Amerikaans zakenleven wil even afrekenen

Het bedrijfsleven boekt nu al rendement op haar investeringen in Bush. Is de politiek verslaafd aan `voor wat hoort wat'-geld?

De Republikeinen vierden deze week pas echt dat zij de macht in Amerika hebben overgenomen. Gisteravond stemden zij in het Huis van Afgevaardigden unaniem voor verlaging van de inkomstenbelasting. De 50/50-verdeelde Senaat moet zich nog uitspreken. Maar de eerste grote zege voor de Bush-revolutie werd er niet minder om bejubeld.

Het was niet het enige symbool van de nieuwe tijden in Washington. Eerder in de week maakten de Republikeinen een eind aan nog net door president Clinton afgekondigde regels ter voorkoming van langdurig letsel aan ruggen, armen en andere in het arbeidsproces veel gebruikte lichaamsdelen. Aan de `ergonomics'-richtlijnen was tien jaar gewerkt. Maar het bedrijfsleven klaagde dat invoering miljarden zou gaan kosten. De werknemers moeten nu weer hun eigen RSI-boontjes doppen.

De Republikeinse president deed woensdag nog iets waar het bedrijfsleven al jaren om heeft gevraagd: hij liet weten dat hij een door het Congres aangenomen wet zal tekenen die het burgers minder makkelijk maakt failliet te gaan: een oude wens van de credit-cardindustrie, die de Amerikaanse burgers krediet voert zoals Fransen hun ganzen op Kerstmis voorbereiden: door een trechter op de strot te zetten.

Het waren drie oude wensen van de kapitaalkrachtige mannen en bedrijven die de campagne van George W. Bush de afgelopen twee jaar hebben gesteund met recordbedragen. Hoeveel? Cijfers van de Federal Elections Commission en het Center for Responsive Politics leren dat het grote geld bijna 650 miljoen dollar over had voor een overwinning van George W. Bush plus een Republikeins Congres (Senaat en Huis van Afgevaardigden).

Voor het eerst sinds jaren is dat Republikeinse drieluik gelukt. Terwijl de Republikeinen sinds 1994 al het Congres domineerden, zat in het Witte Huis nog een Democratische president die zijn veto kon uitspreken over wetten die hem niet bevielen.

Zoals de wet die credit card-pushers de komende jaren volgens een schatting van The Wall Street Journal tientallen miljoenen dollars zal bezorgen.

De rest van de donateurs staat al in de rij: de Amerikaanse luchtvaart-maatschappijen, die willen dat hun volgende fusieronde niet door anti-trust-controleurs wordt geremd; de olie- en gasboorders, die Alaska eens flink willen openleggen; de banken en beleggingsfirma's, die willen dat de sociale zekerheid wordt opengebroken ten gunste van private oude dags-investeringen; en de farmaceutische industrie, die wil dat aanspraken voor ouderen op geneesmiddelen onder Medicare niet leiden tot beperking van de prijzen. Al deze bedrijfstakken hebben flink in de campagnebus geblazen, met name voor Bush en Republikeinse kandidaten voor het Congres.

De president was deze week als vanouds op campagne in het land toen de eerste vruchten voor het betalende bedrijfsleven op Capitol Hill van de boom werden geschud. In North Dakota kwam Bush gisteravond vingers tekort om de zege fotogeniek te illustreren. De nieuwe CEO die de investeerders zijn eerste mooie jaarcijfers presenteert.

Bedelen om een politiek ambt te bereiken is niet voorbehouden aan Republikeinen. De vorige president heeft de kunst van de permanente campagne tot kunstvorm verheven. De honderden logées in zijn Motel 1600 (naar het adres van het Witte Huis, 1600 Pennsylvania Avenue) schreven chèques met veel nullen. Clinton was ook de man die Amerika hielp aan het begrip `soft money', campagne-bijdragen die alleen door een trucje net legaal blijven.

