`Nederlanders en Britten delen verleden'

Het Verenigd Koninkrijk heeft in het verleden minder geprofiteerd van de natuurlijke affectie van Nederland dan had gekund, gelooft de nieuwe ambassadeur, Colin Budd. Hij wil de `strategische vriendschap' intenser maken.

Verder met Nederland heet het boekje dat op het bureau van Colin Budd ligt. Het is geschreven door oud-diplomaat Peter van Walsum, maar het zou ook het motto van de nieuwe Britse ambassadeur in Nederland kunnen zijn, die volgende maand aantreedt. Het is de tweede plaatsing van Budd (55) in Den Haag. Hij was er al eens vier jaar gestationeerd in de jaren tachtig. Maar eigenlijk is Nederland nooit ver van zijn bed geweest.

Zijn vrouw Agnes is Nederlands. Nederland figureerde prominent in zijn studie geschiedenis in Cambridge. Hij spreekt en leest Nederlands. Hij heeft meer met Mulisch dan met de ,,pessimist'' Hermans en hij herkende veel in Max Havelaar, omdat zijn vader Brits ambtenaar in India was. Hij houdt van erwtensoep. En van het ,,creatieve'' Nederlandse voetbal.

Amerika laat zich in de wereld soms vertegenwoordigen door pizzatsaren en renbaanbaronnen, koningin Elizabeth bedient de naaste buren met maatwerk, lijkt het. Niet vaak zal een ambassadeur zo zijn toegerust voor het land waar hij terechtkomt. Het was geen opzet, zegt Budd, maar het komt wel goed uit. Zo heeft hij een streepje voor om de stemming in Nederland te kunnen duiden. Over de transatlantische betrekkingen onder een nieuwe Amerikaanse president, bijvoorbeeld. Over de koers van de Europese Unie. En over de aanstaande komst van de euro, waarover de Britten nog een besluit moeten nemen.

Sommige grote landen hebben inderdaad de neiging Nederland over het hoofd te zien, citeert hij met instemming Van Walsum. Budd heeft het van nabij meegemaakt, onder meer als kabinetschef van Eurocommissaris Leon Brittan in Brussel en in zijn laatste functie als directeur Europese Zaken op het Foreign Office onder Robin Cook.

Het sturen van een begripvolle Brit kan dat helpen tegengaan, al moet het niet worden uitgelegd als neerbuigende minzaamheid. Zeker, Nederland is na toetreding van Spanje niet langer het grootste na de grote EU-landen, zegt Budd. ,,Maar het is wel nog steeds groot en invloedrijk vanuit het gezichtspunt van Britse belangen en affecties.''

Hij heeft zijn Nederlands net opgefrist op het taleninstituut van de nonnen in Vught. In Engelse conversaties kan hij quasi-achteloos woorden laten vallen als `gesprekspartner', `redenering' en `vluchtheuvel'. Met een koffer dossiers doet hij nu in Londen de laatste rondes langs Defensie, Landbouw en Binnenlandse Zaken. Begin april betrekt hij de royale residentie aan het Plein 1813 in Den Haag.

,,Nederlanders en Britten delen veel geschiedenis'', zegt hij als je de diplomatieke sneltoetsen bij hem indrukt. ,,Bij grote kwesties hebben ze vaak aan dezelfde kant gestaan.'' Maar het sprak in de laatste halve eeuw niet steeds vanzelf, zegt hij als je doorvraagt. De jaren van een Drees, Stikker en Lieftinck, voor wie een nauwer Europees verbond zonder de Britse bevrijders nog ondenkbaar was, en later een Luns, werden afgewisseld door koelere periodes. Dat had te maken met de wisselende `gedachtenscholen' over Europese integratie aan Nederlandse kant. Maar het lag zeker óók aan de Britten zelf, zegt hij. Margaret Thatcher, premier van 1979 tot 1990, mag een hoge pet hebben opgehad van Ruud Lubbers, haar toenemende afzijdigheid in Europa ,,kleurde begrijpelijk een halve generatie lang de banden''. En dat is jammer, zegt Budd. De culturele affiniteit van Nederland met de Britten is sinds de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk alleen maar toegenomen, onder meer door de BBC. ,,Maar het Verenigd Koninkrijk heeft door zijn eigen Europa-politiek de laatste vijftig jaar minder van die natuurlijke affectie geprofiteerd dan had gekund''.

Als de euro wordt ingevoerd op 1 januari 2002, zal Budd uit de eerste hand verslaan hoe Nederland de munt ontvangt. Ook rapporteert hij aan zijn regering de bevindingen van Britse bedrijven die in de nieuwe omstandigheden zaken doen. Dat kan Londen helpen bij met maken van zijn eigen keuze. En nóg een stadium verder – ,,áls we het bereiken'', zegt hij er meteen diplomatiek bij – zal hij moeten helpen Nederlandse steun voor een Britse aanvraag te krijgen.

