Ruzie tussen Nederland en Suriname

Nederland en Suriname verschillen diepgaand van mening over de besteding van reeds lang geblokkeerde Nederlandse hulpfondsen voor Suriname.

Zowel de Surinaamse president Venetiaan als Surinaamse parlementsleden maakten een bezoekende Nederlandse Kamerdelegatie duidelijk niets te voelen voor het plan van minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) om voortaan geen steun meer te verlenen voor afzonderlijke projecten. In plaats daarvan wil Herfkens de `bevroren' 600 miljoen gulden, die nog voor Suriname zijn gereserveerd, gebruiken om bepaalde sectoren zoals de gezondheidszorg en onderwijs in het land te versterken.

Venetiaan verklaarde gisteren onomwonden niets in de plannen van Herfkens te zien. Die zijn volgens hem ,,niet werkbaar''. De president opperde bovendien dat Herfkens' aanpak in strijd zou zijn met het onafhankelijkheidsverdrag van 1975. Dat voorzag volgens hem in een integrale ontwikkeling van Suriname en door een sectorale benadering werd aan die eis niet langer voldaan.

De opmerkingen van Venetiaan waren pijnlijk voor de Surinaamse minister voor ontwikkelingszaken, Raghoebarsingh, die zich vorige herfst gematigd positief over Herfkens' aanpak had getoond. Dinsdag verklaarde Raghoebarsingh nog dat Nederland en Suriname het eens waren. De dag daarvoor hadden overigens ook verscheidene Surinaamse parlementsleden zich al zeer kritisch getoond over de Nederlandse plannen.

De Nederlandse delegatieleidster, M. de Boer (PvdA), probeerde de gemoederen wat te sussen door op te merken dat er geen sprake van is om op stel en sprong op de nieuwe aanpak over te schakelen. De overige leden van de delegatie onthielden zich gisteren van commentaar.