VS heroverwegen Noord-Korea-beleid

De Zuid-Koreaanse president, Kim Dae-jung, heeft de nodige problemen om de nieuwe Amerikaanse regering over te halen tot zijn pro-Noord-Korea- beleid, zo bleek gisteren op een top met president Bush in Washington.

De dreiging van met name Noord-Koreaanse raketten geven de Verenigde Staten vaak als reden voor de ontwikkeling van het omstreden raketschild, National Missile Defense. Maar naar deze week uit een reconstructie in de New York Times bleek, hadden de VS en Noord-Korea in de laatste maanden van de regering-Clinton bijna een akkoord rond over indamming van de Noord-Koreaanse rakettendreiging. Maar de kans ging voorbij toen de slepende stemmenstrijd in Florida alle aandacht van het Witte Huis opeiste.

De uitslag van die verkiezingen – winst van Republikein George W. Bush – houdt in dat de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung opnieuw moet proberen het Witte Huis te winnen voor zijn ontspanningsbeleid ten opzichte van Noord-Korea, zoals hij na zijn aantreden, drie jaar geleden, ook de regering Clinton moest overhalen. De eerste top tussen Bush en Kim, gisteren in Washington, toont aan dat er nog veel obstakels te nemen zijn.

Bush beleed met de mond zijn steun voor Kim. ,,Ik waardeer het leiderschap van deze man'', zei Bush na afloop van de top tegen de pers, ,,en zijn handreiking naar de Noord-Koreanen.'' Ook was Bush het eens met de doelstellingen van Kim – vrede op het Koreaanse schiereiland – maar hij had ook ,,enige scepsis over de leider van Noord-Korea''.

Wat deze scepsis voor het beleid inhoudt, bleek uit de briefing van minister Colin Powell van Buitenlandse Zaken: ,,We zijn bezig met een volledige heroverweging van onze relatie met Noord-Korea. Als de tijd rijp is en de herziening compleet, zullen we bepalen wanneer en met welke snelheid we gesprekken met Noord-Korea aangaan.''

Toen president Kim Dae-jung drie jaar geleden aantrad en zijn ontspanningsbeleid tegenover het noorden in gang zette, deed ook de regering-Clinton een uitgebreide studie naar Noord-Korea en het te volgen beleid tegenover dit land. Dit leidde tot het `Perry-Rapport' van december 1999 (genoemd naar oud-minister William Perry die de studie leidde) waarin aanbevelingen werden gedaan om de dreiging van Noord-Koreaanse kernwapens en raketten via onderhandelingen weg te nemen met als tegenprestatie het opheffen van Amerikaanse sancties, zoals het handelsembargo.

Dit beleid heeft geleid tot bijvoorbeeld inspectie van een vermeende ondergrondse productieplaats van kernwapens in Noord-Korea en afgelopen herfst tot het bezoek van minister Albright aan Noord-Korea en het bijna-akkoord over indamming van de Noord-Koreaanse rakettendreiging. Toen de regering-Clinton half december, toen de uitslag van de presidentsverkiezingen duidelijk was, de aandacht weer op Noord-Korea richtte, gaven de Azië-experts een briefing aan de komende veiligheidsexperts van de regering Bush, huidig minister Powell en adviseur Condoleezza Rice. ,,Het Bush-team maakte duidelijk'', schrijft de New York Times nu, ,,dat ze Clinton niet zouden ondergraven, maar dat ze een akkoord ook niet zouden bekrachtigen.'' De regering-Clinton hield het vervolgens voor gezien.

Kim Dae-jung zet zijn beleid echter voort. Zijn ambtenaren maakten gisteren in Seoul bekend dat volgende week een Noord-Koreaanse ministersdelegatie overkomt om het tegenbezoek van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il aan Zuid-Korea te bespreken. Kim Dae-jungs baanbrekende bezoek aan het noorden had bijna een jaar geleden plaats. Het tegenbezoek zou in mei kunnen komen.