'', lacht Bouazza, ,,je kon hem buigen. Mijn vader kocht ze in Nederland en nam ze mee als hij naar huis kwam. Als je die soera's uit het hoofd leerde, moest je heen en weer zwaaien met je lichaam om het ritme te leren kennen. Later, in Nederland, maakte mijn moeder me een uur voordat we naar school gingen wakker, om uit de koran te leren, en als ik terug kwam uit school moest ik nog een uur. Het waren vreselijke tijden. Achteraf ben ik er wel blij mee, want het heeft mijn geheugen heel erg gesteund. Ik heb 32 van de 114 hoofdstukken van de koran uit mijn hoofd geleerd, maar ik ben het meeste nu weer vergeten. Toch merk ik dat ik een vreemde taal snel oppik en dat gedichten of zelfs proza vanzelf blijven hangen. Als kleine jongen begreep je niet wat je zei, dus ging je naar de ritmiek kijken. Veel in de koran is op rijm en dat helpt ook als je poëzie uit je hoofd wilt leren.''

Beschouwt Bouazza de koran als een heilig boek of als literatuur? ,,Mohammed heeft altijd gezegd dat hij geen wonderen verrichtte. Jezus kon doden tot leven wekken, een klein vogeltje een zuchtje leven inblazen. Mozes had de staf, hij had God gezien. Het wonder van Mohammed is de koran zelf, de retoriek ervan. Het mooiste uit de koran is wonderlijk goed, ja. Er is nooit zoiets geschreven. Het heeft iets waar ik mijn vinger niet op kan leggen. De stijl, de muzikaliteit van sommige stukken en de woordkeuze zijn prachtig. De Arabieren vinden het een goddelijk werk, ik vind de mooiste stukken meesterlijke literatuur. Verbluffend.

,,Een groot gedeelte van de koran is wettisch, gaat over regels, over erfrecht en zo, dat is erg saai. Een ander deel gaat over natuurverschijnselen. God zweert veel in de soera's: bij de dageraad, bij de middag, bij de vijg en de olijf. Al die dingen worden genoemd als de wonderen van God. De stukken waar God zweert bij galopperende, briesende paarden zijn prachtig ritmisch, met duidelijke beelden. Een ander deel is verhalend, gaat over Maria en Jozef bijvoorbeeld. Het mooiste verhaal gaat over Zacharias, die pas op latere leeftijd een kind krijgt. Maria krijgt bericht van Gabriël dat ze een kind moet dragen, ze wordt zwanger en het volk maakt haar voor hoer uit. Ze vlucht weg in de woestijn. Dan doet God een bron uit de grond opborrelen en een palmboom groeien, die vanzelf naar voren buigt om wat te eten te geven. Dat is prachtig geschreven. De manier van vertellen in de bijbel en in de koran verschillen enorm van elkaar. De koran is elliptischer, springt van het ene naar het andere verhaal, er zitten meer miniatuurtjes in. De vertellingen in de koran zijn niet compleet. Er komen alleen die gedeelten in voor die afwijken van wat er in het Oude en Nieuwe Testament staat. Een aantal van die vertellingen zou ik graag in het Nederlands willen vertalen.''

Met de bestaande koranvertalingen heeft Bouazza niet veel op: ,,Ik vertrouw die academische vertalingen niet. Om de ritmiek van de donder en bliksem van de koran in het Nederlands om te zetten, moet je toch wel heel wat in je mars hebben. Er zijn nogal eens blunders begaan. In één van de vertalingen wordt de kameel, als één van Gods wonderen, vertaald met `wolk'!''

Vooral de stijl van de koran blijkt Bouazza aan te spreken, niet zozeer de beelden: die zijn er maar weinig. ,,Af en toe zijn er wel prachtige metaforen. Zacharias zegt op een gegeven moment tegen God, dat zijn gebeente is verzwakt en dat `zijn hoofd in grijze haren is ontvlamd'. Dat is een prachtige metafoor voor vergankelijkheid. De beschrijving van het paradijs is heel sensueel, met `knapen als verborgen parels, die nog nooit het zonlicht hebben gezien'. Beschrijvingen van de hel gaan over een cactus en `pilaren van vuur' waar mensen tot in het oneindige gestraft worden.''

Is het literair gezien niet nogal hoogdravend? ,,Ach, toen ik mijn essay schreef kwamen er vanzelf een paar van die zinnen bovendrijven. De koran zat in mijn hoofd toen ik schreef: `Ik zal spreken zoals ik nog nooit gesproken heb'. Die retoriek vind ik te gek. Het is precies wat in Nederland not done is. Soms die brede gebaren, soms dat hele kleine, dat gebeitelde, dat lapidaire. Prachtig.''

De Koran. Vert. J.H Kramers, bewerkt door Asad Jaber en Johannes J.G.Jansen. De Arbeiderpers, 634 blz. ƒ69,–