Ode aan de kameel

Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaat een club van. Wereldreizigers, bonsai-fans of biografen, allemaal hebben ze zich verenigd. Deel 13 in een serie: de Sahara sociëteit.

Vraag de leden van de Sahara sociëteit wat hen zo trekt in de woestijn en je krijgt niet één keer hetzelfde antwoord. Voor de een is het de ruimte en de stilte, voor de ander de ervaring te ontdekken met hoe weinig je toekunt. Als je wat langer in de Sahara verblijft, raak je vanzelf in de ban, verzekeren de leden en, terug achter de dijken, wil je dan van alles te weten komen over bevolking en cultuur. Want wist ik wel dat die sterrenhemel die ìk dan zo mooi had gevonden, in de literatuur van nomaden voorgesteld werd als een grote, tijdelijk opgezette tent met de sterren als gaatjes? Dat die dadels in mijn hand aan palmen groeiden die met een zuigspanning van wel vijftig atmosfeer de bodem in een brede straal van zijn laatste druppel wisten te ontdoen?

Met De Badcuyp in de Amsterdamse Pijp als oase komen de leden vier keer per jaar bijeen. De sociëteit (sinds 1992) `stelt zich tot doel kennis over de Sahara èn aanverwante gebieden in de Arabische wereld en de Sahel te vergaren en te verspreiden'. Dat gebeurt onder meer door lezingen, zoals onlangs van historicus Baz Lecocq, die voor promotieonderzoek acht maanden in het noorden van Mali verbleef. In zijn lezing `Kidal, het Staphorst van de Sahara of moderne kosmopool?' rekent hij af met onze romantische voorstellingen rond de Toeareg. Over de afkomst van dit woestijnvolk doen fraaie theorieën de ronde. Dat ze slaven hielden, had hen in de ogen van westerse onderzoekers meteen al iets adellijks gegeven en omdat hun fysiek zo op het onze leek, zouden ze wel van onze kruisvaarders afstammen. Hun zwaarden zagen er ook al zo Europees uit. ,,Maar waar die kruisvaarders op weg naar Jeruzalem dan verkeerd zijn afgeslagen, lees je nergens'', zegt Lecocq, ,,en die zwaarden maakten de Toeareg niet eens zelf, die werden uit Thüringen geïmporteerd.'' Net als ik me afvraag of er zich ooit Saharanen zouden verenigen om in een Lagelandensociëteit kennis te vergaren en te verspreiden over kerk en klederdracht in Staphorst, eindigt de lezing en is er thee met dadelcake.

Onder de ongeveer honderd leden – schrijfster Arita Baaijens trekt met haar kamelen door de Soedan en is met kennisgeving afwezig – veel wetenschappers: arabisten, archeologen, biologen, historici en uiteraard antropologen. Medeoprichtster Angeline van Achterberg deed onderzoek bij Toearegvrouwen in het zuiden van Algerije, trouwde met een Targui (enkelvoud van Toeareg) en woonde acht jaar in Tamanrasset. Zij is een van drie redacteuren van de Saharaberichten, de kwartaaluitgave van de sociëteit, die je alleen al om de boekbesprekingen niet wilt missen. Je kunt er ook de lezingen in terugvinden (`Troost je met een flinke kamelin' in nr.4). ,,Ons interessegebied is geografisch zo uitgestrekt, dat de onderwerpen van de lezingen ook ver uiteenlopen: van de zar ceremonie in Egypte tot de rotskunst in de Tassili n' Ajjer en van de leemarchitectuur in het Malinese Djenné tot vrouwenkleding in Jemen.''

De Sahara sociëteit is er duidelijk niet voor reisadviezen, maar voor mensen met een passie voor de woestijn. Hoewel er geen ballotage is, zullen `Peugeoten', mensen die in derdehands auto's door de woestijn jakkeren, zich bij de sociëteit niet erg thuis voelen. Het voertuig dat de sociëteit zonder voorbehoud aanbeveelt, is uiteraard de kameel. In `De geur van kamelen', de eerste publicatie in boekvorm van de sociëteit, wordt dit voortreffelijke dier tot in detail belicht. Want dat de urine een probaat middel tegen hoofdluis is en dat je bij een kameel tussen haarbasis en haarpunt een temperatuurverschil van wel dertig graden kunt hebben, leren ze je niet op school.

Secretariaat Sahara sociëteit tel. 020-6712284

Informatie over de Sahara sociëteit en het lidmaatschap is te vinden op http://welcome.to/sahara-societeit