Clintons geldophalerij (vooral bij Hollywood, Silicon Valley en de door grote tabaksclaims multi-miljonair geworden proces-advocaten) was glad, en zonder eind, maar het kon net door de beugel. Totdat Clinton 20 januari wegging en in de laatste nacht gratie bleek te hebben gegeven aan meer dan honderd drugsdealers en andere boeven, waaronder de voortvluchtige embargo-ontduiker Marc Rich. De sfeer van krabbelen werd versterkt toen bleek dat zijn zwagers en zijn niet zo snuggere halfbroer Roger hadden getracht er ook aan te verdienen. Maar de centrale vraag bleef: was gratie bij Clinton te koop?

Ruimer gesteld: is de Amerikaanse politiek verslaafd aan al die campagne-miljoenen? ,,Ja en nee'', zegt Norm Ornstein, verbonden aan het American Enterprise Institute, de Washingtonse denktank waar onder anderen vice-president Cheney en Larry Lindsey, de economisch adviseur van president Bush, onderdak genoten tijdens `Clinton'. Ornstein geldt als één van de beste kenners van de Amerikaanse politiek: ,,Wij hebben geen direct systeem. Het is niet zo dat je met geld een politiek resultaat koopt. Wat dat betreft zijn de meeste beschuldigingen tegen Clinton waarschijnlijk niet waar. Gratiëring was bij hem niet te koop. Geld koopt wel toegang. Clinton wilde in die laatste dagen zijn reputatie vervolmaken met daden van clementie. Er was zo veel haast dat de tijd ontbrak voor de normale procedures. Wie in die laatste weken toegang tot hem had én zijn zaak handig wist te presenteren, had succes.

,,De Republikeinen hebben na acht jaar Clinton een grote behoefte ook weer eens hun zin te krijgen. Opnieuw: het bedrijfsleven heeft niet betaald voor afschaffing van de `ergonomie'-richtlijnen, die al in '92 zeer omstreden waren. Het was te verwachten dat de Republikeinen ze zouden terugdraaien. Overigens wil het bedrijfsleven wel eens waar voor zijn geld zien.

,,Het systeem is corrupt. Men kijkt vaak naar de manier waarop stemmen in het Congres worden `gekocht'. Maar de grotere corruptie werkt andersom. Leden van het Congres en bewoners van het Witte Huis weten dat er veel op het spel staat in de politiek en zij gebruiken de macht van de staat om aanzienlijke bedragen los te peuteren. Zonder beperking van de maximaal toelaatbare bijdragen regulier of soft hebben de contribuanten geen enkele bescherming. Het is een `protection racket'.''

Ornstein meent dat het opnieuw ingediende wetsvoorstel van de senatoren McCain (Rep.) en Feingold (Dem.) ter hervorming van de politieke financiering ,,geen magische formule, maar een zeer positieve stap voorwaarts'' is. Wat president Bush ermee doet is onzeker, maar de kans bestaat dat het wordt aangenomen in het Congres. Enerzijds hebben alle nu zittende leden van het Congres én de president belang bij het huidige systeem dat hen naar Washington heeft gebracht. En men is permanent bang dat een wijziging de andere partij bevoordeelt. Anderzijds, weet Ornstein, verafschuwen veel Congresleden die periodieke afpersingsrondes. En zien zij steeds meer `soft money' door belangengroepen buiten hun controle uitgegeven worden.

Als McCain-Feingold lukt, is een tweede fase nodig, zegt Ornstein. Het geld dat je uit het systeem haalt, moet op een andere manier terugkomen om de kosten te dekken die nodig zijn om het publiek te bereiken. Een groep zakenlieden (het Committee for Economic Development) heeft voorgesteld dat de federale overheid giften tot 200 dollar twee op één aanvult. ,,Op die manier moeten kandidaten er op uit en meer mensen onder ogen komen. Dat is goed geld. Voor 200 dollar koop je niemand. Als zo'n plan het niet haalt, heb ik voorgesteld gratis tv-zendtijd in te voeren. Daar is wel wat steun voor maar dan sta je tegenover de meest gevreesde van alle lobbies in Washington, die van de grote tv-industrie.''