Bang voor Ostrogorski

,,Erfopvolging is vanzelfsprekend geen democratisch beginsel. De sociaal-democratie is om principiële redenen voorstander van een gekozen staatshoofd. Zolang de constitutionele monarchie in de praktijk echter bevredigend functioneert onder de ministeriële verantwoordelijkheid, is er geen aanleiding tot verandering. De Partij van de Arbeid geeft andere democratische hervormingen een hogere prioriteit, zoals het referendum en een aanzienlijke vergroting van de kiezersinvloed op het bestuur van de Europese Unie.'' Zo luidt de passage over de monarchie in Tussen droom en daad, het beginselprogramma van de PvdA, dat besproken moet worden op het aanstaande partijcongres.

De bewuste passage heeft de toorn opgewekt van politiek-filosoof en partij-ideoloog Jos de Beus, zoals blijkt uit zijn bijdrage in het februari-nummer van Socialisme & Democratie, en van Trouw-commentator Willem Breedveld blijkens diens column van afgelopen woensdag. Beide heren zijn het gloeiend eens. De PvdA zou ofwel voluit republikeins moeten zijn (hup, weg met de monarchie, liever vandaag dan morgen) of zich in haar beginselprogramma moeten bekennen tot de lijn die haar grote leiders in de twintigste eeuw veelal in praktijk hebben gekozen, een lijn die De Beus omschrijft als `een specifiek Nederlandse sociaal-democratie' met een `eigensoortige aanvaarding van de constitutionele monarchie' (denk aan Drees die het koningshuis overeind hield tijdens de Greet Hofmans-affaire, aan Den Uyl die hetzelfde deed ten tijde van het Lockheed-schandaal en aan Kok die mogelijk even tactvol zal weten om te gaan met de kwestie-Zorreguieta).

De Beus en Breedveld kiezen zelf voor de tweede optie, maar vinden een recht-toe-recht-aan republikanisme beter te verteren dan de halfbakken formule van de commissie-Witteveen. Tussen droom en daad mogen best wetten en bezwaren in de weg staan, maar een partij die reeds in haar beginselprogramma haar republikeinse ideaal tempert met een soort weemoedigheid die niemand kan verklaren, zo'n partij neemt dat ideaal niet serieus. Je kunt niet op zondag republikeins zijn en door de week niet, aldus De Beus.

Ik denk dat het toch iets genuanceerder ligt. Proberen wij eens een heel positieve, sympathieke visie uit op de beginselprogramma-commissie. We verwerpen de hypothese dat de slappe tekst uitvloeisel was van interne verdeeldheid in de commissie. We verwerpen de hypothese dat de commissie bevreesd was voor de electorale gevolgen van een zuiver republikanisme. We verwerpen tenslotte de gedachte dat één of meer leden van de commissie op enigerlei wijze onder druk zijn gezet door aan het vorstenhuis gelieerde personen. Ik denk dat bij de beginselprogrammabedenkers sprake zou kunnen zijn geweest van angst voor de zogenoemde `Ostrogorski paradox', het verschijnsel dat een democratisch gelegitimeerde regering desondanks kan komen tot niet democratisch gedragen besluiten. Laten we eens aannemen dat ongeveer 80 procent van de PvdA-kiezers op deze partij stemt om sociaal-economische redenen (men is tevreden over het economisch beleid van de partij, of men deelt de PvdA-visie op sociale rechtvaardigheid). De overgrote meerderheid van deze groep wil de monarchie houden, omwille van de eeuwenlange band tussen ons en Oranje, omdat Koninginnedag zo'n aardig feest is en je anders nooit meer tot zaklopen komt, omdat het nu net weer leuk wordt met al die nieuwe prinsessen en toekomstige prinsebaby'tjes of om wat voor reden ook.

Stel vervolgens dat de PvdA bij enige verkiezing in de nabije toekomst een forse zetelwinst boekt. SP, GroenLinks en D66 boeren eveneens goed en er ontstaat een linkse meerderheid in het parlement. Men formeert een links kabinet. Gemakshalve veronderstellen we dat alle vertegenwoordigers en alle kiezers van GroenLinks, SP en D66 overtuigd republikeins zijn (quod non). We nemen voorts aan dat de vertegenwoordigers en de kiezers van CDA, VVD en de kleine christelijke partijen allemaal monarchist zijn (quod non toch ook, mag ik hopen). Moet nu het PvdA smaldeel in dit fictieve linkse kabinet, trouw aan haar eigen principes, gaan ijveren voor afschaffing van de monarchie, wetende dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking (CDA, VVD en klein rechts kiezers plus al die kiezers die alleen om sociaal-economische redenen PvdA gestemd hadden) daar niet voor is? Is dat niet een vorm van machtsmisbruik?

Mogelijk is het halfslachtige republikanisme van Tussen droom en daad te verklaren uit angst voor dit scenario. Een verstandige sociaal-democraat is republikein, maar niet als dat ten koste gaat van de democratie. Gelukkig is er voor de Ostrogorski-paradox een betere oplossing dan de weinig principiële uitweg die de opstellers van het beginselprogramma hebben gekozen. Waarom heeft men niet vastgelegd dat de PvdA republikeins is, maar dat de monarchie alleen door middel van een referendum mag worden afgeschaft? Tot mijn verbazing hoort het koninklijk huis in de huidige wetsvoorstellen rond het referendum tot de onderwerpen die geen voorwerp van referendum mogen zijn. Als er nu één onderwerp is waar je juist wel een referendum over zou moeten kunnen houden is het de monarchie.

Ik heb nog even getracht na te gaan of de PvdA zich wellicht tijdens een van de vele parlementaire behandelingen van deze wet (de referendumwet is als voorstel tot grondwetswijziging door de Tweede Kamer in eerste en in tweede lezing behandeld en is onlangs opnieuw aangenomen, in de vorm van een gewone wet) heeft ingezet voor afschaffing van de bepaling die het koninklijk huis vrijwaart van referenda. Maar nee. Amendementen in die richting van de zijde van de Socialistische Partij zijn (zover ik heb kunnen nagaan) niet door de PvdA ondersteund. Het is vermoedelijk te laat om dat nog te repareren in de referendumwet. Maar het PvdA-beginselprogramma kan nog wel in deze richting worden bijgesteld en elke poging om Tussen droom en daad wat meer helderheid te geven lijkt mij meegenomen.