Pensioenbeheerders verliezen miljarden

De Nederlandse verzekeraars en pensioenbeleggers hebben in het vierde kwartaal van 2000 wegens de koersval op de internationale effectenbeurzen samen 73 miljard gulden op hun aandelenbeleggingen verloren. Dat is 10 procent van hun aandelenportefeuille.

Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend heeft gepubliceerd. Pensioenfondsen verloren bijna 50 miljard gulden, verzekeraars 23 miljard gulden.

De pensioenfondsen hadden eind 2000 978 miljard gulden aan beleggingen, waarvan 48 procent in aandelen was belegd. Per saldo leden de pensioenfondsen in het hele afgelopen jaar een koersverlies op hun aandelen van ruim 18 miljard gulden, zo becijfert het CBS. Daarmee was 2000 het slechtste beleggingsjaar sinds 1994.

Negen van de tien Nederlandse werknemers bouwen via een collectieve regeling (van zijn werkgever) een pensioen op. Verzekeraars leveren voor de oudedagsvoorziening vooral individuele producten, zoals koopsompolissen.

De verzekeraars, die vergeleken met pensioenfondsen minder in aandelen beleggen, hadden eind 2000 een belegd vermogen van 581 miljard gulden. Van dit vermogen was 31 procent in aandelen belegd.

Als gevolg van de verliezen op hun aandelen zat er vorig jaar, in tegenstelling tot de uitbundige jaren daarvoor, maar weinig groei in de totale beleggingen van de pensioenbeheerders en verzekeraars. Zij groeiden met 4 procent tot 1.558 miljard gulden. De pensioenfondsen hebben 64 procent van hun geld buiten Nederland belegd, ruim 5 procentpunt meer dan eind 1999. De verzekeraars hebben 23 procent van hun geld buiten Nederland geïnvesteerd.

Leningen met een vaste rente, zoals obligaties, behaalden vorig jaar wel een positief rendement. De pensioenfondsen verdienden hiermee ruim 9 miljard gulden, de verzekeraars eveneens, al hadden de pensioenfondsen bijna twee keer zoveel geld in obligaties belegd als verzekeraars. Van de beleggingen van pensioenfondsen zat eind vorig jaar 34 procent in obligaties, dat is 5 procentpunt meer dan een jaar ervoor. De verzekeraars hadden bijna 32 procent van al hun geld in obligaties belegd.

De pensioenfondsen bleven vorig jaar doorgaan met het verkopen van zogeheten onderhandse leningen, aan partijen als (lagere) overheid en woningcorporaties, en ze bleven de opbrengsten in verhandelbare obligaties (43 miljard gulden) steken.