Turkije

Robert Kaplan is van mening dat de VS aan Turkije bijzondere economische bijstand moet verlenen (NRC Handelsblad, 3 maart). Zijn argument is dat de generaals, die via de nationale veiligheidsraad de dienst uitmaken, de hoeders van de voor de VS zo belangrijke stabiliteit in het Midden-Oosten zijn. Hij kent het Turkse leger een duidelijke rol toe om bij een eventuele burgeroorlog in Irak de Koerden rustig te houden. Zou Bush c.s. zijn advies opvolgen dan betekent dit niet minder dan een vrijbrief aan de ondemocratische krachten van Turkije om een nog groter deel van het overheidsbudget aan wapens te besteden, de noodtoestand in de Koerdische gebieden in het zuidoosten nog vele jaren te handhaven en iedere groep of individu dat pleit voor meer politieke en culturele vrijheid te elimineren.

Alleen door bestrijding van corruptie en hervormingen kan Turkije de economische problemen structureel oplossen. Dit vraagt politici die een democratisch bestel voorstaan met ruimte voor creatieve en vrijdenkende mensen en die het te vaak ontkende Koerdische vraagstuk op de agenda durven te zetten. Dergelijke politici zijn er zeker, hoewel velen van hen in de gevangenis zijn gestopt.

Volgende week brengt de Turkse president Sezer een bezoek aan Duitsland en Nederland. Kok en Schröder zouden er bij Sezer op moeten aandringen om haast te maken met hervormingen en democratisering. Eventuele financiële steun zal strikt verbonden moeten zijn met vooruitgang bij de handhaving van mensenrechten. Bovenal zal de EU nogmaals moeten onderstrepen dat voor een land waar generaals de dienst uitmaken geen plaats is in de Unie. De blanco cheque van Kaplan brengt Turkije geen stap verder.