Amper strijd in wazige telecomsector

De concurrentie in de Nederlandse telecommarkt kan veel beter. KPN ligt dwars, toezichthouder Opta mag te weinig en de consument wordt slecht voorgelicht. Aldus een recent onderzoek in opdracht van de overheid.

Over de kwaliteit van de Nederlandse telecominfrastructuur valt eigenlijk geen zinnig woord te zeggen. Het is misschien wel de meest opmerkelijke conclusie van een recent gepubliceerd onderzoek naar de internationale telecommarkt. Het is amper bekend of de netwerken waarmee we dagelijks e-mailen en telefoneren naar behoren functioneren.

In de Verenigde Staten zijn telecombedrijven wettelijk verplicht om inzicht te geven in het functioneren van hun netwerken. In Groot-Brittannië is hiervoor door de telecomaanbieders en consumentenorganisaties een platform ingesteld, gesteund door de Britse telecomtoezichthouder Oftel. De kwaliteitsrapportages worden gecontroleerd door een onafhankelijke instantie.

Maar in Nederland hoeven bedrijven uit zichzelf niet te vertellen hoe vaak hun centrales plat gaan en of ze – in het geval van mobiele telefonie – ook op de Veluwe `bereik' hebben. Voor consumenten is het beeld op die manier ,,moeilijk helder te krijgen'', zegt Frans van den Dool van adviesbureau Verdonck, Klooster & Associates dat het onderzoek heeft uitgevoerd. Van den Dool, ook hoogleraar in Eindhoven en oud-werknemer van KPN, vindt dat de autoriteiten bedrijven moet manen, desnoods met dwangmiddelen, tot het afleveren van kwaliteitsrapportages.

Opdrachtgever tot het onderzoek is het Directoraat-Generaal Telecom- en Post (DGTP), een onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In 1999 besloot de regering dat de ontwikkeling van de telecommarkt elke twee jaar zou worden geijkt en vergeleken met andere landen. De ambitie van Den Haag: zorgen dat er een eersteklas, betaalbare, toegankelijke en betrouwbare infrastructuur voor telecommunicatie komt. Niet alleen voor consumenten, maar ook voor nieuwkomers op de markt die de strijd met ex-monopolist KPN willen aangaan.

In de markt voor mobiele telefonie is het goed gesteld met de concurrentie, zo luidt een van de conclusies van het onderzoek. De onderzoekers vinden zelfs dat de overheid deze markt zoveel mogelijk met rust moet laten. ,,De markt voor mobiele telefonie wordt steeds internationaler'', zegt Van den Dool. ,,Je ziet dat KPN in dat opzicht een kleine speler is – het is dan onredelijk om het bedrijf de duimschroeven aan te draaien.''

Op het gebied van vaste telefonie scoort Nederland, dat in het onderzoek met vijf andere landen wordt vergeleken, gemiddeld tot slecht. Weliswaar zijn de tarieven voor vaste telefonie relatief laag, maar de concurrentie is beperkt en nieuwe ontwikkelingen komen traag op gang. Voor een deel is dat het gevolg van een traag werkende overheid. Maar ook KPN ligt dwars. De `laatste kilometer' telefoondraad tussen wijkcentrale en voordeur wordt al jaren met succes afgeschermd door de voormalige monopolist. Van den Dool en zijn collega's concluderen dat de toegang tot deze zogeheten aansluitlijn laat en beperkt op gang is gekomen, terwijl zij essentieel is om de concurrentie in de vaste telefonie te laten toenemen.

Volgens Van den Dool zijn vergelijkingen tussen Nederland en andere landen moeilijk te maken. De marktsituaties en het toezicht verschillen hiervoor soms sterk. Maar volgens de onderzoeker zijn internationale vergelijkingen geen must om een uitspraak te kunnen doen over de Nederlandse situatie. Puur naar Nederland kijkend blijkt steeds opnieuw dat KPN – behalve in de mobiele sector – nog steeds een zeer dominante positie inneemt, bijvoorbeeld op het gebied van vaste telefonie, maar ook qua internetaanbieders (KPN is eigenaar van Het Net, Planet Internet en XS4ALL).

Telecomtoezichthouder Opta wordt dit jaar geëvalueerd door de Tweede Kamer. Volgens Van den Dool lijdt het geen twijfel dat er voorlopig nog behoefte is aan ,,een toezichthouder die veel tegenwicht kan bieden aan KPN''. Opta zou bovendien extra bevoegdheden moeten krijgen waardoor het anticiperend en niet alleen, zoals nu, reagerend kan optreden.

Van den Dool vindt overigens dat de politiek een belangrijke rol moet blijven spelen in het telecomtoezicht. ,,Opta zou als volledig onafhankelijke instantie moeilijk ter verantwoording te roepen zijn – eigenlijk alleen nog via de rechter.'' Niettemin moet het toezicht zwaarder worden, vindt Van den Dool, vooral op het gebied van (de toegang tot) infrastructuur.

De consumentenprijzen in Nederland zijn laag genoeg. De Opta is op dat punt zelfs wat overijverig geweest, stelt de onderzoeker. ,,De prijzen zijn soms zo laag dat het voor concurrenten van KPN moeilijk is om aantrekkelijke marges te maken.''