Maar zolang de Britten de keuze blijven uitstellen, zal de affectie – de premiers Kok en Blair zijn erg close – opnieuw worden beproefd. ,,Sommigen geloven dat je niet honderd procent op de Britten kunt rekenen tenzij en totdat ze in de euro stappen'', denkt Budd. ,,Dat is begrijpelijk, maar discutabel. De meest interessante vraag voor mij is om die strategische vriendschap desondanks uit te breiden, bijvoorbeeld met een intensievere dialoog op hoog niveau.''

Die vriendschap zou ook beproefd kunnen worden in de transatlantische betrekkingen. Premier Blair heeft gezegd een `brug' te willen zijn tussen de Verenigde Staten en Europa. Betekent het dat Budd, die op zijn eerste Haagse plaatsing het kruisrakettendebat in volle hevigheid meemaakte, de omstreden Amerikaanse plannen voor een raketschild moet verkopen, nu Blair daarvoor begint warm te lopen?

,,De plannen over NMD zijn nog niet helder. Maar in het algemeen voorzie ik geen problemen. Nederland is net zo vastbesloten een stevige relatie met Washington te houden als wij. Onze landen zijn de grootste buitenlandse investeerders in Amerika en geloven even sterk in de NAVO. Er zijn spanningen geweest tussen Nederland en de VS én tussen Londen en Washington. Het is geen eenrichtingsverkeer, maar een stevig debat. Sommige Europese landen vinden een stevige relatie met Washington onverzoenlijk met een sterke rol binnen de EU. Wij hebben aangetoond dat je beide paarden tegelijk kunt berijden.''

Tijdens de EU-top in Nice, over uitbreiding van de Unie, zat Budd dicht bij het vuur. Zijn nieuwe functie is passiever. Heeft de rol van ambassadeur niet ook in het algemeen aan gewicht verloren? Als Kok iets met Blair wil bespreken, of omgekeerd, bellen ze elkaar gewoon. Ministeries houden ook zelf contact over de Noordzee. En de unieke verslaggever is een ambassadeur ook niet meer nu zijn chef via CNN of BBC in elke hoek van de wereld over zijn schouder kan meekijken.

Het is waar, beaamt Budd. Maar ambassadeurs blijven nodig om het debat in `hun' buitenland te interpreteren. Ook al door het taalprobleem. ,,Het is voor de Nederlandse regering veel makkelijker te begrijpen wat in Londen gebeurt dan omgekeerd. En waar gevoeligheden en moeilijkheden zijn, kunnen ambassades aan twee kanten helpen relaties goed te houden door nationale details te begrijpen en aanbevelingen te doen.''

Steeds meer wordt op Europees niveau behandeld, zegt Budd met een verwijzing naar BSE en de recente mond- en klauwzeercrisis, die hun oorsprong op de Britse eilanden hadden. Toch is de ,,visie van het overbelaste Brussel er slechts één''. In elk land afzonderlijk zijn er vijf of zes ministeries en allerlei belangengroepen bij betrokken. ,,Iemand moet dat nationale debat volgen en interpreteren. En vooralsnog is er geen substituut voor rechtstreeks in contact staan met de Tweede Kamer en sleutelministeries om de pols van Nederland te voelen.'' Het overzichtelijke en toegankelijke Den Haag is wat dat betreft een gemakkelijke stad, grijnst hij.

Wat hem bij een andere liefde brengt: het Nederlandse voetbal. Zijn eerste wedstrijd was meteen Nederland op zijn best én zijn ellendigst: de verloren wereldcupfinale tegen Duitsland in 1974. Hij zag die wedstrijd op een flikkerende zwartwit-televisie tussen Nederlandse ontwikkelingswerkers in Pakistan, waar hij toen was gestationeerd. Later is hij het voetbal een beetje gaan zien als metafoor voor het Nederlandse volkskarakter, zegt hij. Cruyff en individualistisch-democratisch `totaalvoetbal' – mooi maar niet altijd even effectief – staan voor iets typisch Nederlands. Het is nog een citaat. Dit keer van David Winner, wiens boek Briljant Orange, the neurotic genius of Dutch football Budd nog aan veel mensen cadeau moet doen.

,,Nederlands voetbal op zijn best is zowel onderhoudend als onvoorspelbaar. Die orignaliteit is poëtische en inspirerend.'', zegt hij. ,,Maar behalve de joys heb ik met een Nederlandse vrouw ook dertig jaar de sorrows van de Nederlandse voetbalsupporter gedeeld.''

Kan hij eigenlijk u nog wel met vreemde ogen naar Nederland kijken?

,,Daar heb ik geen moeite mee'', zegt Budd resoluut. ,,Nederlanders zijn direct, zodat een buitenlander gemakkelijk botweg van mening kan verschillen. Dat is een van de charmes van het Nederlandse leven. En ik ben trouwens lang genoeg weggeweest om mijn onafhankelijke criteria te verfrissen.''