Bekeerd tot de islam

,,Ik ga écht niet de hele dag het huis schoonmaken en wachten tot Abdellatif komt'', zegt Katja Santen (32). ,,Zo zit ik niet in elkaar.'' Ze werkt als verkoopster, haar Marokkaanse man heeft een baan in de informatietechnologie.

Drie jaar geleden trouwden ze. Katja, van geboorte ,,niks'', werd moslim. Ze volgt de regels van haar nieuwe geloof niet al te strikt. ,,Abdellatif trouwens ook niet'', zegt ze. Dus draagt Katja geen hoofddoek, bidt ze zelden en wordt thuis niet halal gegeten. Tijdens de ramadan probeert ze wel te vasten en misschien wil ze dat hun dochter op een gegeven moment koranlessen gaat volgen. ,,Maar alleen als ze zelf ook wil.''

Het aantal gemengde huwelijken in Nederland is tamelijk beperkt. Ongeveer negentig procent van de Marokkanen en Turken in Nederland trouwt met iemand van dezelfde etnische afkomst. Bij Surinaamse moslims ligt dat percentage lager.

Toch zijn er inmiddels duizenden Nederlanders met een islamitische partner. Het zijn vrijwel altijd vrouwen, want islamitische meisjes mogen niet met een man trouwen die geen moslim is.

In tegenstelling tot Katja worden deze vrouwen meestal tamelijk strenge moslims, zegt Abdulwahid van Bommel. ,,De mannen zijn toch vaak traditioneel, ze komen uit kleine plaatsjes. Zij vullen het geloof in met strenge religieuze eisen. En de vrouwen passen zich aan.'' Soms leidt het tot botsingen.

Van Bommel, die zich zo'n 35 jaar geleden tot de islam bekeerde, ontmoet als geestelijk verzorger veel Nederlanders die moslim zijn geworden. Behalve de getrouwde vrouwen, de grootste groep, onderscheidt hij enkele categorieën bekeerlingen. ,,Je hebt ook de echte zoekers'', zegt hij. Nederlanders die van alles proberen, van christendom tot boeddhisme, en uiteindelijk bij de islam uitkomen. ,,Dat zijn er niet veel, ik schat enkele tientallen per jaar.'' De zoekers hebben volgens Van Bommel vooral interesse in de spirituele, mystieke aspecten van de islam. ,,Zij volgen niet heel strikt de regels, het gaat hun meer om de beleving.''

Een andere groep zijn de Nederlanders die, om wat voor reden dan ook, enige tijd in een islamitisch land hebben gewoond en daar belangstellingen hebben gekregen voor de islam. Ook dat zijn er niet veel.

Tot slot zijn er de jonge bekeerlingen. ,,Dat is een nieuwe ontwikkeling'', zegt Van Bommel. Jennis van de Ven was veertien jaar, toen hij moslim werd. Hij las boeken over verschillende godsdiensten en kwam uiteindelijk bij de islam terecht. Daar stond hij ,,honderd procent achter'' en in de moskee waren ze net zo boos over de bombardementen op Irak als Jennis. Later veranderde hij zijn naam in Abdul-Jabber. Volgens hem zijn er ,,heel erg veel'' jonge Nederlanders die zich tot de islam bekeren. ,,En het worden er steeds meer.''

Hij is een strenge moslim. Alle wetten die tegen de koran ingaan, legt hij naast zich neer. Abdul-Jabber: ,,De grondwet is voor mij de koran. Sommigen noemen dat fundamentalistisch.''

Dat is precies hoe Van Bommel het typeert. ,,Dit soort jongeren is echt fundamentalistisch. Daar kun je niet mee praten, ze verschuilen zich achter de koran en zeggen dat zij de enige juiste weg volgen.''

Volgens Van Bommel worden Nederlanders die zich bekeren tot de islam er door hun omgeving toe gedwongen hun keuze uit te leggen. ,,Ze worden ter verantwoording geroepen en op die cultuur aangesproken, ook op de meest idiote dingen als fundamentalisten in Afghanistan of vrouwenbesnijdenissen in Somalië.'' Hij wijt dat aan ,,religieus analfabetisme''.

De omgeving van Abdul-Jabber reageerde ,,positief'', zegt hij. Natuurlijk, zijn ouders namen het in eerste instantie niet helemaal serieus, ze dachten dat hij na een half jaar wel zou bijdraaien. Dat gebeurde niet, hij is inmiddels 24.

De omgeving van Katja had er meer moeite mee. ,,Niet mijn ouders of vrienden. Die zien wel dat Abdellatif oké is en helemaal niet wil dat ik de hele dag in de keuken sta.'' Het zijn vooral collega's en vage bekenden, die soms afwijzend reageren. ,,Dan trekken ze zo'n gezicht van `o jee, als dat maar goed gaat'.''